ECLI:NL:RBROT:2026:7227

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718096 / KG ZA 26-353
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:267 BWArt. 1:268 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrouw niet-ontvankelijk in verzoek tot schorsing gezag man over minderjarigen

De vrouw heeft een kort geding aangespannen tegen de man met het verzoek om hem te schorsen in het gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen, mede vanwege bedreigingen die de man in februari 2026 zou hebben geuit. Tevens verzocht zij om vervangende toestemming voor het aanvragen en verlengen van een paspoort voor een van de minderjarigen en andere handelingen die verband houden met het gezag.

De man is niet verschenen ondanks behoorlijke oproeping, waardoor verstek is verleend. De rechtbank oordeelt dat schorsing van het ouderlijk gezag niet door een ouder kan worden gevorderd, maar uitsluitend door de raad voor de kinderbescherming of het Openbaar Ministerie, zoals bepaald in de artikelen 1:267 en 1:268 BW. Daarom is de vrouw niet-ontvankelijk in haar primaire vordering tot schorsing.

De subsidiaire vordering tot vervangende toestemming voor het paspoort van de minderjarige wordt eveneens afgewezen, mede omdat de vrouw niet aan de man om toestemming heeft gevraagd en er geen spoedeisend belang is. De overige vorderingen die samenhangen met het gezag worden ook afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schorsing van de man in het ouderlijk gezag en haar verzoek tot vervangende toestemming wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Civiel recht
Zittingsplaats Rotterdam
Zaaknummer: C/10/718096 / KG ZA 26-353
Vonnis in kort geding van 6 mei 2026
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. F. Durdu (voorheen als advocaat: mr. H. Durdu)
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de betekende dagvaarding met bijlagen van de vrouw van 15 april 2026.
Ook is overgelegd het bericht met bijlagen van de vrouw, tevens houdende akte vermeerdering van eis van 17 april 2026. Omdat de vrouw dit bericht niet aan de man heeft betekend en de man niet in de procedure is verschenen, zal de voorzieningenrechter dit bericht niet toelaten.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 april 2026.
Bij die gelegenheid zijn gehoord:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 23 september 2013 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 28 april 2014 is die beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats] .
2.3.
Het ouderlijk gezag over de minderjarigen wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.
2.4.
De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de vrouw.
2.5.
De vrouw heeft op 10 maart 2026 een verzoekschrift ingediend tot beëindiging van het gezamenlijk gezag.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
3.2.
De vrouw vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. de man onmiddellijk te schorsen in het ouderlijk gezag over de minderjarigen, althans een zodanige voorziening te treffen waardoor de vrouw voor de duur van de bodemprocedure alleen bevoegd is om beslissingen over de minderjarigen te nemen;
subsidiair:
II. haar vervangende toestemming te verlenen voor:
- de aanvraag en verlenging van een paspoort voor de minderjarige [minderjarige 2] ;
- het verrichten van alle noodzakelijke (spoedeisende) administratieve en medische handelingen over de minderjarigen;
III. te bepalen dat zij zonder medewerking van de man bevoegd is tot:
- het nemen van beslissingen over school, medische zorg en verblijf;
- het beheren van de kinderrekeningen, waaronder begrepen het openen, wijzigen en sluiten daarvan;
IV. te bepalen dat de man geen inzage heeft in:
- de bankrekeningen van de minderjarigen;
- andere persoons- en administratieve gegevens van de minderjarigen, voor zover dit noodzakelijk is om haar veiligheid en die van de minderjarigen te waarborgen.
Sub I) Schorsing ouderlijk gezag
3.3.
