Art. 815 lid 2 RvArt. 815 lid 6 RvArt. 1:253a lid 1 BWArt. 3:185 BWArt. 3:301 lid 1 sub b BW
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Echtscheiding en afwikkeling huwelijkse voorwaarden met verdeling eenvoudige gemeenschappen
Partijen zijn gehuwd sinds 2002 en hebben een minderjarig kind geboren in 2010. De man is veroordeeld voor diverse strafbare feiten waaronder belaging en bedreiging, met een gevangenisstraf en voorwaarden waaronder huisverbod en behandeling.
De vrouw verzoekt echtscheiding wegens duurzame ontwrichting, hoofdverblijfplaats van het kind bij haar, en vervangende toestemming voor vakanties. De man betwist de ontwrichting niet en verzet zich niet tegen de verzoeken omtrent verblijf en contactregeling.
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap en een verrekenbeding. Er is onenigheid over de afwikkeling van de eenvoudige gemeenschappen, met name de woning en hypotheken. De rechtbank constateert geen overeenstemming en gelast een taxatie en wijze van verdeling, waarbij de man de mogelijkheid krijgt de woning over te nemen onder voorwaarden.
Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank spreekt echtscheiding uit, regelt verblijf en contact van het kind, verleent vervangende toestemming voor vakanties en gelast de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie
zaaknummers/ rekestnummers: C/10/704843 / FA RK 25-6112 en
C/10/719604 / FA RK 26-3790 (huwelijkse voorwaarden)
Beschikking van 17 juni 2026 over de echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw], hierna: de vrouw,
wonende op een geheim adres,
advocaat mr. J. Mulder te Rotterdam,
t e g e n
[de man], hierna: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. D.P. Kant te Capelle aan den IJssel.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 08 augustus 2025;
het verweerschrift, ingekomen op 4 november 2025;
de berichten met bijlage van de vrouw van 5 december 2025, 10 december 2025 en 8 mei 2026;
het bericht tevens inhoudend aanvullend/gewijzigd verzoek van de vrouw van 19 mei 2026 met bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de man, bijgestaan door zijn advocaat;
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .
1.3.
De minderjarige is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. De minderjarige heeft hier gebruik van gemaakt.
2.De vaststaande feiten
2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 1] op [datum] 2002.
2.2.
Het minderjarige kind van partijen is:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , hierna ook: [minderjarige] .
2.3.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
2.4.
Bij beschikking van de burgemeester van [plaats 1] is op 29 juni 2025 aan de man een huisverbod van 10 dagen opgelegd, welk huisverbod op 9 juli 2025 is verlengd.
2.5.
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2025 is de man veroordeeld voor belaging, bedreiging, vernieling, overtreding van een huisverbod, overtreding van een gedragsaanwijzing en het voorhanden hebben van wapens.
Hierbij is de man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 250 dagen, waarbij de tijd die de man voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Daarbij is bepaald dat 100 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist, met een proeftijd van 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de man één van de voorwaarden niet naleeft namelijk:
- de algemene voorwaarde dat de man zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt
- de bijzondere voorwaarden dat:
1. de man zich op binnen 5 werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij de reclassering
Leger des Heils te Rotterdam aanmeldt. De man blijft zich melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
2. de man zich laat behandelen inzake huiselijk geweld. middelengebruik en zijn psychische problematiek (ADHD en persoonlijkheid) door een passende instelling voor ambulante forensische GGZ. te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De man houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook liet innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
3. de man heeft of zoekt op geen enkele wijze direct of indirect contact met de vrouw en de dochter ( [dochter] ) en haar partner [partner dochter] , zolang het OM dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op de naleving van dit verbod.
4. de man zich niet bevindt in de wijken [wijk 1] en [wijk 2] in [plaats 2] , in [plaats 3] en in de straten [straat 1] en de [straat 2] in [plaats 4] . De politie ziet toe op de naleving van dit verbod.
