De huurder [persoon A] huurt sinds 21 februari 2019 een woning van Stichting Hef Wonen. Zijn goederen zijn sinds 10 juli 2020 onder bewind gesteld. Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige en structurele overlast, waaronder geluidsoverlast, gevaarlijke situaties, vervuiling, vernieling en het bieden van onderdak aan verslaafden. Ondanks een gedragsaanwijzing van 26 februari 2024, waarin [persoon A] erkent tekort te zijn geschoten en zich verbindt tot gedragsverbetering, is de overlast voortgezet tot circa eind 2024.
De bewindvoerder betwist de ernst van de tekortkomingen en stelt dat de situatie gestabiliseerd is. De kantonrechter oordeelt dat de gedragsaanwijzing is geschonden en dat de overlast ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen. Het belang van de huurder bij behoud van de woning weegt niet op tegen het belang van Hef Wonen om rust te bewaren voor andere huurders.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de proceskosten van €793,57 met wettelijke rente aan Hef Wonen toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.