Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Financiën van 15 september 2023, maar heeft het griffierecht van €184,- niet betaald ondanks meerdere aanmaningen van de griffier. Eiser stelde dat zijn beroep samenhing met een andere zaak (23/5173) waarvoor het griffierecht al was voldaan, en dat daarom slechts eenmaal griffierecht betaald hoefde te worden.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 8:41, derde lid, Awb. De besluiten betreffen verschillende AVG-verzoeken met verschillende inhoud en data, en er was geen gezamenlijke behandeling door de minister. Eiser heeft ook geen formeel verzoek ingediend om de zaken als samenhangend te laten behandelen.
Omdat eiser zonder uitdrukkelijke bevestiging van de rechtbank mocht aannemen dat het griffierecht voor beide zaken afzonderlijk betaald moest worden, en hij dit niet heeft gedaan, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en het bestreden besluit blijft in stand.