5. de man meewerkt aan controle van het gebruik van speed en alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de man wordt gecontroleerd.
2.6.
Er is bij voornoemd vonnis tevens een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar opgelegd, inhoudende dat de man:
1a. zich niet bevindt in de wijken [wijk 1] en [wijk 2] in [plaats 2] , in Hendrik Ido
Ambacht en op de [straat 1] en de [straat 2] te [plaats 4] ;
1b. zich onthoudt van direct of indirect contact met de vrouw, [dochter] en partner [partner dochter] .
Daarbij is als uitzondering bepaald dat indirect contact uitsluitend mag plaatsvinden tussen de advocaten van de man en de vrouw voor zover noodzakelijk in het kader van de
afwikkeling van de echtscheiding of het ouderschapsplan/de omgangsregeling met
betrekking tot [minderjarige] .
3.De beoordeling
Scheiding
3.1.
De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.2.
Op grond van artikel 815 lid 2 RvPro, voor zover hier van belang, moet een (inleidend) verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten met afspraken over de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is in de wet geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. De rechtbank heeft daarom de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 RvPro).
3.3.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan overgelegd. De vrouw heeft voldoende gemotiveerd dat het voor haar op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank ontvangt de vrouw daarom in haar verzoek tot echtscheiding.
3.4.
De man betwist de gestelde duurzame ontwrichting niet en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.5.
De verzochte echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden uitgesproken.
Verblijfplaats
3.6.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij haar zal zijn.
3.7.
De man verweert zich niet tegen dit verzoek.
3.8.
De rechtbank beslist volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond. Niet is gebleken dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet.
Zorgregeling
3.9.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de contactregeling voorlopig tussen de man en de minderjarige zal verlopen volgens de aanwijzingen van de hulpverlening. Momenteel is er geen contact tussen de man en de minderjarige. De minderjarige wil nu ook uitdrukkelijk geen contact met zijn vader.
3.10.
De man verweert zich niet tegen dit verzoek.
3.11.
De rechtbank wijst het verzoek toe, omdat niet is gebleken dat het belang van de minderjarige zich tegen de verzochte regeling verzet.
Vervangende toestemming vakanties
3.12.
De vrouw verzoekt om haar vervangende toestemming te verlenen voor:
a. een vakantie van [minderjarige] naar Albanya , Spanje, van 18 tot 28 augustus 2026;
b. een vakantie van 18 juli 2026 tot 7 augustus 2026 van [minderjarige] met de vrouw samen naar
Oostenrijk;
c. toekomstige buitenlandse vakanties van [minderjarige] naar landen waarvoor ten tijde van vertrek
door het Ministerie van Buitenlandse Zaken een positief reisadvies geldt, althans landen
met een zogenoemd “groen” reisadvies.
3.13.
Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
3.14.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat het in het belang van de minderjarige is dat hij op vakantie kan gaan. Dit is ook het uitgangspunt van de rechtbank. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat het belang van de minderjarige zich verzet tegen de voorgenomen vakanties. De man heeft ook geen bezwaar tegen de verzoeken van de vrouw zoals onder 3.12. a t/m c omschreven, en is bereid daarvoor toestemming te verlenen, maar het schriftelijk verlenen van toestemming stuit op problemen, met name omdat de man tijdens de mondelinge behandeling geen identiteitsbewijs bij zich had en een kopie van een dergelijk stuk dient te worden bijgevoegd bij een formulier waarin die toestemming wordt verleend.
3.15.
De rechtbank zal de verzochte vervangende toestemming voor de vakanties op grond van het vorenstaande toewijzen. Om te voorkomen dat [minderjarige] met deze volledige beschikking op reis moet zal de rechtbank met betrekking tot deze vervangende toestemmingen een zogenaamde kennisgeving beschikking afgeven, waarin alleen die gegevens staan vermeld, relevant voor die vervangende toestemmingen.
Afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden
3.16.