De vrouw stelt dat de man in februari 2026 de minderjarigen en haar met de dood heeft bedreigd en dat hij daarbij heeft aangegeven hen dood te zullen schieten. De vrouw vernam dit telefonisch via een deurwaarder, tegen wie de man die bedreigingen heeft geuit. De vrouw heeft aangifte hiervan gedaan bij de politie. Volgens de vrouw vindt op 29 april 2026 de strafzitting plaats. De minderjarigen en de vrouw zijn angstig en de vrouw vreest voor haar veiligheid en die van de minderjarigen. Daarnaast heeft de vrouw kinderrekeningen geopend voor de minderjarigen en zij is bang dat er veiligheidsrisico’s voor de minderjarigen ontstaan, omdat de man als gezagsouder inzage heeft in die kinderrekeningen en hij de minderjarigen op die manier kan volgen in hun doen en laten. Verder heeft de vrouw aangegeven dat de man sinds november 2024 feitelijk geen invulling meer geeft aan het gezag en dat geen overleg of communicatie tussen hen plaatsvindt. De man is niet bereikbaar, de vrouw weet ook niet waar de man verblijft en gezien de recente bedreigingen kan overleg met de man ook niet meer van haar gevergd worden, aldus de vrouw. Inmiddels heeft zij bij deze rechtbank een bodemprocedure opgestart om het gezamenlijk gezag te beëindigen.
3.4.
Ondanks de door de vrouw gestelde problematiek en de angst die bij haar en de minderjarigen is onstaan, zal de vrouw niet-ontvankelijk worden verklaard in haar primaire vordering tot schorsing van het ouderlijk gezag van de man over de minderjarigen. Gelet op het bepaalde in artikelen 1:267 BW en 1:268 BW kan schorsing van het ouderlijk gezag niet door een ouder van een kind worden gevorderd of verzocht. Het indienen van een dergelijk verzoek is voorbehouden aan de raad of aan het Openbaar Ministerie.
Sub II) Vervangende toestemming aanvraag paspoort [minderjarige 2]
3.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd dat bij de subsidiaire vordering om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag en verlenging van het paspoort, daarmee niet het paspoort van [minderjarige 2] is bedoeld, maar het aanvragen van een identiteitskaart voor [minderjarige 1] . De advocaat van de vrouw verzoekt de voorzieningenrechter om de vordering zo te lezen.
3.6.
Gelet op het feit dat de man tijdens de mondelinge behandeling niet is verschenen, kan de voorzieningenrechter de vordering over het verlenen van vervangende toestemming voor een paspoort voor [minderjarige 2] , niet anders lezen dan zoals deze in de dagvaarding is geformuleerd.
3.7.
Vooropgesteld wordt dat de vrouw om haar moverende redenen aan de man niet om zijn vereiste toestemming heeft gevraagd voor het verlengen van het paspoort van [minderjarige 2] . De vrouw is dan ook niet-ontvankelijk in haar vordering om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige 2] . Daarbij komt dat [minderjarige 2] nu een identiteitskaart heeft die geldig is tot juni 2027. Van verlenging van deze identiteitskaart is momenteel nog geen sprake, nog daargelaten dat er in dat geval geen sprake zou zijn van enig spoedeisend belang. Tot slot wijst de voorzieningenrechter erop dat minderjarigen van 12 jaar en ouder zelf een identiteitskaart mogen aanvragen, waarbij geen toestemming van de ouders nodig is.
De overige vorderingen: het verrichten van handelingen in gezagszaken
3.8.
Alle overige vorderingen van de vrouw zien bij uitstek op handelingen in het kader van de uitoefening van het ouderlijk gezag, waarmee de vrouw in feite hetzelfde beoogt als met haar primaire vordering tot schorsing van de man in het gezag. Zoals hiervoor overwogen, is de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering tot schorsing van het gezag van de man. Het voorgaande leidt ertoe, dat de vrouw ook in haar overige (subsidiaire) vorderingen niet ontvankelijk zal worden verklaard.

4.Proceskosten

4.1.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen de man;
5.2.
wijst af de vordering tot vervangende toestemming voor de aanvraag en verlenging van het paspoort van [minderjarige 2] ;
5.3.
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in al haar overige vorderingen;
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Egmond en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.