Partijen, die tot mei 2024 een affectieve relatie hadden, hebben een minderjarig kind. De vrouw heeft het gezag en het kind verblijft bij haar. Er is een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind regelmatig bij de man verblijft. De man vordert in kort geding dat de vrouw gehouden wordt de omgangsregeling na te komen, met dwangsom en kostenveroordeling.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de omgangsregeling in beginsel wordt nagekomen. Vier keer is de omgang niet doorgegaan, waarvan één keer op initiatief van de man en drie keer door omstandigheden zoals ziekte en vakantie. De vrouw heeft compensatie aangeboden die de man niet accepteerde. Er is geen sprake van structureel niet-nakomen.
De uitvoering verloopt met ruzies en communicatieproblemen, veroorzaakt door de verstoorde relatie en verschillen in opvattingen over communicatie. De man wil strikte naleving en minimale communicatie, de vrouw wil juist betere afstemming. Mediation werd voorgesteld maar door de man afgewezen.
De voorzieningenrechter ziet geen spoedeisend belang voor een ordemaatregel omdat de regeling in principe wordt nagekomen en de procedure niet geschikt is om de uitvoering nader te onderzoeken. De reeds lopende bodemprocedure is hiervoor bedoeld. De kosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.