De man en de vrouw hebben op 18 februari 2003 huwelijkse voorwaarden gesloten. Hierin staat -kort samengevat- dat elke gemeenschap is uitgesloten en is een jaarlijks
verrekenbeding opgenomen.
De verdeling van de eenvoudige gemeenschappen
3.17.
Nu partijen buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd zijn, kan slechts sprake zijn van één of meerdere eenvoudige gemeenschappen tussen partijen. Hierop zijn de artikelen van titel 7 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Tot een eenvoudige gemeenschap kan geen schuld behoren (met uitzondering van de aan de echtelijke woning gekoppelde hypothecaire geldlening nu deze lening onlosmakelijk is verbonden met de eigendom van de woning). De rechtbank leidt uit de stellingen van partijen af dat zij het erover eens zijn dat de volgende vermogensbestanddelen eenvoudige gemeenschappen vormen: de echtelijke woning gelegen aan de [adres] te [plaats 1] en de aan de echtelijke woning gekoppelde hypothecaire geldleningen bij de Rabobank met polisnummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] .
3.18.
De vrouw verzoekt - zoals gewijzigd/aangevuld bij brief van 19 mei 2026 en onder intrekking van het daarin genoemde verzoek ten aanzien van een boete van 10 procent over de waarde van de woning door de man aan de vrouw te voldoen - over te gaan tot afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden als volgt:
1. de man te veroordelen tot het verlenen van zijn medewerking aan de verkoop van
de woning door:
- binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van zijn aandeel in de eigendom van de woning staande en gelegen aan het adres [adres] ( [postcode] ) [plaats 1] , meer in het bijzonder door de als productie 8 overgelegde verkoopopdracht te tekenen van voornoemde makelaar [makelaar] te [plaats 1] , dan wel een andere door de rechtbank aan te wijzen makelaar, met dien verstande dat indien partijen niet gezamenlijk voornoemde makelaar opdracht geven tot de verkoop in onverhuurde staat, de vrouw bevoegd is tot het verstrekken van de opdracht aan voornoemd makelaarskantoor tot verkoop van de woning in onverhuurde staat;
- akkoord te gaan met de vraagprijs van de woning van € 599.000,- zoals door [makelaar] te [plaats 1] te geadviseerd dan wel binnen 14 dagen na de opdrachtverlening gezamenlijk de vraagprijs van de woning te bepalen, met dien verstande dat indien partijen niet gezamenlijk binnen genoemde 14 dagen na opdrachtverlening de vraagprijs hebben bepaald, de makelaar de vraagprijs bindend voor partijen vaststelt;
- onvoorwaardelijk mee te werken aan het verkooptraject van de woning, zoals uitgevoerd door en naar de inzichten van de makelaar;
- de woning en het daarbij behorende perceel met loods ten behoeve van de verkoop toegankelijk te maken en zich ten behoeve van die verkoop in schone, opgeruimde, verzorgde en representatieve staat te laten bevinden, een en ander volgens aanwijzing van de makelaar;
- zijn medewerking te verlenen aan toelating van potentiële kopers tot de woning als ook alle verkoopduidingen die op het erf en/of de woning door de makelaar zullen worden aangebracht ongewijzigd in stand te laten,
- binnen 7 dagen na een uitgebracht bod gezamenlijk de verkoopprijs van de woning te bepalen, met dien verstande dat indien partijen niet gezamenlijk binnen genoemde 7 dagen na het uitgebrachte bod de verkoopprijs hebben bepaald, de makelaar de verkoopprijs bindend voor partijen vaststelt, waarbij hij zal uitgaan van een spoedige verkooptermijn van uiterlijk een half jaar;
- medewerking te verlenen aan de totstandkoming van de koopovereenkomst en het notariële transport van de woning aan de koper ten overstaan van de door deze aan te wijzen notaris of diens plaatsvervanger;
- om uiterlijk zeven dagen voor de dag waarop de woning aan de kopende partij moet worden geleverd, deze woning te ontruimen en te verlaten en de sleutels ter vrije beschikking van de kopende partij te stellen dan wel binnen een door de rechtbank te bepalen termijn;
