Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7146

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
10-077943-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet wapens en munitieArt. 2 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 2 lid 2 Wet wapens en munitieArt. 9a SrArt. 26 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging doodslag en geen straf voor wapenbezit

De verdachte heeft op 19 maart 2023 geprobeerd haar ex-partner te doden door hem in de borst te schieten met een vuurwapen. Dit gebeurde nadat zij ernstig door hem was mishandeld en zij zich naar de schuur had teruggetrokken. De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, maar dat het schieten niet proportioneel was. Wel is vastgesteld dat de verdachte handelde onder invloed van een hevige gemoedsbeweging als gevolg van de mishandeling, waardoor het beroep op noodweerexces slaagt. Hierdoor wordt zij ontslagen van alle rechtsvervolging voor poging doodslag.

Daarnaast is bewezen dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen en munitie in bezit had. Hoewel dit strafbaar is, legt de rechtbank geen straf of maatregel op vanwege de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de overschrijding van de redelijke termijn. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De verdachte heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en lijdt niet aan een geestelijke stoornis die haar toerekeningsvatbaarheid beïnvloedt.

De rechtbank baseert haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, deskundigenrapporten en het strafblad. De zitting vond plaats op 21 april 2026 en het vonnis is uitgesproken op 12 mei 2026 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor poging doodslag wegens noodweerexces en krijgt geen straf voor wapenbezit.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-077943-23
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Datum zitting: 21 april en 12 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres 1].
Advocaat van de verdachte: mr. M.H. Bahreman
Officier van justitie: mr. T. van den Bergh
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging doodslag en het bezit van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Ten aanzien van het eerste feit komt de verdachte een geslaagd beroep op noodweerexces toe en ten aanzien van het tweede feit wordt de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij op 19 maart 2023 geprobeerd heeft [slachtoffer] om het leven te brengen door hem eenmaal in zijn borst te schieten en dat zij op die datum samen met een ander een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
1
zij op of omstreeks 19 maart 2023 te Capelle aan den IJssel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een vuurwapen meerdere, althans een, kogel(s) heeft afgevuurd/afgeschoten op/in de richting van voornoemde [slachtoffer], waardoor voornoemde [slachtoffer] in de borst, althans in het lichaam, is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
zij op of omstreeks 19 maart 2023 te Capelle aan den IJssel, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, te weten een pistool van het merk Grand Power, model model G5, kaliber 9 mm browning (9mm kort),
en/of
(voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten meerdere, althans een, kogelpatro(o)n(en), kaliber 9mm Browning Kort, voorhanden heeft gehad.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd tot een bewezenverklaring van feit 1, te weten poging doodslag, en feit 2, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte geprobeerd heeft [slachtoffer] om het leven te brengen door hem in zijn borst te schieten. Ook is bewezen dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. [1]
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [4] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie [5]
Op zondag 19 maart 2023 te Capelle aan den IJssel zag ik ter hoogte van de [adres 2] dat het licht in de woning met [huisnummer] brandde. Ik keek door het keukenraam naar binnen en zag een vrouw staan. Deze vrouw stond met haar rug naar het keukenraam gedraaid. Ik zag dat deze vrouw haar beide armen voor zich uitstrekte. Ik zag dat de vrouw een zwart gekleurd vuurwapen vasthield. De vrouw hield het vuurwapen in de richting van de achterzijde van de woning. Deze vrouw bleek later te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats].
2.
Proces-verbaal van de politie [6]
Op zondag 19 maart 2023 kwamen wij ter plaatse aan het [adres 2].
Onderzoek keuken
Wij zagen in de rechterhoek van de keuken (gezien vanaf de woonkamer) een zwartkleurig vuurwapen (AAOX7781NL) op het aanrecht.
Onderzoek schuur
Op verschillende plaatsen op vloer troffen wij meerdere hulzen en kogelpatronen aan.
Bordje 4, huls bodemstempel "NNY-90 9-x''
,(AAOX7826NL);
Bordje 5, huls bodemstempel "380 euro PPU", (AAOX7825NL).
3.
Proces-verbaal van de politie [7]
Wapenomschrijving:
Goednummer : [proces-verbaalnummer 1]-6546780
Categorie omschrijving : Wapens/munitie/springstof
Object : Vuurwapen (Pistool)
Merk/type : Grand Power G9
Kleur : Zwart
Spoor identificatienr. : AAOX7781NL
Kaliber : 9mm browning (9mm kort)
Pistool(omgebouwd): Grand Power G9
Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een omgebouwd gaspistool (9 mm PAK) naar een kogel verschietend pistool in het kaliber 9 mm browning (9mm kort), merk Grand Power, model G5.
Derhalve is dit pistool met patroonmagazijn een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III, onder 1° van de Wet wapens en munitie.
4.
Deskundigenverslag [8]
Hulzen [AAOX7825NL en -26NL]
De huls [AAOX7825NL] is voorzien van het bodemstempel 'PPU 380AUTO'. De huls
[AAOX7826NL] is voorzien van het bodemstempel ' nnY-90 9-K'. Gezien deze
bodemstempels en de afmetingen zijn de twee hulzen van het kaliber 9mm Browning Kort.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 19 maart 2023 opzettelijk een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad. De verdachte had wetenschap van het wapen en de munitie en heeft daarover beschikkingsmacht gehad, wat bovendien is verwezenlijkt door het wapen die dag daadwerkelijk te gebruiken.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
zij op 19 maart 2023 te Capelle aan den IJssel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen meerdere kogels heeft afgevuurd in de richting van voornoemde [slachtoffer], waardoor voornoemde [slachtoffer] in de borst is geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2
