Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Ook een nieuwe aanvraag van eiser voor het verlengen van de EGP is afgewezen en zijn bezwaar daartegen is ongegrond verklaard.
Op grond van het Uitvoeringsbesluit en de Beleidsregel is het een vereiste om in het bezit te zijn van een EGP alvorens de faciliteiten worden toegekend. Omdat eiser niet in het bezit was van een EGP, heeft het college terecht de gehandicaptenparkeerplaats ingetrokken. Ook heeft het college in redelijkheid de stadsbrede parkeervergunning kunnen intrekken. De rechtbank ziet in wat eiser aanvoert geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het intrekken van de faciliteiten in zijn geval onevenredig uitpakt. Het is daarbij van belang dat eiser op elk moment een nieuwe aanvraag voor een EGP kan indienen. Bij toewijzing daarvan kan hij de faciliteiten opnieuw aanvragen.