ECLI:NL:RBROT:2026:738

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
10-060750-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van betrokkenheid bij hennepkwekerij en diefstal elektriciteit, veroordeling voor voorhanden hebben vuurwapen

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van betrokkenheid bij een hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit. De rechtbank sprak de verdachte vrij van deze beschuldigingen, maar veroordeelde hem wel voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 22 dagen, gelijk aan de tijd die hij al in voorarrest had doorgebracht. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, wat invloed had op de opgelegde straf. De benadeelde partij, Stedin Netbeheer B.V., werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering, omdat de verdachte was vrijgesproken van de feiten waarop de vordering was gebaseerd. De rechtbank heeft de zaak behandeld in een meervoudige kamer en de uitspraak is gedaan in tegenwoordigheid van de griffier.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-060750-21
Datum zitting en uitspraak: 19 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [plaatsnaam] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.J.R. van Walsem
Officier van justitie: mr. E. Blanken
Benadeelde partij: Stedin Netbeheer B.V.
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij een hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit, en hij wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en (bijbehorende) munitie. Aan hem wordt een gevangenisstraf van 22 dagen opgelegd, gelijk aan het voorarrest. De benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. is niet-ontvankelijk in de vordering.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij op of omstreeks 2 maart 2021 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk FN 9010, kaliber 7.65mm en/of munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- zes (6) bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber 6.65 mm en/of
- een (1) kogelpatroon van het kaliber 9 mm en/of
- drie (3) kogelpatronen van het kaliber .38 sp en/of
- 18 kogelpatronen van het kaliber .38 wc
voorhanden heeft gehad;
2 primair
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 2 maart 2021 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,(in een pand gelegen aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van ongeveer 315 (173 en/of 142) gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2 subsidiair
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] eb/of één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 2 maart 2021 te Rotterdam met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres 2] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 315 (173 en/of 142)hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 2 maart 2021 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 2 maart 2021 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Stedin, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 en hij moet worden vrijgesproken van de feiten 2 en 3.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 2 en 3 en heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1
Bewezen is dat de verdachte de beschuldiging onder 1 heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
-. De bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 19 januari 2026;
-. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 43 tot en met 52 van het procesdossier;
-. Het proces-verbaal Onderzoek vuurwapen, nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 64 tot en met 68 van het procesdossier.
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij op 2 maart 2021 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool, nl een pistool van het merk FN
1910, kaliber 7.65mm en munitie in de zin van artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- zes (6) bij het vuurwapen behorende, kogelpatronen van het kaliber
7.65 mm en
- een (1) kogelpatroon van het kaliber 9 mm en
- drie (3) kogelpatronen van het kaliber .38 sp en
- 18 kogelpatronen van het kaliber .38 wc
voorhanden heeft gehad.
2.3.3.
Vrijspraak feit 2 en 3
De beschuldigingen onder 2 en 3 zijn niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 22 dagen, met aftrek van de 22 dagen die hij in voorarrest heeft gezeten.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft eveneens verzocht een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft in zijn woning een vuurwapen met verschillende soorten munitie, waaronder bijbehorende munitie, voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. De ervaring leert dat vuurwapenbezit meer dan eens leidt tot het gebruik ervan.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.
Rapport reclassering
In het rapport van 21 mei 2021 staat onder meer dat de partner van de verdachte tijdens zijn preventieve hechtenis is overleden. Hij was daardoor destijds in diepe rouw. Er is geen sprake van schulden- en middelenproblematiek. Ook lijkt er geen sprake te zijn van psychische problematiek of een verstandelijke beperking. Er wordt een straf geadviseerd zonder bijzondere voorwaarden. De verdachte heeft geen hulpvragen en er is ook geen indicatie voor begeleiding of behandeling.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft ter zitting toegelicht dat het niet goed gaat met zijn gezondheid. Hij is onlangs geopereerd waardoor hij veel thuis zit. Hij heeft het er nog altijd moeilijk mee dat hij tijdens zijn voorlopige hechtenis niet aanwezig kon zijn bij de begrafenis van zijn vrouw, met wie hij 50 jaar getrouwd was. De verdachte ontvangt pensioen, maar kan daar nauwelijks van rondkomen.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 2 maart 2021, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan de datum van dit vonnis is een periode van bijna vijf jaren verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn ruimschoots is overschreden. De rechtbank zal daar rekening mee houden bij de op te leggen straf.
4.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank stelt vast dat het feit inmiddels jaren geleden is gepleegd. Het gaat volgens de verdachte om een wapen dat hij ooit in huis gevonden heeft, terwijl het er steeds niet van gekomen is dit in te leveren bij de politie. Zoals ter zitting is gebleken gaat het niet goed met de gezondheid van de verdachte. Daarnaast heeft hij geen relevante recidive en is gebleken dat de verdachte ook in de afgelopen jaren niet opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank de op te leggen straf beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

5.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 23 maart 2021 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.

6.Vordering van de benadeelde partij

6.1.
Vordering Stedin Netbeheer B.V.
Stedin Netbeheer B.V. heeft als benadeelde partij voor feit 3 als vergoeding van materiële schade € 4.417,07 gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de gevorderde materiële schade ziet.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart
niet bewezendat de verdachte de feiten 2 en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart
bewezendat de verdachte feit 1, zoals in hoofdstuk 2.3.2. is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3.1. vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 22 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (zijnde 22 dagen), in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk in de vordering (feit 3); bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en E.K.A. van den Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 januari 2026.
Mr. E.K.A. van den Bos en mr. Hessing zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.