Mevrouw heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie met een schuldenlast van bijna €75.000. Tijdens de zitting op 7 mei 2026 is gebleken dat zij inkomsten ontvangt uit een PW-uitkering en dat er twijfels zijn over haar bereidheid en vermogen om de verplichtingen van de regeling na te komen.
De rechtbank oordeelt dat mevrouw onvoldoende saneringsgezind is. Zij heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de regeling en uitte kritiek op de beschermingsbewindvoerder over het beheer van een nieuwe schuld. Tevens verliet zij de zitting voortijdig uit boosheid. De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat mevrouw recent een auto op haar naam heeft gezet, die zij wil verkopen om extra geld te verkrijgen.
Gezien de zware verplichtingen die rusten op een schuldenaar tijdens de Wsnp en de houding van mevrouw, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat zij aan deze verplichtingen zal voldoen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zijn, maar deze zijn niet nader uitgewerkt in het vonnis.