Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7259

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
10/005143-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 lid 5 OpiumwetArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen invoer grote hoeveelheid hasjiesj via Rotterdam The Hague Airport

De rechtbank Rotterdam heeft op 16 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen de verdachte, die samen met een ander ruim 35 kilo hasjiesj/hennep heeft ingevoerd in Nederland via Rotterdam The Hague Airport op 12 december 2022. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting en stond sinds oktober 2023 niet meer ingeschreven in Nederland.

De bewezenverklaring is gebaseerd op bewijsmiddelen zoals het aantreffen van koffers met bruine pakketjes hasjiesj, positieve MMC-tests, geurherkenning door verbalisanten, en camerabeelden waarop de verdachte en medeverdachte te zien zijn. Forensisch onderzoek bevestigde de aanwezigheid van cannabis in de aangetroffen pakketten.

De rechtbank kwalificeerde het feit als medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro A van de Opiumwet. Gezien de ernst van het feit en de bevindingen van het strafblad, dat geen recente soortgelijke veroordelingen bevat, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 11 maanden op. De redelijke termijn was overschreden, wat in mindering werd gebracht op de straf.

De rechtbank achtte een gevangenisstraf passend en noodzakelijk, waarbij rekening werd gehouden met de LOVS oriëntatiepunten voor soortgelijke zaken. De straf zal worden uitgevoerd in een penitentiaire inrichting totdat de verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf voor medeplegen invoer van ruim 35 kilo hasjiesj.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/005143-23
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Datum zitting: 2 juni 2026
Verstek
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
Officier van justitie: mr. P.L. van Montfoort
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander invoeren van een grote hoeveelheid hasjiesj in Nederland. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 11 maanden.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een ander ruim 35 kilo hasjiesj/hennep binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 12 december 2022,
te Rotterdam (Rotterdam The Hague Airport), althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hasjiesj/hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten:
- ( ongeveer) 16,509 kilogram hasjiesj/hennep en/of
- ( ongeveer) 19,170 kilogram hasjiesj/hennep,
althans een hoeveelheid hasjiesj/hasj van meer dan 30 gram, zijnde hasjiesj/hennep, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit.
2.2.
Oordeel van de rechtbank
2.2.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat:
hij op 12 december 2022,
te Rotterdam (Rotterdam The Hague Airport),
tezamen en in vereniging met één ander,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hasjiesj/hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten:
- ongeveer 16,509 kilogram hasjiesj/hennep en
- ongeveer 19,170 kilogram hasjiesj/hennep,
zijnde hasjiesj/hennep, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] .
1.
Proces-verbaal van de Douane [2] Op 12 december 2022 omstreeks 15.00 uur bevonden wij ons, gekleed in uniform, te Rotterdam, locatie Airportplein 60, in de aankomsthal. Wij, verbalisanten, waren bezig met het controleren van de bagage van passagiers komende vanuit Al-Hoceima, Marokko, met vluchtnummer HV5592.
Na afloop van de controle zag ik, verbalisant [persoon A] , een onbeheerde zwarte koffer staan. Ik zag dat deze koffer naast een kast stond in de buurt van de scan.
(…) Ik, verbalisant [persoon B] , ben de aankomsthal ingelopen, en zag aan het eind van de bagageband, naast een zitbank een onbeheerde grijze koffer staan.
Vervolgens hebben wij, verbalisanten, de koffers geopend en wij, verbalisanten, zagen in beide koffers ingepakte bruine pakketjes. Wij, verbalisanten [persoon B] en [persoon A] , roken een geur die ons bekend is als zijnde de geur van hasj, een middel dat staat op lijst 2 van de Opiumwet. Vervolgens heb ik, verbalisant [persoon C] , de inhoud van de koffers getest met een zogenaamde MMC test. Alle testen waren positief.
2.
Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee [3] Op 13 december 2022 zijn camerabeelden van Rotterdam The Hague Airport door het onderzoeksteam in ontvangst genomen. De camerabeelden bestrijken een tijdsperiode van 12 december 2022, 14:30 uur tot 12 december 2022, 16:15 uur.
Camerabeelden van de NN-personen
NN1
NN2
Naar aanleiding van de beelden kan het volgende worden vastgesteld:
• Op de onderzochte beelden is waarneembaar dat drie onbekende personen voornoemde handbagage rolkoffers met zich voerden. NN1 had de zilver/grijze koffer bij zich en NN2 de donkere koffer.
• Uit de waargenomen onderlinge communicatie en bewegingen blijkt dat zij samen reisden.
• Alle 3 personen hadden meer dan normale aandacht voor de Douanecontrole.
• NN1 en NN2 gaven de koffers aan elkaar om erop te passen in de bagagehal.
• NN1 en NN2 ontdoen zich bewust van hun koffers waarin later de verdovende middelen worden aangetroffen.
3.
Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee [4] Op camerabeelden afkomstig van Rotterdam The Hague Airport was te zien dat er op 12 december 2022, omstreeks 15:04 uur, NN1 , NN2 en NN3 hun paspoort aanboden bij de inreisbalie van de Koninklijke Marechaussee, waarbij een controle middels het Border Control Station (BCS) was uitgevoerd. Aan de hand van de BCS-data konden de drie onbekende personen geïdentificeerd worden. NN1 kon geïdentificeerd worden als [verdachte] van [geboortedatum] 1971. NN2 kon geïdentificeerd worden als [medeverdachte] van 1953.
4.
Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee [5] Naar aanleiding van het aantreffen van een partij vermoedelijk verdovende middelen werd op 23 januari 2023 door ons forensisch onderzoek verricht aan onderstaande sporendrager:
Onderzoek sporendrager SIN AAPZ7081NL
(…) Wij verbalisanten zagen na het openen van de koffer een laag zilverfolie met daaronder bruinkleurige pakketjes. (…) Na het weghalen van het karton zagen wij tussen de bruinkleurige pakketjes, twee (2) afwijkende pakketjes. Wij zagen dat één (1) pakket een blauwkleurige ballon betrof. Wij zagen dat het tweede afwijkende pakket een roodkleurige ballon betrof.
Blauwkleurige ballon
(…) In het plastic zakje zagen wij nog een klein plastic zakje met bruinkleurig, plantaardig materiaal (vermoedelijk hasjiesj). Na het wegen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij dat dit 11.1 gram netto woog. Na het testen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij op beide testen positief resultaat voor cannabis.
Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.
Roodkleurige ballon
(…) In het plastic zakje zagen wij nog drie (3) kleine plastic zakjes met bruinkleurig, plantaardig materiaal (vermoedelijk hasjiesj). Na het wegen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij dat dit 38,0 gram netto woog. Na testen van het bruin kleurig, plantaardig materiaal zagen wij een positief resultaat voor cannabis.
Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.
Bruinkleurige pakketjes
Na het tellen van de bruinkleurige pakketjes zagen wij dat de sporendrager honderdeenenzestig (161) bruine pakketjes betrof. Hiervan hebben wij na overleg met Officier van Justitie, R. NAHNKOESING, vijftien (15) contramonsters genomen. Allen testten positief op cannabis.
(…) Wij, verbalisanten, hebben willekeurig een aantal van hetzelfde formaat verpakkingen bruto en netto gewogen. Hierbij hebben wij het laagste netto gewicht vermenigvuldigd met het aantal aangetroffen verpakkingen. Totaal netto gewicht: 16.470 gram.
Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.
Definitie hasjiesj conform de Opiumwet:
Een gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten.
Hasjiesj staat vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.
5.
Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee [6] Naar aanleiding van het aantreffen van een partij vermoedelijk verdovende middelen werd op 24 januari 2023 door ons forensisch onderzoek verricht aan onderstaande sporendrager:
Onderzoek sporendrager SIN AAPZ7083NL
(…) Na het openen van de koffer zagen wij een zwartkleurig pakket met bruinkleurige tape eromheen gewikkeld. Nadat wij het pakket uit de koffer hadden gehaald zagen wij, verbalisanten, onder de bekleding van de koffer nog 3 kleine pakketten.
Na openen van de zwartkleurige plastic zak en 3 kleinere pakketten zagen wij dat de sporendrager tweehonderdzestig (260) bruine pakketjes betrof. Hieruit zijn vijfentwintig (25) contramonsters genomen. Alle testten positief op cannabis.
De bruine pakketjes zijn verdeeld in 3 partijen:
Partij 1: 30 stuks, met pakketjes van 99 gram per stuk
Partij 2: 110 stuks, met pakketjes van 96 gram per stuk
Partij 3: 120 stuks, met pakketjes van 47 gram per stuk
(…) Wij, verbalisanten, hebben willekeurig een aantal van hetzelfde formaat verpakkingen bruto en netto gewogen. Hierbij hebben wij het laagste netto gewicht vermenigvuldigd met het aantal aangetroffen verpakkingen.
Pakket 1: 2970 gram netto
Pakket 2: 10560 gram netto
Pakket 3: 5640 gram netto
Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van
11 maanden, daarbij rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft samen met een ander een grote hoeveelheid hasjiesj vanuit Marokko – via Rotterdam The Hague Airport – binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Door de invoer van softdrugs wordt de handel in drugs in Nederland bevorderd. De importeurs van die verdovende middelen kunnen mede verantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Handel in dergelijke stoffen, en alle daarmee samenhangende handelingen zoals invoer, dient dan ook te worden bestraft.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 12 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet recent is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf geen rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, nu hij niet ter terechtzitting is verschenen en er niets omtrent zijn persoonlijke omstandigheden bekend is, enkel dat hij sinds oktober 2023 niet meer staat ingeschreven in Nederland (en staat geregistreerd als vertrokken onbekend waarheen).
4.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. Het bewezen feit is gepleegd op 12 december 2022 en de verdachte is tot op heden nooit aangehouden. De rechtbank is, samen met de officier van justitie, van oordeel dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.2.4.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten (met betrekking tot het aanwezig hebben van softdrugs). Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank vindt de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 11 maanden opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 11 (elf) maanden.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en D. van Putten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.
Mr. Van Putten is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal Onderzoek [dossiernaam] .
2.pagina 42 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .
3.pagina 54 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] (proces-verbaal bevindingen camerabeelden RTHA).
4.pagina 77 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] (proces-verbaal van bevindingen onderzoek aangeleverde BCS-data).
5.pagina 111 e.v. van het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen.
6.pagina 119 e.v. van het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen.