ECLI:NL:RBROT:2026:7117

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/10/706025 / HA ZA 25-730
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 AanvaringsverdragArt. 4 AanvaringsverdragArt. 8:544 BWArt. 8:545 BWArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvaring op volle zee tussen vissersschip en tankerschip met schuldverdeling 75-25%

Op 30 december 2022 vond op volle zee een aanvaring plaats tussen het vissersschip MISS CARLA JEAN en het tankerschip STOLT MERCURY. Beide schepen hadden elkaar niet opgemerkt en er was geen marifooncontact. De rechtbank stelt vast dat beide schepen schuld hebben aan de aanvaring, waarbij de schuldverdeling 75% voor het vissersschip en 25% voor het tankerschip bedraagt.

De rechtbank oordeelt dat de MISS CARLA JEAN niet bezig was met visserij die haar manoeuvreerbaarheid beperkte en dat zij geen goede uitkijk hield, geen AIS gebruikte en niet alle beschikbare middelen inzette om een aanvaring te voorkomen. De STOLT MERCURY heeft eveneens geen goede uitkijk gehouden. Beide schepen hadden op tegengestelde koersen naar stuurboord moeten uitwijken.

De schade van Caribbean Seafarms wordt deels vastgesteld, waaronder cascoschade, vervanging van scheepsonderdelen en visgerei, en verlies van inkomsten. Voor enkele schadeposten en de tegenvordering van Stolt wordt bewijsopdracht gegeven. Incidentele vorderingen tot inzage van beide partijen worden afgewezen, met kostencompensatie. De zaak wordt verwezen voor nadere bewijslevering en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Beide schepen zijn aansprakelijk voor de aanvaring met een schuldverdeling van 75% voor het vissersschip en 25% voor het tankerschip; diverse schadeposten worden vastgesteld en bewijsopdrachten gegeven.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

team handel en haven
zaaknummer: C/10/706025 / HA ZA 25-730
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
CARIBBEAN SEAFARMS LIMITED,
gevestigd te Chaguaramas (Trinidad en Tobago),
eiseres,
advocaat: mr. V. van der Kuil,
tegen
SEA 181 LEASING CO. LIMITED,
gevestigd te Hong Kong (China),
gedaagde,
advocaat: mr. P.J. Hoepel.
Partijen worden hierna Caribbean Seafarms en Stolt [1] genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Op 30 december 2022 heeft op volle zee een aanvaring plaatsgevonden tussen het vissersschip MISS CARLA JEAN en de tanker STOLT MERCURY. De schepen hebben elkaar niet opgemerkt voor de aanvaring.
1.2.
Caribbean Seafarms stelt zich op het standpunt dat de aanvaring volledig aan de STOLT MERCURY te wijten is. Stolt stelt zich op het standpunt dat de MISS CARLA JEAN in overwegende mate schuld heeft aan de aanvaring.
1.3.
De rechtbank is van oordeel dat beide schepen schuld hebben aan de aanvaring. De schuldverdeling wordt vastgesteld op 75-25% ten gunste van Stolt. Partijen mogen allebei nog een akte nemen om de door hen opgevoerde schades nader te onderbouwen.

2.De procedure

2.1.
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 27 juni 2025, met producties 1 tot en met 21;
- de conclusie van antwoord, tevens incidentele vordering overlegging documenten ex artikel 195 Rv Pro, met producties S1 tot en met S6;
- de brief van 10 december 2025, waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte in het artikel 195 Rv Pro incident tevens akte in het geding brengen nadere stukken van Caribbean Seafarms, met producties 22 tot en met 30;
- de akte overlegging producties van Stolt, met producties S7 en S8;
- de mondelinge behandeling van 10 maart 2026 en de spreekaantekeningen van partijen.
2.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Caribbean Seafarms is eigenaar van het vissersschip MISS CARLA JEAN (hierna: MISS CARLA JEAN).
3.2.
Stolt is eigenaar van het tankschip STOLT MERCURY (hierna: STOLT MERCURY).
3.3.
Assuranceforeningen Gard (hierna: Gard) is de aansprakelijkheidsverzekeraar van de STOLT MERCURY.
3.4.
Op 30 december 2022 omstreeks 17:00 uur lokale tijd zijn de MISS CARLA JEAN en de STOLT MERCURY met elkaar in aanvaring gekomen. De aanvaring heeft plaatsgevonden op volle zee, ongeveer 400 nautische mijlen van de kust van Suriname. Bij de aanvaring is schade ontstaan aan beide schepen en zijn twee bemanningsleden van de MISS CARLA JEAN gewond geraakt.
3.5.
Er is voorafgaand aan de aanvaring geen marifooncontact geweest tussen de MISS CARLA JEAN en de STOLT MERCURY. De MISS CARLA JEAN gebruikte geen AIS [2] voor en op het moment van de aanvaring. Zij was niet zichtbaar op radar.
3.6.
Na de aanvaring is de MISS CARLA JEAN met hulp van haar zusterschip (de MISS VIOLA) op 5 januari 2023 teruggekeerd in haar thuishaven Chaguaramas.
3.7.
Op 21 september 2024 heeft Caribbean Seafarms conservatoir beslag gelegd op de STOLT MERCURY. Het conservatoir beslag is op 22 september 2024 opgeheven nadat Gard een garantie heeft afgegeven.

4.Het geschil in de hoofdzaak

4.1.
Caribbean Seafarms vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
“1. voor recht te verklaren dat gedaagde jegens eiseres (volledig) aansprakelijk is voor de aanvaring tussen de Stolt Mercury en de Miss Carla Jean op 30 december 2022 en zoals omschreven in het lichaam van deze dagvaarding en voor de schade die daardoor is ontstaan;
2. gedaagde te veroordelen aan eiseres te vergoeden de schade die eiseres heeft geleden, te weten EUR 1.118.700,09, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2022 (de dag na het incident), dan wel de dag van de dagvaarding dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen dag;
3. gedaagde te veroordelen aan eiseres te vergoeden de kosten voor rechtsbijstand op Trinidad en Tobago, te weten EUR 64.000 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van beslaglegging, dan wel vanaf de dag van de dagvaarding dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen dag;
4. gedaagde te veroordelen aan eiseres te vergoeden de kosten van EUR 6.775 in verband met het vaststellen van aansprakelijkheid en de buitengerechtelijk gevoerde discussie met gedaagde vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding dan wel vanaf een in goede justitie te bepalen dag;
5. gedaagde te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, een bedrag aan salaris voor de advocaat van eiseres daaronder begrepen de kosten van het beslag, te vermeerderen met de nakosten een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en — voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt — te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.”
4.2.
Stolt concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Caribbean Seafarms in de (na)kosten.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. Het geschil in de door beide partijen opgeworpen incidenten op grond van artikel 195 Rv Pro
5.1.
de incidentele vorderingen tot inzage van Caribbean Seafarms
5.1.1.
Caribbean Seafarms vordert in het incident om, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Stolt te bevelen inzage in en afschrift van de volgende gegevens te verstrekken:
“i. de bevindingen van de expert, zijnde een (voorlopig)onderzoeksrapport en/of andere schriftelijke stukken opgesteld door de expert waar naar wordt gerefereerd in de e-mail van 25 november 2024 van Mr Hoepel en/of opgesteld door [naam 1] of [naam 2] of door een andere door belanghebbenden bij de Stolt Mercury aangestelde expert;
ii. verklaringen afgegeven of opgesteld door de bemanning van de Stolt Mercury met
betrekking tot het incident, waaronder in ieder geval de verklaring van de kapitein met betrekking tot het incident;
iii. de lijst van de ten tijde van het incident op de Stolt Mercury aanwezige bemanning, inhoudende in ieder geval, doch niet uitsluitend de naam, geboortedatum en nationaliteit en tevens aantekening van hun (STCW)-kwalificaties;
iv. e-mails of overige correspondentie tussen de kapitein van de Stolt Mercury, de eigenaar, de manager en/of de verzekeraar met betrekking tot het incident;
v. alle overige gegevens die betrekking hebben op de aanvaring tussen Stolt Mercury en Miss Carla Jean op 30 december 2022 zoals geregistreerd door of aan boord van Stolt Mercury, zoals afschrift van het logboek/scheepsjournaal van de dag van de aanvaring, kopie van de elektronische zeekaart ten tijde van de aanvaring, kopie van gegevensdragers met informatie voorafgaand, tijdens en na de aanvaring (radar, VDR, VHF etc).”
5.1.2.
Caribbean Seafarms stelt dat er na de aanvaring geen informatie-uitwisseling met Stolt heeft plaatsgevonden omdat de STOLT MERCURY na de aanvaring is doorgevaren en daarna geen contact heeft gezocht. Het is onbekend wat zich voor, tijdens en na de aanvaring aan boord van de STOLT MERCURY heeft afgespeeld. Stolt geeft hierover geen enkele duidelijkheid en is weigerachtig geweest met het verstrekken van de benodigde informatie, aldus Caribbean Seafarms.
5.1.3.
Stolt concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Caribbean Seafarms, met veroordeling van Caribbean Seafarms in de kosten van het incident.
5.2.
de incidentele vorderingen tot inzage van Stolt
5.2.1.
Stolt vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Caribbean Seafarms te bevelen een kopie te verstrekken van de volgende gegevens:
“a. Master’s Statement / Scheepsverklaring;
b. Logboek;
c. Ship Particulars;
d. Tekeningen van het schip;
e. Verklaringen van de bemanningsleden, in ieder geval van de kapitein;
f. Getekende bemanningslijst;
g. Monsterboekjes van de bemanning;
h. Vaarbevoegdheden van de bemanning;
i. Overzicht van de rusttijden van de bemanning;
j. Wachtschema van de bemanning;
k. Uitdraai van het wachtalarm;
l. Overzicht van de in het stuurhuis aanwezige (navigatie)apparatuur;
m. Kopie van de videobeelden van de overige camera’s aan boord; vooralsnog is alleen beeld van camera 6 in het geding gebracht.”
5.2.2.
Stolt stelt dat zij belang heeft bij het verkrijgen van deze gegeven om te kunnen nagaan of er uitkijk werd gehouden en op welke wijze er uitkijk werd gehouden aan boord van de MISS CARLA JEAN op het moment van de aanvaring. Ook wenst Stolt inzicht te krijgen in de rusttijden van de bemanning van de MISS CARLA JEAN.
5.2.3.
Caribbean Seafarms concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering van Stolt, met veroordeling van Stolt in de kosten van het incident, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf veertien dagen na het vonnis.
5.2.4.
De rechtbank behandelt hierna eerst de incidentele vorderingen.

