Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7198

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
10-016512-26
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs van wetenschap en beschikking over xtc-pillen

De rechtbank Rotterdam sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging van medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 11 kilogram xtc-pillen. De verdachte was weliswaar aanwezig bij de overdracht van de drugs, maar het ontbrak aan bewijs dat hij wist van de aanwezigheid of dat hij de beschikking had over de xtc-pillen.

Op 16 januari 2026 werd een voertuig met een ANPR-melding gevolgd vanwege ondermijnende criminaliteit. Op een parkeerplaats in Rotterdam vond een overdracht plaats waarbij de verdachte aanwezig was. De tas die werd overgedragen bevatte ruim 11 kilo xtc-pillen. De verdachte verklaarde dat hij niet wist wat er in de tas zat en slechts mee was gegaan voor protectie.

De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat de verdachte aanwezig was bij de overdracht onvoldoende is om te concluderen dat hij wetenschap had van de drugs of dat hij de beschikking had over de xtc-pillen. De verklaring van de verdachte dat hij het gevoel had dat het geen zuivere koffie was, was niet voldoende om het tegendeel te bewijzen.

Daarom kon de rechtbank niet wettig en overtuigend vaststellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd, ook niet in voorwaardelijke zin. De verdachte werd vrijgesproken en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wetenschap had van de xtc-pillen of daarover beschikte.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-016512-26
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Datum zitting: 29 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres].
Advocaat van de verdachte: mr. D.R. Kops
Officier van justitie: mr. M.J.W van Breukelen
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het aanwezig hebben van ruim 11 kilogram xtc-pillen. De verdachte was weliswaar bij de overdracht van de xtc-pillen aanwezig, maar niet kan worden bewezen dat hij ook wetenschap had van de aanwezigheid daarvan of daarover kon beschikken.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met (een) ander(en) ruim 11 kilogram xtc-pillen aanwezig heeft gehad. De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 16 januari 2026 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 11343 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA, zijnde MDMA
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het ten laste gelegde feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
De politie ontving op 16 januari 2026 een ANPR-melding met betrekking tot een Seat Ibiza met kenteken [kenteken] Het voertuig was in het ANPR-systeem geplaatst in verband met ondermijnende criminaliteit. Het voertuig werd bestuurd door [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]). [medeverdachte 1] reed naar een parkeerplaats bij het Prinsenplein in Rotterdam, waar hij [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en de verdachte ontmoette. [medeverdachte 1] droeg daar een Aldi-tas over aan [medeverdachte 2]. Vervolgens werden de verdachten aangehouden. De tas bleek ruim 11 kilo aan xtc-pillen te bevatten.
De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hem was gevraagd om met iemand mee te gaan en dat hij niet had gevraagd waarvoor. Hij wist niet dat het om drugs ging en hoefde naar eigen zeggen slechts mee te gaan voor protectie. De verdachte is toen door iemand opgehaald en is met die persoon in de auto meegegaan naar de ontmoeting op de parkeerplaats. De verdachte verklaarde wel dat hij van te voren het gevoel had dat het geen zuivere koffie was.
Het enkele gegeven dat de verdachte bij de overdracht van de Aldi-tas aanwezig was, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer leiden tot de conclusie dat hij ook wist of had kunnen weten wat er in de Aldi-tas zat. Evenmin kan worden vastgesteld dat hij de beschikkingsmacht had over de in die tas aangetroffen xtc-pillen. De verdachte ontkent dat hij wist wat zich in de Aldi-tas bevond en bewijsmateriaal voor het tegendeel daarvan ontbreekt. Dat verdachte heeft verklaard dat hij het gevoel had dat het geen zuivere koffie was, is onvoldoende om te concluderen dat hij zich bewust in een situatie begaf waarin hij er donder op kon zeggen dat er drugs vervoerd of overgedragen zouden worden.
De rechtbank kan daarom niet wettig en overtuigend bewezen verklaren dat de verdachte al dan niet samen met een of meer anderen opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, harddrugs aanwezig heeft gehad. De verdachte wordt daarvan daarom vrijgesproken.

3.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

4.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. A.M.H. Geerars en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 29 april 2026.
Mr. A.M.H. Geerars is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.