Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Procedure
2.Voorafgaande veroordeling
3.Vordering
- het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op een bedrag van € 337.239,-;
- het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 337.239,- ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel.
4.Standpunt verdediging
5.Beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
uitsluitendvia een IP-adres van de veroordeelde zijn ingediend. Voor de overige 67 aanvragers is (tenminste) een aanvraag en/of wijziging kinderopvangtoeslag ingediend via een IP-adres van de veroordeelde, maar is ook via een onbekend IP-adres (tenminste) een aanvraag of wijziging ingediend. [3]
ookdoor het handelen van de veroordeelde een bedrag aan kinderopvangtoeslag ten onrechte is uitgekeerd. De officier van justitie vindt het daarom aannemelijk dat de veroordeelde ook van deze 67 aanvragers een vergoeding voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen.
6.Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
7.Vaststelling van de betalingsverplichting
8.Maximale duur gijzeling
- voor bedragen tot € 50.000,- geldt een maximum van 360 dagen;
- voor bedragen tot € 500.000,- geldt een maximum van 720 dagen;
- voor bedragen van € 5.000.000,- of meer geldt een maximum van 1080 dagen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
€ 337.239,-(zegge:
driehonderdzevenendertigduizend tweehonderdnegenendertig euro);
€ 337.239,-(zegge:
driehonderdzevenendertigduizend tweehonderdnegenendertig euro) ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel;
590 dagen(zegge:
vijfhonderdnegentig dagen).