De moeder verzoekt de rechtbank om haar ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te herstellen, nadat dit gezag was geschorst vanwege haar detentie in Finland sinds mei 2023. Tijdens haar afwezigheid was haar meerderjarige zoon benoemd tot tijdelijk voogd. De moeder is sinds augustus 2024 terug in Nederland en heeft haar verzorgings- en opvoedingstaken structureel en zelfstandig hervat.
De rechtbank heeft de procedure behandeld waarbij ook de tijdelijk voogd, de gezinscoach en de raad voor de kinderbescherming betrokken waren. De minderjarigen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt. De gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en de gezinscoach bevestigen dat de situatie binnen het gezin positief is en er geen signalen zijn van onveiligheid of ontwikkelingsbedreiging.
De rechtbank oordeelt dat het herstel van het gezag in het belang van de minderjarigen is en dat de moeder duurzaam in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen. De voogdij van de zoon wordt van rechtswege beëindigd en hij is verplicht verantwoording af te leggen over het gevoerde bewind. De proceskosten worden ieder door de eigen partij gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.