- medewerking te verlenen uit de verkoopopbrengst van de woning te voldoen de
aflossing van de hypothecaire geldschulden bij de Rabobank [plaats 2] / [plaats 3]
en de makelaars- en notariskosten, waarna de resterende netto verkoopopbrengst bij helfte verdeeld wordt tussen partijen;
2. te bepalen dat partijen elk gehouden zijn om de helft van de makelaarskosten en
overige overname- dan wel verkoopkosten te voldoen;
3. de man te veroordelen tot betaling van € 1.000,- per dag of gedeelte van de dag dat
hij zijn medewerking zoals omschreven onder 1.en 2. niet verleent, en verleent de
vrouw, indien een bedrag van € 3.000,- is bereikt, vervangende toestemming voor
alle onder 1. genoemde handelingen ter zake de verkoop en levering van de woning,
waarbij dit vonnis in de plaats treedt voor de toestemming van de man met bepaling
van de termijn als bedoeld in artikel 3:301 lid 1 sub b BWPro op zeven dagen;
4. te bepalen dat de vrouw gerechtigd is de aan de op de voormalige echtelijke woning
rustende hypothecaire geldlening verbonden rentecondities en rentevast afspraken
bij Rabobank, voor zover mogelijk, volledig (100%) mee te nemen en aan te wenden
ten behoeve van een door haar af te sluiten nieuwe hypothecaire geldlening.
3.19.
De man voert gemotiveerd verweer.
3.20.
Beide partijen stellen dat zij onderling afspraken hebben gemaakt over de afwikkeling van de eenvoudige gemeenschappen maar twisten over de inhoud van de afspraken. Volgens de vrouw is afgesproken wat is opgenomen in haar brief van 19 mei 2026. Volgens de man zijn er afspraken gemaakt over de woning in combinatie met afspraken over een boot en een laptop, waarbij de man de gelegenheid krijgt om te bezien of hij in staat is om de woning van de eenvoudige gemeenschap over te nemen. Tegenover de gemotiveerde betwisting van de ander hebben partijen ieder hun stellingen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank kan op basis van hetgeen door partijen is ingebracht niet vaststellen of er (en welke) afspraken over de afwikkeling van de eenvoudige gemeenschappen (woning en hypotheek) bestaan.
3.21.
De rechtbank concludeert aldus dat partijen geen algehele overeenstemming hebben over de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen. Omdat zij over en weer onvoldoende hebben gesteld om de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen vast te stellen, zal de rechtbank hierna de wijze van verdeling gelasten, rekening houdende naar billijkheid zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang op grond van artikel 3:185 BWPro.
3.22.
De peildatum van de omvang en waardering van een eenvoudige gemeenschap is in beginsel de datum van feitelijke verdeling. Uit hetgeen door partijen is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat van deze datum wordt afgeweken, maar hiervan is niet gebleken.
3.23.
De rechtbank is van oordeel dat de woning eerst getaxeerd moet worden, tenzij partijen binnen zeven dagen na datum van deze beschikking gezamenlijk de waarde in onbewoonde en onverhuurde van de woning vaststellen en deze vaststelling schriftelijk vastleggen. Wanneer partijen niet tijdig deze waarde van de woning in onderling overleg hebben bepaald en/of geen overeenstemming kunnen bereiken over de aan te stellen makelaar voor taxatie van de woning, bepaalt de rechtbank dat dit geschiedt op de volgende manier: binnen drie weken na deze beschikking selecteert de vrouw drie makelaarskantoren en stuurt deze selectie naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de makelaar.
3.24.
Partijen dienen deze makelaar gezamenlijk een opdracht voor taxatie te geven.
Hierbij geldt dat partijen zo spoedig mogelijk de volgende handelingen verrichten:
invullen en ondertekenen van door de makelaar geleverde formulieren ten behoeve van de opdracht tot taxatie,
aanleveren van eventueel door de makelaar verzochte documenten;
betaling van hun deel van de eventuele aanbetaling aan de makelaar, binnen de gestelde betalingstermijn van de makelaar.
