Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 6 maart 2026;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 13 mei 2026.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
verzorgingen
opvoedingvan de minderjarige, waarbij de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen, in strijd zijn met die van de minderjarige. Daarvan is in onderhavige procedure, die betrekking heeft op de geslachtsnaam, geen sprake. Nog los daarvan is de rechtbank in staat om een beslissing te nemen op basis van de bekende standpunten van partijen en de minderjarige en bestaat ook daarom geen aanleiding een bijzondere curator te benoemen.