zij op 19 maart 2023 te Capelle aan den IJssel, tezamen en in vereniging met een ander een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, te weten een pistool van het merk Grand Power, model G5, kaliber 9 mm browning (9mm kort),
en
(voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III, te weten meerdere kogelpatronen, kaliber 9mm Browning Kort, voorhanden heeft gehad.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
poging tot doodslag;
Feit 2
de eendaadse samenloop van:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
3.3.
Strafbaarheid van de verdachte
3.3.1.
Beroep op noodweer(exces)
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte ten aanzien van feit 1 dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat haar een beroep op noodweer, dan wel noodweerexces toekomt. Daartoe is aangevoerd dat sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, waartegen verdediging geboden was. De verdachte werd namelijk in huis door haar ex-partner [slachtoffer] mishandeld. Vervolgens is de verdachte naar de schuur gevlucht. [slachtoffer] achtervolgde de verdachte naar de schuur, kwam in de deuropening staan, deed een stap in de richting van de verdachte en uitte daarbij bedreigingen. Op dat moment zag de verdachte een vuurwapen liggen, richtte deze op de deuropening en schoot twee keer, waarbij één kogel [slachtoffer] heeft geraakt. De verdediging is van mening dat het schieten gezien deze omstandigheden proportioneel was.
Subsidiair heeft de raadsman een beroep gedaan op noodweerexces. Daartoe is aangevoerd dat, indien wordt geoordeeld dat niet aan de proportionaliteitsvereiste is voldaan, de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging door de verdachte het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de zware mishandeling van de verdachte door [slachtoffer].
3.3.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 1 gerekwireerd tot ontslag van alle rechtsvervolging, omdat de verdachte een geslaagd beroep op noodweerexces toekomt.
3.3.3.
Oordeel van de rechtbank
Vast is komen te staan dat [slachtoffer] de verdachte voorafgaand aan het schietincident ernstig heeft mishandeld, onder andere door haar tegen het hoofd en lichaam te trappen en stompen, door haar bij haar keel te pakken en haar keel dicht te knijpen en haar bij haar haren te pakken. De verdachte is naar de schuur gevlucht om zich te verschuilen. [slachtoffer] is haar gevolgd en in de deuropening van de schuur komen staan, deed een stap in haar richting en heeft daarbij bedreigingen geuit. Op dat moment heeft de verdachte het wapen gepakt en daarmee tweemaal in de richting van de schuurdeur, waar [slachtoffer] stond, geschoten, waarbij één kogel in zijn borst terecht is gekomen.
Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, waartegen de verdachte zichzelf mocht verdedigen. Anders dan de verdediging is de rechtbank evenwel van oordeel dat deze verdediging, door tweemaal met het vuurwapen op korte afstand in de richting van de verdachte te schieten, niet proportioneel was. Het is naar het oordeel van de rechtbank echter wel aannemelijk geworden dat de verdachte handelde ten gevolge van een hevige gemoedsbeweging als gevolg van de eerdere ernstige mishandeling.
De verdachte komt daarom een geslaagd beroep op noodweerexces toe. De verdachte is niet strafbaar ten aanzien van feit 1. De verdachte wordt ten aanzien van dit feit dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor feit 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf dagen met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de rechtbank primair om toepassing te geven aan art. 9a Wetboek van Strafrecht (Sr). Subsidiair verzoekt de verdediging de rechtbank om te volstaan met een straf niet hoger dan de tijd doorgebracht in voorarrest.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen en bijpassende munitie. Op 19 maart 2023 heeft de verdachte zelfs geschoten met dit vuurwapen in de richting van haar ex-partner, nadat zij ernstig door hem was mishandeld. Op basis van de spontane verklaring die de verdachte tijdens haar aanhouding heeft afgelegd, is het de rechtbank daarentegen gebleken dat zij niet pas – zoals zij ter zitting heeft verklaard – op het moment van het gebruiken van het vuurwapen op de hoogte was van de aanwezigheid van het vuurwapen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapporten van deskundige en de reclassering
In het rapport van psychiater [naam] van 5 februari 2024 staat het volgende. De verdachte lijdt niet aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens. Daarom is ook geen sprake van doorwerking of een vermindering van toerekening voor het ten laste gelegde, indien bewezen. Er kan geen uitspraak worden gedaan over het eventuele risico op recidive omdat er geen sprake is van een stoornis of doorwerking. De verdachte heeft in het algemeen weinig risicofactoren, haar echtgenoot woont inmiddels elders en de scheiding is in gang gezet.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 19 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ongeveer drie jaar en twee maanden verstreken.
Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.3.4.
Geen straf en maatregel
Op basis van de LOVS waar de rechtbank bij het opleggen van een straf rekening mee houdt, staat voor het aanwezig hebben van een categorie III vuurwapen een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank geen straf of maatregel aan de verdachte op.

5.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde feit 1 niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor dat feit van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte strafbaar voor feit 2;
Straf
Toepassing 9a Sr
bepaalt dat voor feit 2 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

6.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 mei 2026.
De griffier en de voorzitter zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier poging moord/doodslag met nummer [proces-verbaalnummer 1].
2.Verklaard tijdens de zitting van 21 april 2026.
3.Pagina 1 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2].
4.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier poging moord/doodslag met nummer [proces-verbaalnummer 1].
5.Pagina 3 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3].
6.Pagina 5 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4].
7.Pagina 62 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5].
8.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 92 e.v. van het zaaksdossier (vuur)wapens.