Uitspraak
[verdachte],
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
,(AAOX7826NL);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De verdachte heeft op 19 maart 2023 geprobeerd haar ex-partner te doden door hem in de borst te schieten met een vuurwapen. Dit gebeurde nadat zij ernstig door hem was mishandeld en zij zich naar de schuur had teruggetrokken. De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, maar dat het schieten niet proportioneel was. Wel is vastgesteld dat de verdachte handelde onder invloed van een hevige gemoedsbeweging als gevolg van de mishandeling, waardoor het beroep op noodweerexces slaagt. Hierdoor wordt zij ontslagen van alle rechtsvervolging voor poging doodslag.
Daarnaast is bewezen dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen en munitie in bezit had. Hoewel dit strafbaar is, legt de rechtbank geen straf of maatregel op vanwege de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de overschrijding van de redelijke termijn. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De verdachte heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en lijdt niet aan een geestelijke stoornis die haar toerekeningsvatbaarheid beïnvloedt.
De rechtbank baseert haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder politieprocessen-verbaal, deskundigenrapporten en het strafblad. De zitting vond plaats op 21 april 2026 en het vonnis is uitgesproken op 12 mei 2026 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor poging doodslag wegens noodweerexces en krijgt geen straf voor wapenbezit.