6.De beoordeling in de incidenten

6.1.
in het door Caribbean Seafarms opgeworpen incident
de incidentele vorderingen worden afgewezen
6.1.1.
Caribbean Seafarms heeft haar incidentele vorderingen bij dagvaarding ingesteld. Stolt heeft bij de conclusie van antwoord en voor de zitting nadere producties in het geding gebracht, waaronder: twee expertiserapporten, verklaringen van de bemanning en een lijst met de aanwezige bemanning op de STOLT MERCURY tijdens de aanvaring. Stolt heeft betoogd dat daarmee in ieder geval is voldaan aan de onder i, ii en iii gevorderde stukken. Nu Caribbean Seafarms hier niets meer tegen heeft ingebracht, gaat de rechtbank ervan uit dat in zoverre aan de incidentele vorderingen van Caribbean Seafarms is voldaan.
6.1.2.
Ten aanzien van de incidentele vordering onder iv heeft Stolt betoogd dat zij niet inziet op grond waarvan zij gehouden is om (vertrouwelijke) e-mails en overige correspondentie tussen de kapitein, de eigenaar, de manager en/of de verzekeraar met betrekking tot het incident over te leggen. Het verzoek is volgens Stolt onvoldoende specifiek en het is bovendien niet noodzakelijk deze informatie te overleggen gelet op alle overige documenten die door Stolt in het geding zijn gebracht. Caribbean Seafarms heeft hier niets meer tegen ingebracht. Dat maakt dat de rechtbank dit onderdeel van de incidentele vordering zal afwijzen omdat het onvoldoende specifiek is.
6.1.3.
Stolt heeft het logboek in het geding gebracht en betoogd dat de overige gevraagde informatie onder v moet worden afgewezen. Caribbean Seafarms heeft haar belang bij verkrijging van deze overige gegevens niet nader toegelicht. De rechtbank wijst daarom ook de incidentele vordering onder v af.
6.2.
in het door Stolt opgeworpen incident
de incidentele vorderingen worden afgewezen
6.2.1.
Stolt heeft haar incidentele vordering in de conclusie van antwoord ingesteld. Daarna heeft Caribbean Seafarms nog nadere stukken in het geding gebracht. Caribbean Seafarms heeft voldaan aan het verzoek van Stolt om verstrekking van de Ship Particulars (c.), de getekende bemanningslijst (f.), monsterboekjes van de bemanning (g.), vaarbevoegdheden van de bemanning (h.), het wachtschema van de bemanning (j.) en een overzicht van de in het stuurhuis aanwezige (navigatie)apparatuur (l.). Dat is ook niet (meer) weersproken door Stolt.
6.2.2.
Caribbean Seafarms heeft aangegeven dat het logboek (b.) en tekeningen van het schip (d.) niet beschikbaar zijn. Om die reden worden ook deze onderdelen van de incidentele vordering afgewezen.
6.2.3.
Stolt heeft onvoldoende onderbouwd welk belang zij heeft bij verstrekking van de Master’s Statement / Scheepsverklaring (a.), verklaringen van de bemanningsleden (e.) en een overzicht van de rusttijden van de bemanning (i.). Ook die onderdelen van de incidentele vordering worden afgewezen.
6.2.4.
Stolt heeft onvoldoende toegelicht wat zij precies bedoeld heeft met een uitdraai van het wachtalarm (k.). Daar heeft zij ook ter zitting geen verdere toelichting op gegeven. Ook dit onderdeel van de incidentele vordering wordt afgewezen.
6.2.5.
Stolt heeft nog verkrijging gevorderd van een kopie van de videobeelden van de overige camera’s aan boord van de MISS CARLA JEAN. De niet-overgelegde camerabeelden kunnen volgens Stolt informatie bevatten over of de kapitein op de brug was ten tijde van de aanvaring en of hij uitkijk hield. De rechtbank is van oordeel dat een belang bij de gevorderde beelden ontbreekt. Zoals hierna (vanaf r.o. 7.5.19 ) zal blijken, oordeelt de rechtbank reeds bij deze stand van zaken dat de kapitein van de MISS CARLA JEAN geen goede visuele uitkijk heeft gehouden. Er bestaat dan ook geen belang bij afgifte van meer camerabeelden om, zoals Stolt heeft aangevoerd, te kijken of de kapitein van de MISS CARLA JEAN uitkijk heeft gehouden. Ook dit onderdeel (m.) van de incidentele vordering zal worden afgewezen.
6.3.
in beide incidenten
de proceskosten worden gecompenseerd
6.3.1.
In het feit dat beide partijen in het door hen ingestelde incident in het ongelijk zijn gesteld ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7.De beoordeling in de hoofdzaak

