Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 oktober 2025 met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek.
2.De beoordeling
lening prive aan [gedaagde]” opgegeven. Daarmee heeft [eiser] duidelijk gemaakt dat de lening bedoeld was voor [gedaagde]. [eiser] mocht er ook op vertrouwen dat [gedaagde] partij was geworden bij de leningsovereenkomst. [gedaagde] heeft nadat [eiser] het bedrag had overgemaakt niet aan [eiser] laten weten dat de omschrijving bij de overmaking niet klopte en hij heeft ook niet op een andere manier aangegeven dat het ging om een lening aan zijn vennootschap. In de door [eiser] overgelegde correspondentie van na het aangaan van de overeenkomst geeft [gedaagde] bovendien meerdere keren aan dat hij het geleende bedrag nog niet kan terugbetalen, waarbij hij het dan steeds heeft over zijn persoonlijke situatie. De vennootschap wordt in de correspondentie verder geen enkele keer genoemd.