ECLI:NL:RBROT:2026:7247

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
12150418 CV EXPL 26-7713
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot terugbetaling ten onrechte geïncasseerde tv-bijdrage en proceskosten

Eiseres heeft Humanitas gedagvaard wegens het ten onrechte incasseren van bedragen voor tv-diensten van haar overleden echtgenoot, zowel voor als na diens overlijden. Zij vordert terugbetaling van €124,10 en vergoeding van de kosten van aangetekende brieven en proceskosten.

Humanitas erkent de fout, biedt excuses aan en heeft het bedrag van €124,10 reeds terugbetaald. De kosten van de aangetekende brieven erkent zij eveneens en wil deze vergoeden, maar heeft nog geen bankrekeningnummer ontvangen. De rechtbank veroordeelt Humanitas tot betaling van deze kosten.

De proceskosten worden eveneens aan Humanitas opgelegd, omdat zij ongelijk krijgt en de procedure niet onnodig is gestart. De kantonrechter begroot de proceskosten op €356,17. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Humanitas wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van aangetekende brieven en proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12150418 CV EXPL 26-7713
datum uitspraak: 19 juni 2026
vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres], hierna: ‘[eiseres]’,
woonplaats: [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. Heijstek (Juridisch Advies Rotterdam),
tegen
STICHTING HUMANITAS, hierna: ‘Humanitas’,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door [naam], bedrijfsjurist.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 17 maart 2026, met bijlagen;
  • de schriftelijke reactie van Humanitas, met bijlagen;
  • de conclusie van repliek, met bijlagen;
  • de schriftelijke reactie van Humanitas.

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] eist samengevat:
  • Humanitas te veroordelen aan haar te betalen € 124,10, vermeerderd met de kosten van de aangetekende brieven,
  • Humanitas te veroordelen in de proceskosten, en
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
Ter toelichting heeft zij – kort en goed – gesteld dat Humanitas ten onrechte bedragen heeft geïncasseerd voor tv-diensten aan de inmiddels overleden echtgenoot van [eiseres], zowel voor als na zijn overlijden. Ondanks herhaald verzoek is Humanitas echter niet overgegaan tot terugbetaling van die bedragen, in totaal € 124,10.
2.3.
Humanitas heeft op de vordering gereageerd. Op haar reactie en op wat [eiseres] verder heeft aangevoerd, wordt hierna, voor zover van belang voor de uitkomst, teruggekomen.

3.De beoordeling

3.1.
Humanitas heeft bij antwoord gesteld dat zij betreurt dat de (incasso van de) tv-diensten niet tijdig (is) zijn stopgezet, dat zij [eiseres] daarvoor haar excuses aanbiedt en dat zij het bedrag van € 124,10 inmiddels, op 19 maart 2026, aan [eiseres] heeft overgemaakt.
3.2.
[eiseres] heeft vervolgens niet betwist dit bedrag te hebben ontvangen zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat de hoofdsom is betaald. Dit deel van de vordering hoeft daarom niet meer te worden beoordeeld.
3.3.
Verder heeft Humanitas bij antwoord verklaard de kosten van de aangetekende brieven, € 60,05 in totaal, te willen en zullen vergoeden maar daarvoor van de gemachtigde van [eiseres] nog geen bankrekeningnummer te hebben ontvangen. Nu uit de daarna gewisselde processtukken niet is gebleken dat Humanitas dit bedrag inmiddels heeft betaald, wordt zij daartoe hierna veroordeeld.
3.4.
Met betrekking tot de proceskosten wordt overwogen dat niet in geschil is dat Humanitas ten onrechte bedragen heeft geïncasseerd en dat zij ondanks herhaalde verzoeken heeft nagelaten die terug te betalen. Niet gezegd kan dan ook worden dat [eiseres] zonder recht of reden tot dagvaarding is overgegaan. Volgens de reactie van Humanitas heeft zij toen de gemachtigde van [eiseres] vergeefs om zijn bankrekeningnummer gevraagd om de geëiste bedragen en de explootkosten te kunnen betalen zodat de zaak zonder verdere proceskosten kon worden ingetrokken. Zij is niet bereid de door het niet reageren van die gemachtigde gevallen proceskosten te betalen. Daarmee miskent zij echter dat de gemachtigde van [eiseres] ook de dagvaarding heeft opgesteld, waarvoor hem, althans [eiseres], volgens de geldende forfaitaire tarieven € 43,- aan gemachtigdensalaris toekomt. Nu uit haar stellingen niet blijkt dat Humanitas zich voor de eerst dienende dag bereid heeft verklaard ook dit bedrag te betalen, kan niet gezegd worden dat [eiseres] de procedure ten onrechte heeft doorgezet.
3.5.
Dat alles betekent dat de proceskosten voor rekening van Humanitas komen, nu zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan [eiseres] moet betalen op € 155,67 aan dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor haar gemachtigde (twee punten á € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 356,17. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3.6.
Wat verder is aangevoerd, meer bepaald over de communicatie tussen Humanitas en de gemachtigde van [eiseres], kan tot geen andere uitkomst leiden en blijft daarom onbesproken.
3.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Humanitas daartegen geen bezwaar heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als een van partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Humanitas om aan [eiseres] te betalen € 60,05;
4.2.
veroordeelt Humanitas in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 356,17;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
654