ECLI:NL:RBROT:2026:7311

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
ROT 25/6135
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:4 AwbArtikel D8 Kaderbesluit CGSArtikel D9 Kaderbesluit CGSArtikel D15 Kaderbesluit CGSArtikel D1 Besluit huisartsgeneeskunde
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen beperkte herregistratie huisarts wegens onvoldoende ANW-diensten

Eiser heeft verzocht om herregistratie als huisarts voor de gebruikelijke duur van vijf jaren, maar verweerder heeft de herregistratie slechts voor beperkte duur verleend omdat eiser niet het vereiste aantal van 250 uur aan avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW-diensten) heeft gedraaid.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het besluit heeft genomen om de herregistratie voor beperkte duur te verlenen. Eiser heeft slechts 27 ANW-diensten gedraaid, wat ver onder de norm ligt. Hoewel eiser bijzondere persoonlijke omstandigheden aanvoert, waaronder zijn vlucht uit Iran en zijn inzet in de praktijk, acht de rechtbank deze niet voldoende om van de regelgeving af te wijken.

De regelgeving is bedoeld om de kwaliteit en deskundigheid van huisartsen te waarborgen en daarmee de patiëntveiligheid te beschermen. De rechtbank stelt dat eiser door de beperkte herregistratie niet onevenredig wordt benadeeld, aangezien hij zijn vak kan blijven uitoefenen en in de toekomst opnieuw kan verzoeken om herregistratie.

Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser onvoldoende onderbouwing geeft en twee vergelijkbare gevallen onvoldoende zijn om een uitzondering te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de beperkte herregistratie van de huisarts wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende ANW-diensten en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/6135

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser

en

[verweerder] , verweerder

(gemachtigden: [persoon A] , [persoon B] en mr. A.E. Peters).

Procesverloop

1.1.
Met het primaire besluit van 24 januari heeft verweerder eisers inschrijving in het register van huisartsen voor beperkte duur hernieuwd tot 1 januari 2026.
1.2.
Met het bestreden besluit van 30 juni 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.
1.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 8 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door [persoon C] , praktijkmanager van eiser, en de gemachtigden van verweerder.

Samenvatting

2.1.
Deze uitspraak gaat over eisers verzoek om herregistratie als huisarts. Eiser heeft
verzocht om een herregistratie voor de gebruikelijke duur van vijf jaren, terwijl verweerder slechts een herregistratie voor beperkte duur heeft verleend.
2.2.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verweerder eisers herregistratie terecht
voor beperkte duur heeft hernieuwd. Eiser heeft niet het aantal avond-, nacht- en weekenddiensten gedraaid dat nodig is voor een herregistratie voor vijf jaren. Verweerder heeft terecht geen aanleiding gezien om in eisers geval af te wijken van dit vereiste. Het beroep van eiser is dus ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser met 27 avond- nacht en weekenddiensten (hierna: ANW diensten) niet het vereiste aantal van 250 heeft gehaald.
4. Uit het Besluit huisartsgeneeskunde, in samenhang gelezen met het Kaderbesluit CGS [1] , volgt dat over een periode van vijf jaren er 250 uur aan ANW diensten gedraaid moeten worden om voor een volledige herregistratie in aanmerking te komen. [2] De gewerkte uren bij Medtzorg kunnen slechts worden meegeteld gelijk aan het aantal ANW uren op een huisartsenpost. Eiser erkent dat hij niet aan de vereisten heeft voldaan.
5. De regelgeving over het herregistreren van huisartsen, waaronder begrepen het vereiste aantal ANW uren, is bedoeld om de kwaliteit en deskundigheid van huisartsen te kunnen waarborgen. Daarmee worden patiënten beschermd tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van huisartsen. Van deze regelgeving kan slechts worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden [3] of indien de gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. [4] Daar doet eiser een beroep op.
Het is bewonderingswaardig dat eiser, na zijn vlucht uit Iran en vele hindernissen, op latere leeftijd alsnog huisarts is geworden in Nederland met ruim 3.200 patiënten in zijn praktijk, dat hij vijf dagen in de week van 07:00 tot 19:00 uur en soms in de weekenden werkt en dat hij bijna 600 uur voor Medtzorg heeft gewerkt. Verweerder stelt tegelijkertijd terecht dat dit niet een bijzondere omstandigheid is als bedoeld in het Kaderbesluit. Eiser komt niet in de buurt van de gestelde urennorm. Dit weegt zwaar ten opzichte van het belang van de patiëntveiligheid. Het is daarbij een persoonlijke keuze van eiser om tenminste 60 uren per week in zijn praktijk te werken en daardoor niet in staat te zijn aan de vereisten te voldoen voor de gewenste herregistratie [5] .
Eiser wordt door de registratie voor beperkte duur te hernieuwen niet onevenredig benadeeld. Eiser kan zijn vak van huisarts blijven uitoefenen, zij het dat zijn herregistratie van kortere duur is. Een nieuwe herregistratie, al dan niet voor de duur van vijf jaren, blijft mogelijk.
6. Zijn stelling dat in twee gevallen wel een volwaardige herziening van vijf jaren is verleend terwijl niet het vereiste aantal ANW uren zijn gedraaid, onderbouwt eiser onvoldoende. Hij noemt bijvoorbeeld geen concrete controleerbare gegevens van die twee gevallen en overigens zijn twee gevallen in beginsel te weinig voor een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Besluit van 13 maart 2019 houdende de algemene eisen voor de opleiding, registratie en herregistratie voor de geneeskundig specialist en voor de erkenning van opleiders, opleidingsinstellingen en opleidingsinstituten
2.Zie de artikelen D8, D9 en D15 van het Kaderbesluit CGS en D1 van het Besluit Huisartsgeneeskunde.
3.D8.2 Kaderbesluit CGS: De RGS kan in bijzondere gevallen en met redenen omkleed afwijken van de in deze titel gestelde eisen.
4.Artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
5.Vergelijk Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:107.