7.1.
de rechtbank is bevoegd
7.1.1.
Dit is een internationale zaak, omdat partijen zijn gevestigd in China en te Trinidad en Tobago. De rechtbank moet daarom eerst haar bevoegdheid vaststellen.
7.1.2.
Deze rechtbank is op grond van artikel 767 Rv Pro bevoegd. Op die grond kan, bij gebreke van een andere weg om een executoriale titel in Nederland te verkrijgen, de eis in de hoofdzaak, de vordering ter zake van de beslagkosten daaronder begrepen, worden ingesteld voor de rechtbank waarvan de voorzieningenrechter het verlof tot het gelegde of het tegen zekerheidstelling voorkomen of opgeheven beslag heeft verleend. Het verlof tot het gelegde (en inmiddels opgeheven) conservatoire beslag is door de voorzieningenrechter van deze rechtbank verleend.
7.2.
de rechtbank stelt de toepasselijkheid van het Aanvaringsverdrag, de Colregs en (aanvullend) Nederlands recht vast
7.2.1.
De aanvaring tussen de STOLT en de MISS CARLA JEAN heeft plaatsgevonden op volle zee. Tussen partijen is niet in geschil dat op deze aanvaring het Verdrag van Brussel van 23 september 1910 tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende aanvaring (hierna: het Aanvaringsverdrag) en het Verdrag van Londen van 20 oktober 1972 inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee met bijbehorende voorschriften (hierna: Colregs) toepasselijk zijn. De rechtbank ziet dat niet anders en stelt de toepasselijkheid van deze verdragen vast.
7.2.2.
Aanvullend is Nederlands recht van toepassing omdat de vordering in Nederland is ingesteld en de aanvaring op volle zee in kwestie niet wordt bestreken door de Verordening Rome II [3] (artikel 10:164 BW Pro).
7.3.
op grond van het Aanvaringsverdrag en de Colregs gelden de volgende voor deze zaak relevante bepalingen
7.3.1.
Op grond van het Aanvaringsverdrag geldt de volgende maatstaf voor de aansprakelijkheid voor schade als een gevolg van aanvaringen tussen schepen:
Als de aanvaring is veroorzaakt door schuld van een der schepen, komt de vergoeding der schaden ten laste van het schip dat de fout heeft begaan (artikel 3 Aanvaringsverdrag Pro).
In geval van schuld van wederzijde is de aansprakelijkheid van elk der schepen evenredig aan het gewicht der wederzijds begane fouten; wanneer evenwel die verhouding uit de omstandigheden niet kan worden afgeleid, of wanneer de fouten tegen elkander schijnen op te wegen, wordt de aansprakelijkheid gelijkelijk gedeeld (artikel 4 Aanvaringsverdrag Pro).
7.3.2.
De maatstaf in het Aanvaringsverdrag is naar Nederlands recht ingevuld in artikelen 8:544 e.v. BW. Als de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van één schip, is de eigenaar van het schip, dat de schuld had, verplicht de schade te vergoeden (artikel 8:544 BW Pro).
Als twee of meer schepen gezamenlijk door hun schuld een aanvaring hebben veroorzaakt, zijn de eigenaren daarvan zonder hoofdelijkheid aansprakelijk voor de schade, toegebracht aan medeschuldige schepen en aan goederen, die zich aan boord daarvan bevinden, en hoofdelijk voor alle overige schade (artikel 8:545 lid 1 BW Pro).
Is de aansprakelijkheid niet hoofdelijk, dan zijn de eigenaren van de schepen, die gezamenlijk door hun schuld de aanvaring hebben veroorzaakt, tegenover de benadeelden aansprakelijk in verhouding tot het gewicht van de schuld van hun schepen; indien echter de omstandigheden meebrengen, dat die verhouding niet kan worden vastgesteld of indien blijkt dat de schuld van deze schepen gelijkwaardig is wordt de aansprakelijkheid in gelijke delen verdeeld (artikel 8:545 lid 2 BW Pro).
7.3.3.
Op grond van de Colregs gelden de volgende voor deze zaak relevante (en door partijen genoemde) voorschriften:
- niets in deze Voorschriften ontheft een schip, zijn reder, kapitein of bemanning van de aansprakelijkheid voor de gevolgen van enige nalatigheid in de naleving van deze Voorschriften, dan wel van veronachtzaming van enige voorzorgsmaatregel die volgens het gewone zeemansgebruik of door de bijzondere omstandigheden waarin het schip zich bevindt, geboden is. Bij het uitleggen en naleven van deze Voorschriften dient goed rekening te worden gehouden met alle gevaren voor de navigatie en voor aanvaring en met bijzondere omstandigheden, waaronder de beperkingen van de betrokken schepen, die ter vermijding van onmiddellijk gevaar het afwijken van deze Voorschriften noodzakelijk kunnen maken (Voorschrift 2 sub a en b Colregs);
  • elk schip moet te allen tijde goede uitkijk houden door te kijken en te luisteren alsook door gebruik te maken van alle beschikbare middelen die in de heersende omstandigheden en toestanden passend zijn om een volledige beoordeling van de situatie en van het gevaar voor aanvaring te kunnen maken (Voorschrift 5 Colregs).
  • elk schip moet alle beschikbare middelen gebruiken, passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er een gevaar voor aanvaring bestaat. Er moet op een juiste manier gebruik worden gemaakt van radarapparatuur, indien aangebracht en goed werkend, met inbegrip van waarnemingen over grote afstand om een vroegtijdige waarschuwing te verkrijgen van het gevaar voor aanvaring (Voorschrift 7 sub a en b Colregs);
- elk schip dat een ander schip oploopt moet uitwijken voor het schip dat opgelopen wordt. Een schip wordt geacht op te lopen wanneer het een ander schip nadert uit een richting van meer dan 22,5 graden achterlijker dan dwars, dat wil zeggen in een zodanige positie met betrekking tot het schip dat opgelopen wordt, dat het des nachts alleen het heklicht van dat schip doch geen van zin boordlichten zou kunnen zien (Voorschrift 13 sub a en b Colregs);
- wanneer twee werktuiglijk voortbewogen schepen [4] op tegengestelde of bijna tegengestelde koersen tegen elkaar in sturen, zodanig dat zulks gevaar voor aanvaring medebrengt, dienen beide naar stuurboord van koers te veranderen, zodat zij elkaar aan bakboordzijde voorbijvaren. Een zodanige situatie wordt geacht te bestaan wanneer een schip het andere recht of bijna recht vooruit ziet en des nachts de toplichten van het andere schip in één lijn of nagenoeg in één lijn en/of de beide boordlichten zou kunnen zien en overdag het dienovereenkomstige beeld van het andere schip waarneemt (Voorschrift 14 sub a en b Colregs);
- een werktuigelijk voortbewogen schip [5] dat varende is moet uitwijken voor een onmanoeuvreerbaar schip, een beperkt manoeuvreerbaar schip of een schip dat bezig is met de uitoefening van visserij (Voorschrift 18 sub a onder (i) tot en met (iii) Colregs);
- een schip bezig met de uitoefening van visserij, niet zijnde treilvisserij, dient te tonen:
(i) twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere;
(ii) wanneer het vistuig meer dan 150 meter, horizontaal gerekend, in zee uitstaat, in de richting van het vistuig een rondom zichtbaar wit licht of een kegel met de punt naar boven;
(iii) wanneer het vaart door het water loopt, behalve de onder (i) en (ii) voorgeschreven lichten, tevens boordlichten en een heklicht.
(Voorschrift 26 sub c Colregs)
7.4.
de standpunten van partijen omtrent de vraag welk schip schuld heeft aan de aanvaring
7.4.1.
Partijen verschillen van mening over de toedracht van de aanvaring en stellen over en weer dat het andere schip schuld heeft. De rechtbank geeft hierna de standpunten van partijen weer.
standpunten Caribbean Seafarms
7.4.2.
Caribbean Seafarms stelt dat de STOLT MERCURY 100% schuld heeft aan de aanvaring. Zij voert het volgende aan (samengevat en voor zover relevant):
- de MISS CARLA JEAN was op het moment van de aanvaring vissende en voerde de in de Colregs voorgeschreven verlichting. De verlichting bestond uit de dekverlichting (zeven LED-lampen) en rood-boven-wit verlichting in de top van de mast. De uitgezette vislijnen waren verlicht door middel van witte strobe lichten;
- de kapitein van de MISS CARLA JEAN hield ten tijde van de aanvaring de wacht in het stuurhuis terwijl de overige bemanningsleden lagen te slapen. De kapitein maakte gebruik van de dekcamera en visuele waarnemingen om de veiligheid van het schip en de omgeving te monitoren;
- er was sprake van een oploopsituatie en de STOLT MERCURY had als oploper moeten uitwijken (Voorschrift 13 Colregs). Dat sprake was van een oploopsituatie blijkt eruit dat de MISS CARLA JEAN van achteren door de STOLT MERCURY werd aangevaren en daarna opzij werd geduwd door de passerende STOLT MERCURY;
- de STOLT MERCURY heeft de MISS CARLA JEAN in het geheel niet opgemerkt en heeft geen maatregelen genomen om een aanvaring te voorkomen;
- de STOLT MERCURY heeft in strijd gehandeld met de verplichtingen een goede uitkijk te houden (Voorschrift 5 Colregs) en voorrang te verlenen aan schepen bezig met de uitoefening van visserij (Voorschrift 18 Colregs);
- de STOLT MERCURY bevond zich in een bekend visserijgebied en had bedacht moeten zijn op de aanwezigheid van vissersschippen die zonder AIS vissende zijn. Dat zij daarop niet bedacht was, is een schending van Voorschrift 5 Colregs;
- de MISS CARLA JEAN heeft geen medeschuld. Zij heeft niets kunnen doen om de aanvaring te voorkomen omdat de bemanning op geen enkele wijze gealarmeerd was dat de aanvaring aanstaande was. Zelfs als eerder duidelijk zou zijn geweest dat een aanvaring zou plaatsvinden, kon de MISS CARLA JEAN vanwege de uitstaande vislijnen niets meer doen.
7.4.3.
Subsidiair voert Caribbean Seafarms aan dat een eventuele medeschuld van de MISS CARLA JEAN minder dan 25% moet zijn.
standpunten Stolt
7.4.4.
