Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7170

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2607065:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onzekerheid nakoming verplichtingen

Mevrouw heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie met een schuldenlast van €24.537,76. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 13 mei 2026.

De rechtbank beoordeelt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen indien aannemelijk is dat mevrouw de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen en zich zal inspannen om baten voor de boedel te verwerven. Mevrouw ontvangt een PW-uitkering die lager uitvalt door de kostendelersnorm, omdat zij met meerderjarige kinderen samenwoont. Hierdoor is zij afhankelijk van onregelmatig ontvangen kostgeld, wat haar financiële situatie instabiel maakt.

Daarnaast is het op korte termijn niet mogelijk dat haar kinderen worden uitgeschreven, wat de situatie niet verbetert. De rechtbank vreest dat mevrouw daardoor niet aan haar verplichtingen kan voldoen, met name het voorkomen van nieuwe schulden. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. De rechtbank merkt op dat bij stabilisatie van de financiële situatie een nieuw verzoek meer kans van slagen kan hebben.

De uitspraak is gedaan door rechter B.J. Tideman en griffier A.B.T. Fernandes Pedra op 20 mei 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door een advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onzekerheid over nakoming verplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
rekestnummer: [nummer]
Uitspraakdatum: 20 mei 2026
Vonnis van
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 13 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
  • mevrouw [naam 1] ,
  • mevrouw N. Yerlikaya , beschermingsbewindvoerder,
  • mevrouw [naam 4] , schoonzus van mevrouw [naam 1] en tolk.

2.De feiten

Mevrouw [naam 1] ontvangt inkomsten uit PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 24.537,76.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat mevrouw [naam 1] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
Mevrouw [naam 1] woont met haar meerderjarige kinderen, waardoor de kostendelersnorm van toepassing is en haar uitkering lager uitvalt. Hierdoor is zij voor de betaling van haar vaste lasten afhankelijk van het ontvangen van kostgeld. Omdat zij dit kostgeld niet maandelijks en regelmatig ontvangt, is onzeker of haar financiële situatie stabiel is en blijft. Ter zitting is tevens gebleken dat het uitschrijven van haar kinderen op korte termijn niet mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat gelet hierop gevreesd moet worden dat mevrouw [naam 1] de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal kunnen nakomen, meer in het bijzonder de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Wanneer de financiële situatie van mevrouw [naam 1] door het regelmatig ontvangen van kostgeld of door het uitschrijven van haar kinderen is gestabiliseerd, biedt een nieuw Wsnp-verzoek wellicht meer kans van slagen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit is de beslissing van mr. B.J. Tideman, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026. [1]