ECLI:NL:RBROT:2026:744

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
11646008 CV EXPL 25-9256
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 237 RvArt. 233 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens ernstige en structurele overlast

De huurder [persoon A] huurt sinds 21 februari 2019 een woning van Stichting Hef Wonen. Zijn goederen zijn sinds 10 juli 2020 onder bewind gesteld. Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst wegens ernstige en structurele overlast, waaronder geluidsoverlast, gevaarlijke situaties, vervuiling, vernieling en het bieden van onderdak aan verslaafden. Ondanks een gedragsaanwijzing van 26 februari 2024, waarin [persoon A] erkent tekort te zijn geschoten en zich verbindt tot gedragsverbetering, is de overlast voortgezet tot circa eind 2024.

De bewindvoerder betwist de ernst van de tekortkomingen en stelt dat de situatie gestabiliseerd is. De kantonrechter oordeelt dat de gedragsaanwijzing is geschonden en dat de overlast ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen. Het belang van de huurder bij behoud van de woning weegt niet op tegen het belang van Hef Wonen om rust te bewaren voor andere huurders.

De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de proceskosten van €793,57 met wettelijke rente aan Hef Wonen toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige overlast en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11646008 CV EXPL 25-9256
datum uitspraak: 16 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.A. den Engelsen,
tegen
[gedaagde] ,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de heer [persoon A] , wonende te Rotterdam,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer.
De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. De heer [persoon A] wordt hierna ‘ [persoon A] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 april 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de brief van de gemachtigde van de bewindvoerder van 31 oktober 2025, met bijlagen;
  • nadere producties van de zijde van Hef Wonen;
  • de mail van de gemachtigde van de bewindvoerder van 19 november 2025, met een bijlage;
  • de akte uitlaten van Hef Wonen, met bijlagen.
1.2.
Op 20 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Hef Wonen als sociaal beheerder, en mevrouw mr. I.M.M. Versloot namens de gemachtigde;
  • [persoon A] , de heer [persoon C] en mevrouw mr. R.E. Boogaards namens de gemachtigde.
1.3.
Tijdens de zitting hebben de partijen gezamenlijk verzocht om aanhouding van de zaak voor een periode van 6 maanden om [persoon A] de kans te geven om hulpverlening te accepteren en om de voortgang van het hulpverleningstraject te kunnen evalueren. Naar aanleiding van een incident heeft Hef Wonen de kantonrechter echter bij akte, ontvangen op 18 december 2025, verzocht om toch uitspraak te doen in deze zaak.
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[persoon A] huurt vanaf 21 februari 2019 de woning aan de [adres] in Rotterdam van Hef Wonen. De goederen van [persoon A] zijn vanaf 10 juli 2020 onder bewind gesteld bij de bewindvoerder. Hef Wonen eist dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt, omdat zij vindt dat [persoon A] ernstige en structurele overlast veroorzaakt en daardoor sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. De overlast bestaat volgens Hef Wonen onder meer uit geluidsoverlast, het veroorzaken van gevaarlijke situaties, vervuiling, vernieling, het ontvangen en onderdak bieden aan (drugs)verslaafden en het blokkeren van vluchtroutes. Ondanks dat [persoon A] een gedragsaanwijzing heeft getekend, is de overlast niet gestopt. Voor Hef Wonen is daarom de maat vol.
2.2.
De bewindvoerder en [persoon A] zijn het niet eens met de eis van Hef Wonen. De tekortkomingen van [persoon A] zijn niet ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen en de persoonlijke situatie van [persoon A] is inmiddels gestabiliseerd, aldus de bewindvoerder.
2.3.
Hef Wonen wordt grotendeels in het gelijk gesteld. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.4.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [persoon A] verplicht is om zich als goed huurder te gedragen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW Pro). Deze omstandigheden zijn ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. De kantonrechter heeft in dit geval rekening gehouden met het volgende.
2.5.
Vast staat dat Hef Wonen en [persoon A] op 26 februari 2024 een gedragsaanwijzing zijn overeengekomen. Hierin staat onder meer dat [persoon A] erkent tekortgeschoten te zijn in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst door (’s nachts) rond te struinen in het complex, door te klussen in de containerruimte en algemene fietsenstalling en door zich schuldig te maken aan diefstal en vervuiling. In de gedragsaanwijzing staat ook dat [persoon A] op geen enkele manier meer overlast zou veroorzaken in het gebouw waar de woning zich bevindt en in de directe omgeving daarvan en dat [persoon A] zich voortaan als een goed huurder zou gedragen. [persoon A] heeft de gedragsaanwijzing voor akkoord getekend. Daarmee heeft [persoon A] erkend dat hij de in de gedragsaanwijzing genoemde overlast heeft veroorzaakt en dat hij zich er van bewust was dat hij een laatste kans kreeg om zijn gedrag te verbeteren en de overlast te beëindigen. De overlast is na 26 februari 2024 echter niet geëindigd en is in elk geval tot circa eind 2024 doorgegaan. [persoon A] heeft zich dus niet aan de afspraken gehouden en heeft de laatste kans die hem is geboden niet benut. De kantonrechter vindt dit ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De bewindvoerder heeft nog aangevoerd dat het gedrag van [persoon A] verbeterd is en dat de tekortkomingen daarom niet ernstig genoeg zijn om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Maar zelfs als [persoon A] zijn gedrag inderdaad zou hebben aangepast, maakt dit de eerdere tekortkomingen niet ongedaan en neemt dit niet weg dat [persoon A] in strijd met de gedragsaanwijzing heeft gehandeld. Dit getuigt niet van goed huurderschap.
2.6.
Als verhuurder heeft Hef Wonen de verantwoordelijkheid om de rust voor de andere huurders in het gebouw te bewaren en op te treden tegen overlastgevers als dat nodig is. Daartegenover staat het belang van [persoon A] om in de woning te blijven. De kantonrechter begrijpt dat [persoon A] gebaat is bij stabiliteit en dat hij vanwege zijn persoonlijke situatie een zwaarwegend belang heeft bij het behoud van de woning, maar onder de voornoemde omstandigheden kan niet van Hef Wonen worden gevergd dat de huurrelatie tussen de partijen nog langer wordt voortgezet. Dat [persoon A] daardoor mogelijk dakloos wordt en in het criminele circuit terecht kan komen, leidt niet tot een ander oordeel.
De bewindvoerder moet de woning ontruimen
2.7.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, wordt de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming van de woning. Dat moet, conform de eis van Hef Wonen, binnen 14 dagen nadat dit vonnis is betekend.
De bewindvoerder moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die de bewindvoerder aan Hef Wonen moet betalen op € 148,57 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 408,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,-) en € 102,- aan nakosten. Dat is in totaal € 793,57. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en de bewindvoerder daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen Hef Wonen en [persoon A] en veroordeelt de bewindvoerder om binnen 14 dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [persoon A] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Hef Wonen te stellen;
3.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 793,57 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416