Stolt erkent enige medeschuld te hebben aan de aanvaring. Die erkenning ziet op de omstandigheid dat sprake was van tegengestelde koersen en dat beide schepen op grond van de geldende voorschriften naar stuurboord hadden moeten uitwijken om een aanvaring te voorkomen. Stolt bepleit dat de MISS CARLA JEAN een substantieel hogere mate van schuld heeft aan de aanvaring en voert daarvoor de volgende argumenten aan (samengevat en voor zover relevant):
- er was sprake van een kop-op-kop aanvaring waarbij de STOLT MERCURY en de MISS CARLA JEAN elkaar aan de voorzijden hebben geraakt;
- de MISS CARLA JEAN was niet bezig met de uitoefening van visserij. De MISS CARLA JEAN is een long-liner vissersschip dat lijnen uitzet in zee. Die lijnen zijn niet aan het schip verbonden op het moment dat die zijn uitgezet. De MISS CARLA JEAN was dus niet beperkt in haar manoeuvreerbaarheid;
- de MISS CARLA JEAN toonde niet de juiste lichten en dagmerken. De verlichting die zij toonde is strijdig met de voorschriften van de Colregs die gelden voor een schip bezig met de uitoefening van visserij;
- de MISS CARLA JEAN heeft geen goede uitkijk gehouden. De kapitein heeft niet alle beschikbare middelen gebruikt om uitkijk te houden. De STOLT MERCURY is een grote tanker met duidelijke navigatieverlichting. Uit het feit dat de kapitein van de MISS CARLA JEAN de STOLT MERCURY in het geheel niet heeft opgemerkt, volgt al dat geen goede uitkijk op grond van Voorschrift 5 Colregs is gehouden;
- de MISS CARLA JEAN heeft geen acties ondernomen om een aanvaring te voorkomen. Zij had haar koers naar stuurboord moeten veranderen nu de schepen op tegengestelde koersen lagen (Voorschrift 14 Colregs);
- ook geldt dat aan boord van de MISS CARLA JEAN niet alle beschikbare middelen zijn gebruikt om te bepalen of er gevaar was voor de aanvaring. Er is geen gebruik gemaakt van de radar terwijl de STOLT MERCURY ook daarop continu zichtbaar was (Voorschrift 7 Colregs);
- aan boord van de STOLT MERCURY werden wel alle beschikbare (navigatie)middelen zoals ECDIS en radar gebruikt. Aan boord van de MISS CARLA JEAN zijn de beschikbare navigatiemiddelen niet gebruikt. De MISS CARLA JEAN was niet zichtbaar op de radar en gebruikte geen AIS;
- ook visueel was de MISS CARLA JEAN slecht zichtbaar. Uit het rapport van Oceanspect blijkt dat alleen het groene stuurboordlicht op het moment van de aanvaring werkte en de overige verlichting niet;
- verder geldt dat de mast en een paal het ‘eventuele’ schijnen van de rondom verlichting heeft onderbroken, waardoor de lichten vanaf de voorkant van het schip niet of zeer slecht zichtbaar waren. Als er al werkende vislichten werden gevoerd, dan waren deze niet of zeer beperkt zichtbaar voor de STOLT MERCURY.
7.4.5.
Stolt betwist de schade van Caribbean Seafarms integraal vanwege (kort gezegd) het ontbreken van overtuigend bewijs van de diverse schadeposten. Stolt beroept zich daarnaast op verrekening met de schade die zij zelf heeft geleden.
7.5.
het oordeel: beide schepen hebben schuld aan de aanvaring op volle zee - de MISS CARLA JEAN heeft in overwegende mate schuld
7.5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de schepen elkaar in het geheel niet hebben opgemerkt voorafgaand aan de aanvaring. Zij hebben geen (marifoon)contact met elkaar opgenomen en geen van de schepen heeft een (nood)manoeuvre uitgevoerd om de aanvaring (alsnog) te voorkomen. Gelet op het feit dat beide schepen elkaar in het geheel niet hebben opgemerkt, wordt niet toegekomen aan de verwijten van Stolt dat de MISS CARLA JEAN geen geluidsseinen heeft gegeven voor de aanvaring en geen actie heeft ondernomen om de aanvaring te voorkomen. Daaraan gaat namelijk noodzakelijkerwijs vooraf dat de MISS CARLA JEAN de STOLT MERCURY voor de aanvaring had moeten hebben opgemerkt. Nu dat niet het geval is geweest en bovendien (als de schepen elkaar wel hadden opgemerkt) STOLT MERCURY dezelfde verwijten had kunnen worden gemaakt, zullen de voormelde verwijten van Stolt bij de beoordeling van de schuldvraag buiten beschouwing worden gelaten.
7.5.2.
Bij de beoordeling komt met name gewicht toe aan de wijze waarop de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN is genaderd (is dat met tegengestelde koersen geweest of is de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN gaan oplopen), de zichtbaarheid van beide schepen en of beide schepen alle beschikbare middelen hebben gebruikt om te bepalen of een gevaar voor aanvaring bestond.
7.5.3.
De rechtbank is van oordeel dat:
  • i) niet is gebleken dat de MISS CARLA JEAN bezig was met uitoefening van de visserij, zodat de STOLT MERCURY niet op die grond voor haar had moeten uitwijken;
  • ii) als uitgangspunt geldt dat de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN op tegengestelde koers is genaderd en beide schepen naar stuurboord hadden moeten uitwijken zodat de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN aan de bakboordzijde zou passeren;
  • iii) de STOLT MERCURY geen goede uitkijk heeft gehouden en onvoldoende heeft onderbouwd dat de MISS CARLA JEAN een zodanige ondeugdelijke verlichting heeft gevoerd dat haar visuele zichtbaarheid (ernstig) was beperkt;
  • iv) de MISS CARLA JEAN ook geen goede uitkijk heeft gehouden en niet alle beschikbare middelen heeft gebruikt om een aanvaring te voorkomen;
  • v) alles overwegende, de MISS CARLA JEAN in overwegende mate schuld heeft aan de aanvaring.
De rechtbank licht hierna per punt toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen
(i) niet gebleken dat de MISS CARLA JEAN bezig was met uitoefening van de visserij
7.5.4.
Uit Voorschrift 18 Colregs volgt dat een schip voorrang moet verlenen aan een schip dat bezig is met de uitoefening van visserij. Voorschrift 3 Colregs omschrijft ‘schip bezig met de uitoefening van de visserij’ als een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid beperken, maar omvat niet een schip dat vist met sleeplijnen of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid niet beperken.
7.5.5.
Caribbean Seafarms heeft gesteld en Stolt heeft weersproken dat de MISS CARLA JEAN op het moment van de aanvaring bezig was met het soort visserij waardoor haar manoeuvreerbaarheid was beperkt. Zo heeft Stolt betoogd dat de MISS CARLA JEAN weliswaar meerdere vislijnen had uitgezet, maar dat deze vislijnen niet aan het schip verbonden waren op het moment van de aanvaring. Ter zitting heeft Caribbean Seafarms benoemd dat er in dit geval over getwist kan worden of de MISS CARLA JEAN op het moment van de aanvaring wel bezig was met visserij die haar manoeuvreerbaarheid heeft beperkt. Zij heeft daarmee haar standpunt, dat de MISS CARLA JEAN vissende was, in het licht van het verweer van Stolt onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd en dit standpunt is dan ook niet vast komen te staan.
7.5.6.
De rechtbank komt niet toe aan beoordeling van de vraag of de MISS CARLA JEAN (zoals zij stelt en Stolt betwist) de juiste visverlichting heeft getoond en de STOLT MERCURY er dus vanuit moest gaan dat zij vissende was. De STOLT MERCURY heeft de MISS CARLA JEAN niet opgemerkt voor de aanvaring en heeft dan ook niet waargenomen welke verlichting de MISS CARLA JEAN op dat moment heeft getoond. Daarbij komt dat Caribbean Seafarms onvoldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd dat de MISS CARLA JEAN beperkt was in haar manoeuvreerbaarheid. Daarom kan in het midden blijven of de MISS CARLA JEAN de juiste visverlichting heeft getoond.
7.5.7.
Het standpunt van Caribbean Seafarms dat de STOLT MERCURY voorrang had moeten verlenen omdat de MISS CARLA JEAN vissende was, gaat dan ook niet op.
(ii) de STOLT MERCURY is de MISS CARLA JEAN op tegengestelde koers genaderd; beide schepen hadden naar stuurboord moeten uitwijken
7.5.8.
Stolt heeft erkend enige medeschuld te hebben aan de aanvaring. Die erkenning ziet op de omstandigheid dat sprake was van tegengestelde koersen, en dat beide schepen (ook de STOLT MERCURY) gehouden waren om naar stuurboord uit te wijken om een kop-op-kop aanvaring te voorkomen. Dat is niet gebeurd en dat levert enige schuld op aan de zijde van de STOLT MERCURY, aldus Stolt.
7.5.9.
Caribbean Seafarms heeft betoogd dat het ging om een oploopsituatie waarbij de MISS CARLA JEAN gestopt lag in het water en van achteren werd aangevaren door de STOLT MERCURY. Caribbean Seafarms verwijst naar Voorschrift 13 Colregs en meent dat de STOLT MERCURY als oplopend schip voorrang had moeten verlenen aan de MISS CARLA JEAN.
7.5.10.
De rechtbank volgt de stellingen van Stolt. De schade aan de MISS CARLA JEAN naar aanleiding van de aanvaring is zichtbaar aan de boeg, en niet aan het achtersteven. Dat die schade zich aan de boeg van de MISS CARLA JEAN bevindt blijkt uit meerdere stukken die Caribbean Seafarms in het geding heeft gebracht, namelijk:
- in de als productie 5 overgelegde
summary of eventsopgesteld door Maritime Services Division, Ministry of Works and Transport, Trinidad en Tobago staat vermeld: “
At approximately 5pm or a little thereafter, while the Captain was seated in his Captain's chair in the wheelhouse, he felt a heavy impact towards the starboard/bowside of the vessel. The impact threw the Captain out of his chair and the crew from their bunks in the accommodation of the MCJ.”;
- in de als productie 22 overgelegde
summary of factsmet verklaringen van de kapitein en de bemanning staat:
“The vessel has a hole in the hull in the vicinity of the impact and that is one source of the water which had entered the vessel.”;
- in het als productie 29 overgelegde onderzoeksrapport van Tsunami Marine Ltd. zijn onder meer de volgende schades vermeld:

