Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 14 november 2025 een ziektewetuitkering aangevraagd. Het UWV kende een voorschot toe, maar verklaarde verzoeker vanaf 3 februari 2026 arbeidsgeschikt, waardoor het recht op uitkering werd beëindigd. Verzoeker maakte bezwaar en kreeg uiteindelijk met ingang van 3 februari 2026 alsnog recht op uitkering.
Tegen het bestreden besluit werd beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening. De rechtbank behandelde het verzoek op 18 mei 2026, waarbij verzoeker niet verscheen. De voorzieningenrechter stelde vast dat het griffierecht van €54,- niet tijdig was betaald, ondanks een aangetekende aanmaning.
Omdat verzoeker geen verontschuldiging gaf voor het niet betalen, werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.