ECLI:NL:RBROT:2026:7307
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering huur- en zorgtoeslag 2024 wegens onjuist opgegeven inkomen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin het recht op zorg- en huurtoeslag voor 2024 werd vastgesteld, resulterend in een terugvordering van €7.835,-. De Dienst Toeslagen had het recht op toeslagen vastgesteld op basis van het definitieve inkomen, dat hoger was dan het door eiser opgegeven geschatte inkomen.
Eiser stelde dat het inkomen van zijn dochter ten onrechte was meegenomen bij de huurtoeslag, omdat zij sinds eind 2023 niet meer bij hem woont. Tevens voerde hij aan dat de terugvordering hem in financiële problemen zou brengen en dat de gevolgen niet in verhouding stonden tot het administratieve probleem.
De rechtbank oordeelde dat het inkomen van de dochter terecht was betrokken bij de huurtoeslag omdat zij tot 23 mei 2024 op het adres van eiser stond ingeschreven. Voor de zorgtoeslag is alleen het inkomen van eiser en zijn partner relevant, en het gezamenlijke inkomen overschreed de grens waardoor geen recht op zorgtoeslag bestond.
De rechtbank vond dat de Dienst Toeslagen het recht op toeslagen correct had vastgesteld en dat eiser zelf verantwoordelijk was voor het onjuist opgeven van het inkomen. De psychische klachten van eiser waren onvoldoende onderbouwd om matiging van de terugvordering te rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van huur- en zorgtoeslag 2024 wordt ongegrond verklaard.