Toedeling aan de man
3.25.
Na schriftelijke overeenstemming tussen partijen over de onder 3.23. bedoelde waarde van de woning, dan wel na ontvangst van het taxatierapport laat de man binnen twee weken schriftelijk aan de vrouw weten of hij de woning toegedeeld wil krijgen voor de onderling vastgestelde of getaxeerde waarde, dan wel dat hij de woning niet wenst over te nemen. Als de man de toedeling van de woning wenst, krijgt hij vervolgens de gelegenheid te onderzoeken of hij deze toedeling kan financieren en daarmee de vrouw kan laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen verbonden aan de woning. Hij dient de financiering rond te hebben, in die zin dat hij een document van een hypotheekverstrekker of tussenpersoon kan overleggen waaruit dit blijkt, binnen drie maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
3.26.
Als het de man niet lukt om de financiering binnen de hiervoor gestelde termijn te regelen, dient hij de vrouw zodra hij hiervan in kennis is schriftelijk op de hoogte te stellen dat hij de woning niet toegedeeld kan krijgen.
3.27.
De onder- of overwaarde (de overeengekomen of getaxeerde waarde minus de hypothecaire geldlening op het moment van levering van de woning) wordt door partijen bij helfte gedragen of gedeeld.
3.28.
Bij de toedeling van de woning aan de man komen de kosten verbonden aan de verdeling en levering voor zijn rekening. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarover anders te oordelen.
Verkoop
3.29.
Als het de man niet lukt de financiering te regelen binnen de daarvoor gegeven termijnen, moet de woning verkocht worden aan een derde. De makelaar die de woning heeft getaxeerd, wordt dan ook de verkopende makelaar. Hierbij geldt dat partijen zo spoedig mogelijk de volgende handelingen verrichten:
invullen en ondertekenen van door de makelaar geleverde formulieren ten behoeve van de opdracht tot verkoop,
aanleveren van door de makelaar verzochte documenten;
betaling van hun deel van de aanbetaling aan de makelaar, binnen de gestelde betalingstermijn van de makelaar,
leveren van een set sleutels aan de makelaar, binnen de door de makelaar gestelde termijn,
meewerken aan het bepalen van de verkoopprijs of de vraag- en laatprijs, binnen de door de makelaar gestelde termijn,
meewerken aan geplande bezichtigingen,
zorgen dat huis en tuin verzorgd ogen voor iedere bezichtiging,
alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en (op)levering van de woning, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen,
het tekenen van de koopovereenkomst,
het meewerken aan de levering van de echtelijke woning via de notaris, waaronder het tekenen van de transportakte of een volmacht binnen de door de notaris gestelde termijn.
3.30.
Bij verkoop aan een derde geldt nog het volgende:
voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend vaststellen, net als een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in geval verkoop uitblijft,
in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de echtelijke woning aan een derde,
partijen dragen de aan de verkoop en levering verbonden kosten ieder bij helfte,
als de makelaar de opdracht tot verkoop van de echtelijke woning teruggeeft wegens gebrek aan medewerking van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het huis aan kopers.
3.31.
De onder- of overwaarde (verkoopprijs minus de hypothecaire geldlening op het moment van levering van de woning minus (verkoop)kosten) wordt door partijen bij helfte gedragen of gedeeld.
3.32.
De rechtbank ziet geen aanleiding de man te veroordelen tot betaling van een boetebedrag in geval de man niet zou meewerken aan de verkoop en levering van de woning aan een derde. Weliswaar is duidelijk geworden dat er tussen partijen het nodige is voorgevallen en is de man veroordeeld voor belaging, bedreiging, vernieling, overtreding van een huisverbod, overtreding van een gedragsaanwijzing en het voorhanden hebben van wapens, maar er is onvoldoende gesteld om te kunnen veronderstellen dat de man niet zal meewerken aan een dergelijke verkoop en levering, te meer nu beide partijen – in geval de man de overname van de woning niet kan financieren – belang hebben bij verkoop aan een derde.
