Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7317

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2609712:R-RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 316 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelt dat de schulden bij het CJIB niet te goeder trouw zijn ontstaan, wat normaal gesproken een belemmering vormt voor toelating.

Desondanks past de rechtbank de hardheidsclausule toe omdat de heer [naam 1] de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid onder controle heeft gekregen en een serieuze, saneringsgezinde houding toont. De rechtbank stelt vast dat hij zich bewust is van de verplichting geen nieuwe boetes te maken en voldoende vertrouwen bestaat dat hij aan de Wsnp-verplichtingen zal voldoen.

De rechtbank bepaalt de duur van de Wsnp op achttien maanden en wijst het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af, omdat niet is aangetoond dat aan de afdrachtverplichting is voldaan. Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de naleving van de verplichtingen en het beheer van de boedel.

Indien de heer [naam 1] zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de Wsnp wordt toegewezen voor achttien maanden met toepassing van de hardheidsclausule, zonder eerdere ingangsdatum.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
Zittingsplaats Dordrecht
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 8 juni 2026
op het verzoek van
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [adres 1] ,
verzoeker.
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 2 juni 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam 1] , verzoeker,
- de heer [naam 2] , schuldhulpverlener van de Sociale Dienst
Drechtsteden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden bij het CJIB, die binnen de drie-jaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om de heer [naam 1] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat de heer [naam 1] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden onder controle heeft gekregen. De heer [naam 1] heeft weliswaar nog steeds een auto, maar heeft gedurende een periode van één jaar geen nieuwe boetes meer gemaakt. Voor de rechtbank is dan ook voldoende aannemelijk geworden dat de heer [naam 1] zich ervan bewust is dat hij gedurende de Wsnp geen nieuwe boetes meer mag maken. Ook heeft de heer [naam 1] ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat de heer [naam 1] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
De heer [naam 1] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De heer [naam 1] heeft verzocht de looptijd zes maanden eerder te laten ingaan. De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste afdrachtverplichting is voldaan. Op basis van de ingediende stukken en dat wat op zitting is besproken kan niet worden vastgesteld dat aan de vereiste afdrachtverplichting is voldaan. Dit kan ook niet worden vastgesteld naar aanleiding van de aanvullende stukken die door schuldhulpverlening op 4 juni 2026 zijn overgelegd. De heer [naam 1] heeft gedurende het schuldhulpverleningstraject wel aan de inspanningsverplichting voldaan; nu hij de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam 1] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam 1] .
3.6.
Als de heer [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [adres 1]
;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder R.I. de Jong,
gevestigd te [adres 2]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 8 juni 2026 en de duur op achttien maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026. [1]