De rechtbank Rotterdam heeft op 19 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van betrokkenheid bij een hennepkwekerij, diefstal van elektriciteit en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie.
De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte op 2 maart 2021 in Rotterdam een vuurwapen van het merk FN 9010, kaliber 7.65mm, en diverse soorten munitie in bezit had. Verdachte heeft dit feit bekend. De beschuldigingen van het telen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit zijn niet bewezen verklaard, waarop verdachte daarvan is vrijgesproken.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn van bijna vijf jaar, terwijl de redelijke termijn twee jaar bedraagt. Gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn gezondheid en het ontbreken van recidive, is een gevangenisstraf van 22 dagen opgelegd, gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. voor materiële schadevergoeding is niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte is vrijgesproken van het feit waarop de vordering is gebaseerd.
De voorlopige hechtenis van verdachte is opgeheven. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.