Side shell starboard side bow

Severe deformation of the plating from waterline to foredeck over an area of approximately 3 square metres

Forepeak

Forepeak bulkhead severely deformed at midspan and at connection to side shell plating port and starboard

Severe deformation on both port and starboard sides with all frames distorted and tripped

Two cracked and holed areas noted on forward plating and one on deckhead
7.5.11.
De locatie van de impact van de STOLT MERCURY is bovendien goed te zien op de foto’s in het rapport van Oceanspect (door Stolt overgelegd) en in het rapport van Tsunami Marine Ltd. Op die foto’s is een grote schade te zien aan de stuurboord voorzijde van de romp van de MISS CARLA JEAN.
7.5.12.
De argumenten van Caribbean Seafarms brengen hier onvoldoende tegen in. De foto’s van de CCTV-beelden van de STOLT MERCURY (zie onder r.o. 7.5.15) zijn te onduidelijk om te kunnen zien of de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN nu van achteren of van voren heeft genaderd. Verder blijkt ook uit de door Caribbean Seafarms overgelegde beelden van de boordcamera van de MISS CARLA JEAN niet dat zij, zoals Caribbean Seafarms stelt, van achteren is aangevaren en opzij wordt geduwd. Dat is op basis van (alleen) die camerabeelden niet te concluderen, want die beelden bieden juist ook steun voor het standpunt van Stolt dat de MISS CARLA JEAN na de aanvaring met 180 graden is gedraaid en vervolgens op de camera (die richting het achterschip van de MISS CARLA JEAN wijst) te zien is dat de STOLT MERCURY langs is gevaren.
7.5.13.
Dit leidt tot het oordeel dat beide schepen bij tegengestelde koersen waren gehouden om op grond van Voorschrift 14 Colregs ter voorkoming van een aanvaring beide naar stuurboord uit te wijken zodat de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN aan de bakboordzijde zou kunnen passeren. Dit levert schuld op aan de zijde van beide schepen.
(iii) de STOLT MERCURY heeft geen goede uitkijk gehouden; onvoldoende is onderbouwd dat de MISS CARLA JEAN met gebrekkige verlichting voer
7.5.14.
Tussen partijen is niet in geschil dat de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN voorafgaand aan de aanvaring in het geheel niet heeft opgemerkt. Stolt heeft in dit verband aangevoerd dat de MISS CARLA JEAN visueel slecht zichtbaar is geweest doordat de mast het rondom licht blokkeerde. Ook verwijst Stolt naar het door haar overgelegde expertiserapport van Oceanspect, waarin de deskundige na de aanvaring heeft geconstateerd dat alleen het linker groene licht van de MISS CARLA JEAN zou werken.
7.5.15.
Op de foto’s van de CCTV-beelden van de STOLT MERCURY vlak voor de aanvaring (als opgenomen in het expertiserapport van Oceanspect) is de MISS CARLA JEAN visueel te zien. Op de hieronder weergegeven foto’s is de MISS CARLA JEAN te zien op voormelde beelden:
7.5.16.
De kapitein van de STOLT MERCURY heeft verklaard dat toen de STOLT MERCURY na de aanvaring is teruggevaren en de plek naderde waar de aanvaring had plaatsgevonden: “
we saw light like a fishing boat and did contact with them. It was Miss Carla Jean.” [6]
7.5.17.
De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat niet vast is komen te staan dat de verlichting die de MISS CARLA JEAN voerde, dusdanig slecht of gebrekkig was dat daardoor haar visuele zichtbaarheid voor de STOLT MERCURY werd beperkt. De MISS CARLA JEAN was immers wel goed zichtbaar op de CCTV-beelden van de STOLT MERCURY en werd gezien door de kapitein toen de STOLT MERCURY was teruggevaren. De MISS CARLA JEAN had dus met een visuele uitkijk kunnen worden waargenomen.
7.5.18.
Dit leidt tot de conclusie dat de STOLT MERCURY geen goede visuele uitkijk heeft gehouden. Ook dit levert enige schuld aan de zijde van de STOLT MERCURY op.
(iv) de MISS CARLA JEAN heeft ook geen goede uitkijk gehouden en niet alle beschikbare middelen gebruikt om een aanvaring te voorkomen
7.5.19.
Ook de MISS CARLA JEAN heeft geen goede uitkijk gehouden en valt een verwijt te maken op grond van Voorschrift 5 Colregs.
7.5.20.
Vast staat dat de kapitein van de MISS CARLA JEAN zich in het stuurhuis bevond ten tijde van de aanvaring en dat de bemanning aan het rusten was. Ook staat vast dat de MISS CARLA JEAN de STOLT MERCURY in het geheel niet heeft zien aankomen. In de door Caribbean Seafarms als productie 5 overgelegde
summary of eventsopgesteld door Maritime Services Division, Ministry of Works and Transport, Trinidad en Tobago staat vermeld: “
At approximately 5pm or a little thereafter, while the Captain was seated in his Captain's chair in the wheelhouse, he felt a heavy impact towards the starboard/bowside of the vessel. The impact threw the Captain out of his chair and the crew from their bunks (…)”.
7.5.21.
Caribbean Seafarms heeft bepleit dat de kapitein wel een goede visuele uitkijk heeft gehouden, dat hij de wacht hield in het stuurhuis en ieder half uur een ronde liep over het dek van de MISS CARLA JEAN. Dit standpunt valt niet te rijmen met de vaststelling dat de kapitein door de aanvaring uit zijn stoel werd geworpen en de STOLT MERCURY – een groot tankschip dat vanaf een langere afstand te zien moet zijn geweest – in het geheel niet heeft zien aankomen. Uit het feit dat de kapitein van de MISS CARLA JEAN onverwachts uit zijn stoel werd geworpen, concludeert de rechtbank dat hij geen of onvoldoende visuele uitkijk heeft gehouden. Dat levert schuld op van de MISS CARLA JEAN aan de aanvaring.
7.5.22.
De rechtbank is verder van oordeel dat de MISS CARLA JEAN niet alle beschikbare middelen heeft gebruikt om een aanvaring te voorkomen in de zin van Voorschrift 7 sub a en b Colregs, omdat zij de STOLT MERCURY niet op de radar heeft waargenomen en omdat zij geen AIS heeft gebruikt waardoor zij zelf niet zichtbaar was op radar.
7.5.23.
Stolt heeft onweersproken gesteld dat aan boord van de STOLT MERCURY alle beschikbare (navigatie)middelen zoals ECDIS en radar werden gebruikt. De STOLT MERCURY was continu zichtbaar op radar en is om die reden waarneembaar geweest voor de kapitein van de MISS CARLA JEAN. Niet door Caribbean Seafarms gesteld of anderszins gebleken is dat de kapitein gebruik heeft gemaakt van de radarapparatuur om te bepalen of er een gevaar op aanvaring bestond. Had de kapitein van de MISS CARLA JEAN dit wel gedaan, dan had hij de STOLT MERCURY over een grote afstand kunnen waarnemen en vroegtijdig marifooncontact op kunnen nemen met de STOLT MERCURY.
7.5.24.
De rechtbank weegt bij de beoordeling verder mee dat de MISS CARLA JEAN geen gebruik heeft gemaakt van AIS en dat zij dus voor de bemanning van de STOLT MERCURY niet zichtbaar is geweest op radar. Door geen AIS te gebruiken, heeft de MISS CARLA JEAN de STOLT MERCURY de mogelijkheid ontnomen om haar tijdig via radar waar te nemen.
7.5.25.
De rechtbank volgt Caribbean Seafarms niet in haar stelling dat de STOLT MERCURY, al varende in een bekend visserijgebied, waar volgens haar op grond van de lokale voorschriften geen AIS hoeft te worden gebruikt, bedacht had moeten zijn op de aanwezigheid van vissersschepen zonder AIS die vissende zouden zijn.
Wat ook zij van de lokale voorschriften, op grond van Voorschrift 19.2.2.4 Solas-verdrag [7] was MISS CARLA JEAN verplicht om uitgerust te zijn met AIS. Stolt hoefde er dan ook niet bedacht op te zijn dat de MISS CARLA JEAN hier geen gebruik van maakte. Het verleggen van het risico voor het niet gebruiken van AIS naar het andere schip zou
ontoelaatbaar afbreuk doen aan de veiligheidsregels waarin het Solas-verdrag en de Colregs voorzien.
7.5.26.
Een en ander leidt tot het oordeel dat de MISS CARLA JEAN in strijd heeft gehandeld met Voorschrift 7 sub a en b Colregs en dat levert schuld aan haar zijde op.
(v) conclusie: beide schepen hebben schuld; 75% schuld MISS CARLA JEAN – 25% schuld STOLT MERCURY
7.5.27.
De vastgestelde fouten aan boord van de STOLT MERCURY zijn causaal aan de aanvaring. Hiervoor heeft de rechtbank vastgesteld dat de STOLT MERCURY geen goede uitkijk heeft gehouden omdat zij de MISS CARLA JEAN visueel had kunnen waarnemen. Omdat de STOLT MERCURY de MISS CARLA JEAN op tegengestelde koers naderde, had zij moeten uitwijken naar stuurboord om de kop-op-kop aanvaring te voorkomen.
7.5.28.
Ook de fouten aan boord van de MISS CARLA JEAN zijn causaal aan de aanvaring en wel in zodanige mate, dat zij in overwegende mate schuld heeft aan de aanvaring. Daarbij rekent de rechtbank het de MISS CARLA JEAN allereerst aan dat zij geen gebruik heef gemaakt van AIS. Aangenomen moet worden dat de STOLT MERCURY, als zij de MISS CARLA JEAN tijdig op radar had kunnen waarnemen, haar koers gewijzigd zou hebben om uit te wijken en/of marifooncontact zou hebben opgenomen met de MISS CARLA JEAN. Gelet op het niet gebruiken van AIS komt ook zwaarder gewicht toe aan het niet houden van een goede uitkijk door de kapitein van de MISS CARLA JEAN (de kapitein werd uit zijn stoel geworpen door de aanvaring) en het feit dat niet gesteld of gebleken is dat de kapitein gebruik heeft gemaakt van radarapparatuur om de STOLT MERCURY op grotere afstand waar te nemen. Tot slot had ook de MISS CARLA JEAN moeten uitwijken naar stuurboord om de aanvaring te voorkomen.
7.5.29.
Bij weging van de wederzijdse schuld van de beide schepen komt de rechtbank tot het oordeel dat de MISS CARLA JEAN voor 75% schuld heeft aan de aanvaring en de STOLT MERCURY voor 25%. Caribbean Seafarms en Stolt zijn als eigenaren over en weer aansprakelijk voor de door de aanvaring veroorzaakte schade aan het andere schip. De hierna te beoordelen schades zullen over en weer overeenkomstig de schuldverdeling moeten worden afgewikkeld.
7.5.30.
De rechtbank gaat hierna in op de vorderingen van Caribbean Seafarms en op de tegenvordering (het verrekeningsverweer) van Stolt.
7.6.
de schade van Caribbean Seafarms
7.6.1.
De door Caribbean Seafarms gevorderde schade van EUR 1.118.700,09 bestaat uit de door de verzekeraar uitgekeerde restwaarde van de MISS CARLA JEAN (EUR 247.021,17) en overige (niet vergoede) schade (in totaal begroot op EUR 871.678,92).
7.6.2.
Bij de aanvaring is het schip zwaar beschadigd geraakt en zijn twee bemanningsleden zwaargewond geraakt. Het schip was via verzekeraar TRINRE verzekerd tot TTD 2.000.000,00. De cascoschade is geraamd op TTD 2.268.455,05, een zogenaamde
constructive total loss. Tussen Caribbean Seafarms en TRINRE is een regeling getroffen waarbij de restwaarde van TTD 1.870.000,00 (omgerekend EUR 247.021,17) aan Caribbean Seafarms is uitgekeerd. Caribbean Seafarms moet en mag procederen voor de schade die door TRINRE aan haar is uitgekeerd.
7.6.3.
Daarnaast heeft Caribbean Seafarms schade geleden die niet door haar verzekeraar is vergoed. Die schade begroot zij als volgt: [8]
Schadeonderdeel
TTD
USD
EUR
1. Eigen risico
30.000,00
3.966,68
2. Vervangen scheepsonderdelen
38.750,00
5.123,63
3. Vervangen visgerei
73.753,40
66.280,34
4. Verlies van inkomsten gedurende de tijd dat het schip niet beschikbaar was door de aanvaring (december 2022 reis)
7.029,00
6.310,506.310,50
5. Verlies van inkomsten gedurende de tijd dat het schip niet beschikbaar was door de aanvaring (december 2022 – februari 2024)
717.814,96
645.082,36
6. Doorbetaling loon bemanning en kosten repatriëring van gewonde bemanningsleden
22.400,00
20.130,32
7. Diverse walkosten (Berthing, Security, Victuals, Shore Power and Crew Housing)
301.209,00
39.788,77
8. Verlies van inkomsten van MISS VIOLA (die haar reis heeft moeten afbreken om hulp te verlenen aan de MISS CARLA JEAN)
94.579,60
84.996,32
Totaal EUR
871.678,92
7.6.4.
Daarnaast vordert Caribbean Seafarms vergoeding van kosten van rechtsbijstand op Trinidad en Tobago (EUR 64.000,00). Tot slot vordert Caribbean Seafarms samengevat vergoeding van andere kosten en rente, alles uitvoerbaar bij voorraad.
7.6.5.
Stolt heeft de schadeomvang van Caribbean Seafarms integraal betwist vanwege het ontbreken van deugdelijk bewijs.
7.6.6.
De rechtbank gaat hieronder in op de diverse schadeposten van Caribbean Seafarms.
de cascoschade (inclusief eigen risico) wordt vastgesteld op € 250.000,00
7.6.7.
De rechtbank begrijpt uit de dagvaarding en stukken van Caribbean Seafarms dat de totale cascoschade bestaat uit de door TRINRE uitgekeerde cascoschade van € 247.021,17 en uit het eigen risico onder de polis van € 3.966,68 (productie 12 Caribbean Seafarms: ‘
The policy deductible / excess of loss under the relevant policy’). In dat verband vordert Caribbean Seafarms dus in totaal € 250.987,85.
7.6.8.
Stolt heeft aangevoerd dat Caribbean Seafarms de cascoschade niet heeft onderbouwd en dat enkel een regeling met haar verzekeraar geen voldoende bewijs is van de hoogte van de cascoschade. Stolt heeft evenwel, onder verwijzing naar een expertiserapport van [naam 3], aangegeven dat zij kan erkennen dat de cascoschade van Caribbean Seafarms € 250.000,00 is.
7.6.9.
De rechtbank zal de cascoschade op € 250.000,00 vaststellen.
Het verschil tussen dit (door Stolt) erkende bedrag en het door Caribbean Seafarms gevorderde bedrag van € 250.987,85 is € 987,85. Caribbean Seafarms heeft geen verdere onderbouwing gegeven voor de door haar gestelde totale hoogte van de cascoschade. Het niet erkende verschil van € 987,85 wordt daarom afgewezen.
de schade wegens vervangen van scheepsonderdelen wordt vastgesteld op € 5.123,63
7.6.10.
Caribbean Seafarms heeft onderbouwd gesteld dat het anker en de reddingsboot van de MISS CARLA JEAN verloren zijn gegaan. Zij heeft de kosten hiervan onderbouwd met stukken.
7.6.11.
Stolt heeft deze schadepost niet gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank deze vaststelt op € 5.123,63.
de schade wegens vervangen van visgerei wordt vastgesteld op € 66.280,34
7.6.12.
Caribbean Seafarms heeft onderbouwd dat na de aanvaring visgerei verloren is gegaan omdat de MISS CARLA JEAN deze achter heeft moeten laten na de aanvaring. Het gevorderde bedrag is onderbouwd met diverse stukken.
7.6.13.
Stolt heeft deze schadepost onder verwijzing naar het rapport van [naam 3] betwist. Op basis van het rapport van [naam 3] meent Stolt dat deze post voor USD 36.862,00 redelijk is.
7.6.14.
De rechtbank constateert dat in het rapport van [naam 3] zonder een motivering is opgenomen dat de helft van het door Caribbean Seafarms gevorderde bedrag redelijk is. Ook vermeldt het rapport dat de MISS VIOLA terug had kunnen en moeten varen om het visgerei van de MISS CARLA JEAN op te halen. Het rapport van [naam 3] is naar het oordeel van de rechtbank op dit punt geen voldoende onderbouwing van de betwisting van Stolt. De rechtbank gaat bovendien niet erin mee dat de MISS VIOLA terug naar de locatie van de aanvaring op volle zee had moeten varen om het visgerei op te halen. Te meer nu de MISS VIOLA zelf al inkomsten had misgelopen door de hulpverlening aan de MISS CARLA JEAN en het alsnog terugvaren om visgerei op te halen nog extra (verlet)schade met zich mee zou kunnen brengen.
7.6.15.
De rechtbank stelt deze schadepost aldus vast op € 66.280,34.
verlies van inkomsten MISS CARLA JEAN in december 2022 (bedorven reeds gevangen vis) wordt vastgesteld op € 6.310,50
7.6.16.
De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Caribbean Seafarms dat deze schadepost betrekking heeft op een lading visvangst aan boord van de MISS CARLA JEAN tijdens haar visvangstreis in december 2022. Door de aanvaring met de STOLT MERCURY kreeg de MISS CARLA JEAN te maken met motor en/of generatorproblemen, waardoor de reeds gevangen vis niet goed (bij koude temperatuur) bewaard kon worden in het schip. Caribbean Seafarms heeft door overlegging van een berekening in een Excel-sheet betoogd dat de schade wegens bedorven vis USD 7.029,50 (omgerekend € 6.310,50) is.
7.6.17.
Stolt heeft deze schadepost niet voldoende gemotiveerd betwist.
7.6.18.
De rechtbank stelt deze schade vast op het gevorderde bedrag van € 6.310,50.
verlies van inkomsten MISS CARLA JEAN in de periode van december 2022 tot en met februari 2024 (visverlet) – volgt bewijsopdracht
7.6.19.
Deze schadepost van Caribbean Seafarms valt uiteen in twee delen, namelijk:
  • verlies van inkomsten wegens niet in december 2022 opgehaalde vangst van USD 68.787,95 (nog in zee uitgezette maar nog niet opgehaalde visnetten/-lijnen, door Caribbean Seafarms ook genoemd ‘
  • verlies van inkomsten gedurende 14 maanden (van januari 2023 tot en met februari 2024), zijnde de periode dat de MISS CARLA JEAN niet kon uitvaren vanwege reparatiewerkzaamheden. Onder verwijzing naar visinkomsten uit 2021 en 2022 stelt Caribbean Seafarms dat zij een tijdverlet heeft geleden van USD 46.359,07 per maand, zijnde USD 649.026,98 in totaal gedurende de reparaties aan de MISS CARLA JEAN.
7.6.20.
Stolt heeft het visverlet gemotiveerd betwist. In dat verband heeft zij onder meer betoogd dat niet gemotiveerd is waarom het visverlet is berekend over een zeer lange periode van één jaar en drie maanden, dat niet duidelijk is gemaakt waarom de reparaties aan de MISS CARLA JEAN zo lang hebben geduurd en dat ook niet is uitgelegd waarom geen vervangend schip is geregeld door Caribbean Seafarms. Onder verwijzing naar het expertiserapport van [naam 3] bepleit Stolt dat in de berekening moet worden uitgegaan van een visverlet van USD 18.000,00 in plaats van de door Caribbean Seafarms gebruikte USD 46.359,07 per maand.
7.6.21.
Ter zitting heeft Caribbean Seafarms uitdrukkelijk haar bewijsaanbod op dit punt herhaald. Daarnaast heeft de (via een videoverbinding vanuit Trinidad en Tobago deelnemende) advocaat mw. Alfonso toegelicht dat het visverlet zo hoog is omdat de verzekeraar er lang over heeft gedaan om de schade te betalen, omdat benodigde onderdelen voor de reparaties door de coronacrisis niet beschikbaar waren op Trinidad en Tobago en dat er geen financiële ruimte was om het schip te vervangen door een ander schip, waardoor er geen andere optie was dan de MISS CARLA JEAN te repareren.
Stolt heeft haar betwistingen ter zitting gehandhaafd.
7.6.22.
Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank aanleiding om Caribbean Seafarms op te dragen de hoogte van haar verlies van inkomsten in de periode van december 2022 tot en met februari 2024 te bewijzen. De rechtbank acht het evident dat Caribbean Seafarms enig visverlet heeft geleden als een gevolg van de aanvaring, maar Stolt heeft diverse gemotiveerde betwistingen aangevoerd tegen de periode waarover het visverlet is berekend en het maandelijkse bedrag aan visverlet waar Caribbean Seafarms in haar berekening van uit is gegaan. De zaak zal naar de rol worden verwezen.
doorbetaling loon bemanning en kosten repatriëring van gewonde bemanningsleden wordt vastgesteld op € 20.130,32
7.6.23.
De rechtbank zal deze schadepost als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststellen op het gevorderde bedrag van € 20.130,32. Stolt heeft de hoogte van deze kosten in zijn algemeenheid betwist en heeft niet zelf aangegeven wat dan volgens haar een redelijke omvang zou zijn. Ook het rapport van [naam 3] (waar Stolt zich op beroept) gaat niet concreet op deze schadepost in en bevat geen onderbouwing van de betwisting door Stolt.
diverse walkosten – volgt bewijsopdracht
7.6.24.
Deze schadepost valt uiteen in kosten voor ‘
berthing, security while berthed, sustenance for crew men, shore supply, housing for crew’, alsmede tickets voor de kapitein en de twee gerepatrieerde bemanningsleden.
7.6.25.
Stolt heeft onder verwijzing naar het rapport van [naam 3] de omvang van de kosten betwist. In het rapport van [naam 3] zijn diverse bezwaren aangevoerd tegen de diverse kosten:
“The claim is covering expenses for berthing, watchmen security and sustenance of crew.
The expenses mentioned in Trinidad and Tobacco dollars are in our opinion to high.
Furthermore shore supply is in our opinion not a damage expense instead it belongs to ordinary costs, as the vessel always need electric power.
Last but not least the claim consist expenses for housing of the crew including flight tickets.
When taken into account that the crew flew home, there are no expenses for housing of the crew as repairs are managed by the shore based technical staff of assured.
Part of the claim are the tickets for 3 persons travelling to South Korea (1) and Indonesia (2).
Crew members in general, travel with seamen discount in economy class, instead the ticket expenses mentioned in the claim are the costs for expensive tickets in business class.”
7.6.26.
Gelet op de betwisting van Stolt, moet Caribbean Seafarms ook de onderdelen van deze schadepost bewijzen. Zij zal ook hiertoe een bewijsopdracht krijgen.
verlies van inkomsten MISS VIOLA door hulpverlening wordt vastgesteld op € 84.996,32
7.6.27.
Vast staat dat de MISS VIOLA hulp heeft verleend aan de MISS CARLA JEAN. De MISS VIOLA heeft haar eigen visvangstreis onderbroken om de MISS CARLA JEAN te helpen en terug te slepen naar haar thuishaven in Chaguaramas.
7.6.28.
Caribbean Seafarms heeft verder toegelicht dat de MISS VIOLA zeven ‘
fishing sets’ in zee heeft moeten achterlaten om hulp te verlenen aan de MISS CARLA JEAN en dat zij daardoor tonijnvangst is misgelopen. Het verlies van de misgelopen visvangst wordt geschat op USD 140.317,32, de niet gemaakte (operationele) kosten op USD 45.737,73, zodat de misgelopen inkomsten van de MISS VIOLA USD 94.579,60 (omgerekend € 84.996,32) zijn.
7.6.29.
Stolt heeft de hoogte van het schadebedrag betwist. Zij heeft betoogd (onder verwijzing naar het rapport van [naam 3]) dat voor de misgelopen inkomsten van de MISS VIOLA moet worden uitgegaan van maximaal 14 dagen voor het terughalen van de MISS CARLA JEAN en daarna het weer ophalen van het visgerei en dat gerekend moet worden met een verlies van USD 1.500,00 per dag. Stolt stelt dat een bedrag van USD 21.000,00 redelijk is voor de assistentie door de MISS VIOLA.
7.6.30.
De rechtbank zal dit onderdeel van de schade als onvoldoende gemotiveerd betwist vaststellen op het gevorderde bedrag van € 84.996,32. De argumenten van Stolt en de opmerkingen in het rapport van [naam 3] over de MISS VIOLA gaan over de berekening van het dagbedrag en een redelijke periode waarover het inkomstenverlies van de MISS VIOLA moet worden berekend. Dit onderdeel van de vordering ziet echter niet op tijdverlet, maar enkel op misgelopen visvangst door het achter moeten laten van zeven
fishing nets. De argumenten van Stolt op dit punt doen dan ook niet terzake.
de kosten van rechtsbijstand op Trinidad en Tobago worden in een eindvonnis afgewezen
7.6.31.
Caribbean Seafarms heeft volledige kostenvergoeding gevorderd van € 64.000,00 aan kosten voor advocaat mw. Alfonso van een advocatenkantoor op Trinidad en Tobago.
7.6.32.
Die kosten komen niet apart voor vergoeding in aanmerking omdat zij reeds vallen onder de in deze procedure toe te kennen kostenvergoeding op basis van het liquidatietarief. In een eindvonnis zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.
7.7.
de schade van Stolt en haar beroep op verrekening – volgt bewijsopdracht
7.7.1.
Stolt stelt een tegenvordering op Caribbean Seafarms te hebben en beroept zich bij wijze van verweer op verrekening van dit bedrag met een aan Caribbean Seafarms te betalen schadevergoeding.
7.7.2.
De bevoegdheid van verrekening bestaat als Stolt een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan haar schuld jegens Caribbean Seafarms en Stolt bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.
7.7.3.
Stolt begroot haar schade in haar conclusie van antwoord op:
Reparatiekosten
USD
64.000,00
Verfkosten
USD
2.502,02
Tijdverlet
USD
95.580,60
Reiskosten superintendent
USD
1.308,82
Surveyor van DNV
USD
7.130,26
Agency kosten
USD
13.225,23
+
USD
183.746,93
7.7.4.
Daarnaast maakt Stolt aanspraak op vergoeding van kosten in verband met het vaststellen van schade en aansprakelijkheid (op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b Rv Pro) van (in totaal) USD 4.915,00 (kosten van experts Oceanspect en Taylor Engineering). Ook dit bedrag moet volgens Stolt bij het beroep op verrekening worden betrokken.
7.7.5.
Uitsluitend als de rechtbank zou oordelen dat de door Caribbean Seafarms gevorderde advocatenkosten voor vergoeding in aanmerking komen, vordert Stolt ook vergoeding en verrekening van gemaakte kosten van haar advocaat Cariconsult (totaal USD 13.880,00).
7.7.6.
Stolt heeft haar tegenvordering in de conclusie van antwoord zeer summier onderbouwd. Zij heeft geen concrete stellingen ingenomen over de omvang van de diverse door haar opgevoerde schadeposten of het causaal verband met de aanvaring. Die duidelijkheid heeft zij ook op zitting niet verschaft.
7.7.7.
Caribbean Seafarms heeft betwist dat Stolt de bevoegdheid tot verrekening heeft, omdat alle facturen zijn gericht aan Stolt Tankers B.V. (de schip manager van de STOLT MERCURY). Caribbean Seafarms heeft verder de hoogte van de schade betwist.
7.7.8.
Stolt heeft in haar conclusie van antwoord gesteld dat de facturen, hoewel die op naam staan van Stolt Tankers B.V., intern voor haar rekening zijn gekomen. Stolt heeft een bewijsaanbod gedaan om de lastgeving ter incasso te overleggen.
7.7.9.
Ondanks de summiere onderbouwing van de tegenvordering door Stolt, zal de rechtbank het verrekeningsverweer verder beoordelen en Stolt toelaten om bewijs te leveren zoals hieronder zal worden vermeld. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de aanvaring evident voor beide partijen schades heeft veroorzaakt en dat (ook) Caribbean Seafarms in de gelegenheid wordt gesteld om bewijs te leveren.
7.7.10.
De rechtbank draagt Stolt op om te bewijzen dat de (bedragen op de) door haar overgelegde facturen betrekking hebben op schade die is veroorzaakt door de aanvaring tussen de STOLT MERCURY en de MISS CARLA JEAN en voorts om te bewijzen dat er een lastgeving ter incasso is verstrekt op basis waarvan Stolt in deze procedure vorderingsgerechtigd is terzake de door haar opgevoerde schade als hierboven is vermeld. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen.
kosten in verband met het vaststellen van schade en aansprakelijkheid – beslissing wordt aangehouden
7.7.11.
Stolt heeft ook nog vergoeding van expertisekosten van in totaal USD 4.915,00 ter verrekening opgevoerd. De rechtbank zal een beslissing op dit punt aanhouden en behandelen in het eindvonnis.
vergoeding kosten Cariconsult
7.7.12.
De rechtbank begrijpt dat Stolt deze kosten uitsluitend vordert voor zover de advocatenkosten van Caribbean Seafarms voor het advocatenkantoor op Trinidad en Tobago voor vergoeding in aanmerking zouden komen. Aan deze voorwaarde is niet voldaan, zodat de rechtbank verstaat dat op deze kostenpost van Stolt niet behoeft te worden beslist.
7.8.
het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak
7.8.1.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol voor de bewijsopdrachten van partijen als vermeld onder r.o. 7.6.22 en 7.6.26 (Caribbean Seafarms) en r.o. 7.7.10 (Stolt).
7.8.2.
Alle verdere beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.