3.33.
De rechtbank ziet evenmin aanleiding te bepalen dat de vrouw gerechtigd is de aan de op de voormalige echtelijke woning rustende hypothecaire geldlening verbonden rentecondities en rentevast afspraken bij Rabobank, voor zover mogelijk, volledig (100%) mee te nemen en aan te wenden ten behoeve van een door haar af te sluiten nieuwe hypothecaire geldlening. Of één van partijen voor de huidige woning of een andere woning de huidige hypotheekvoorwaarden kan of mag meenemen, is niet aan deze rechtbank maar aan die partij en de hypotheekverstrekker. Voor zover die hypotheekverstrekker beide partijen die gunstige voorwaarden zou gunnen na beëindiging van de eenvoudige gemeenschappen en het aan partijen zou overlaten wie daarvan gebruik zou mogen maken geldt het volgende. De vrouw motiveert haar verzoek door te stellen dat de man de woning niet zal kunnen overnemen en evenmin een andere woning zal kunnen kopen nu hij zijn bedrijf zal beëindigen en dus niet zal kunnen profiteren van de gunstige voorwaarden verbonden aan de huidige hypotheek. Dat de man zijn bedrijf zal beëindigen is door hem met zoveel woorden betwist. Daarnaast heeft de man gesteld dat zijn nieuwe partner “een erfenisje” heeft of zal ontvangen waaruit de woning geheel of gedeeltelijk gefinancierd kan worden. Dat de man de woning niet zal kunnen overnemen, of anderszins niet zou kunnen profiteren van gunstige voorwaarden bij het afsluiten van een hypotheek, staat zodoende niet vast.
3.34.
De rechtbank merkt op dat het partijen vrij staat om in onderling overleg andersluidende afspraken te maken over de afwikkeling van de eenvoudige gemeenschap. Dit kan, gelet op de uitspraak van de meervoudige strafkamer van 30 december 2025, uitsluitend via de advocaten plaatsvinden.
3.35.
Ook voor hetgeen vastgelegd in de rechtsoverwegingen 3.23. tot en met 3.31. geldt dat overleg, communicatie en al het andere dat in die rechtsoverwegingen is bepaald alleen kan verlopen door tussenkomst van de wederzijdse advocaten, opnieuw gelet op hetgeen is bepaald in het vonnis van deze rechtbank van 30 december 2025 zoals is weergegeven in de rechtsoverwegingen 2.5. en 2.6. van deze beschikking.
Proceskosten
3.36.
Gelet op de aard van de procedures zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
4.De beslissing
De rechtbank:
in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/704843 / FA RK 25-6112:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] 2002 te [plaats 1] ;
4.2.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn;
4.3.
stelt vast dat de contactregeling voorlopig tussen de man en de minderjarige zal verlopen volgens aanwijzingen van de hulpverlening;
4.4.
verleent vervangende toestemming aan de vrouw voor:
- een vakantie van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , naar Albanya, Spanje, van 18 tot 28 augustus 2026;
- een vakantie van 18 juli 2026 tot 7 augustus 2026 van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , met de vrouw samen naar Oostenrijk;
- toekomstige buitenlandse vakanties van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] , naar landen waarvoor ten tijde van vertrek door het Ministerie van Buitenlandse Zaken een positief reisadvies geldt, althans landen met een zogenoemd “groen” reisadvies.
4.5.
bepaalt dat deze vervangende toestemmingen telkens strekken tot vervanging van de vereiste toestemming van de man;
4.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
4.7.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.8.
wijst af het meer of anders verzochte.
in de procedure met zaaknummer / rekestnummer: C/10/719604 / FA RK 26-3790:
4.9.
gelast de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschappen zoals weergegeven onder de rechtsoverwegingen 3.17. tot en met 3.35.;
4.10.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.11.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.12.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 17 juni 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.