8.De beslissing

in de incidenten
8.1.
wijst de vorderingen in beide incidenten af;
8.2.
compenseert de kosten van de incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
8.3.
draagt Caribbean Seafarms op om te bewijzen:
- de hoogte van het verlies van inkomsten van de MISS CARLA JEAN in de periode van december 2022 tot en met februari 2024 (schadeonderdeel 5 in de tabel onder r.o. 7.6.3);
en
- de hoogte van de diverse kosten aan wal (schadeonderdeel 7 onder r.o. 7.6.3);
8.4.
draagt Stolt op om te bewijzen:
- dat de (bedragen op de) door haar overgelegde facturen betrekking hebben op schade die is veroorzaakt door de aanvaring tussen de STOLT MERCURY en de MISS CARLA JEAN op 30 december 2022;
en
- dat er een lastgeving ter incasso is verstrekt op basis waarvan Stolt in deze procedure vorderingsgerechtigd is terzake de door haar opgevoerde schade als hierboven is vermeld;
8.5.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
woensdag 15 juli 2026voor uitlating door Caribbean Seafarms en Stolt gelijktijdig, of zij het bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
8.6.
bepaalt dat Caribbean Seafarms en Stolt, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen;
8.7.
bepaalt dat Caribbean Seafarms en Stolt, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september 2026 tot en met februari 2027 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
8.8.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. D.L. Spierings in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan Wilhelminaplein 100/125;
8.9.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk tien dagen voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen;
8.10.
houdt iedere verdere beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings, bijgestaan door mr. B. Meeuwisse-den Boer, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
3266/2459

Voetnoten

1.Sea 181 Leasing Co. Limited wordt in de processtukken van beide partijen aangeduid als ‘Stolt’; die aanduiding neemt de rechtbank in dit vonnis over.
2.Automatic Identification System
3.Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen
4.Onder ‘werktuiglijk voortbewogen schip’ wordt verstaan: elk schip voortbewogen door machines (Voorschrift 3 sub (b) Colregs).
5.Zie voetnoot 4.
6.Productie S1 van Stolt, het expertiserapport van Oceanspect, pag. 5
7.Het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee
8.In de dagvaarding heeft Caribbean Seafarms de bedragen in TTD en USD omgerekend naar EUR