Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 september 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek;
- de rolbeslissing van 6 maart 2026;
- de bijlagen bij de dagvaarding van 16 september 2025.
2.De beoordeling
1. [gedaagde] betaalt aan [eiseres] het achterstallig loon vanaf april 2023 op basis van een arbeidsomvang van 30,4 uur per week, zijnde per april 2023 € 1.742,45 bruto per maand en voorts conform de CAO [gedaagde] . Daarbij wordt ervan uitgegaan dat [eiseres] vanaf 17 april 2023 onafgebroken arbeidsongeschikt is.
- [gedaagde] correcte maandelijkse loonstroken – een separate loonstrook voor iedere maand – aan [eiseres] verstrekt over de maanden april 2023 tot en met januari 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- [gedaagde] aantoonbaar de loonaangiften van [eiseres] van 2023 en 2024 corrigeert, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- [gedaagde] correcte jaaropgaven aan [eiseres] verstrekt over de jaren 2023 en 2024, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- de kantonrechter voor recht verklaart dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van het proces-verbaal van 18 januari 2024 dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij de hierdoor door [eiseres] geleden schade moet vergoeden;
- [gedaagde] een schadevergoeding aan [eiseres] moet betalen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
- [gedaagde] aan [eiseres] een voorschot op die schadevergoeding betaalt van € 6.047,-; en
- [gedaagde] de kosten van de procedure betaalt.
“het achterstallig loon vanaf april 2023”(€ 1.742,45 bruto per maand) alsnog zal worden betaald aan [eiseres] . Deze afspraak moet gelezen worden in samenhang met de afspraak dat [gedaagde] over het loon
“voor zover verschuldigd tot en met december 2023”(..)
“10% wettelijke verhoging”zal betalen en dat zij “
de correcte loonstroken” (onderstreping kantonrechter)
“over de periode van april 2023 tot en met januari 2024”aan [eiseres] zal sturen. Hieruit kan redelijkerwijs geen andere conclusie worden getrokken dan dat is afgesproken dat [gedaagde] aan [eiseres] alsnog loon zou betalen over de periode vanaf april 2023, dat zij vanaf april 2023 per maand een correcte loonstrook zou opstellen en de volgens die loonstroken verschuldigde bedragen alsnog aan [eiseres] zou betalen. Dat het loon pas in 2024 is betaald brengt niet mee dat dit pas in 2024 is genoten; de gemaakte afspraken impliceren immer dat dit deels (namelijk voor wat betreft het loon over april tot en met december 2023) in 2023 verschuldigd en toen ook inbaar was [1] . Dat wordt ook nog onderstreept door de afspraak om over dit deel 10% wettelijke verhoging te betalen. Wettelijke verhoging ziet immers op het te laat betalen van loon. In het verlengde hiervan mocht [eiseres] verwachten dat het loon voor zover verschuldigd over april tot en met december 2023 in de loonadministratie van [gedaagde] aan 2023 zou worden toegerekend en (pas) het loon vanaf 1 januari 2024 aan 2024. Feiten of omstandigheden die tot een andere uitleg moeten leiden, zijn niet gesteld of gebleken.
- correcte loonstroken verstrekken over de periode van april 2023 tot en met januari 2024. Dit houdt in dat vanaf april 2023 per maand een aparte loonstrook moet worden verstrekt;
- correcte jaaropgaven verstrekken over 2023 en 2024 in die zin dat het loon van april tot en met december 2023 aan 2023 wordt toegerekend en het loon vanaf januari 2024 tot de einddatum van het dienstverband (9 april 2024) wordt toegerekend aan 2024;
- correctie-aangiften opstellen en indienen bij de Belastingdienst en het UWV, waarbij het loon van april tot en met december 2023 wordt toegerekend aan 2023 en het loon vanaf januari 2024 tot de einddatum 9 april 2024 wordt toegerekend aan 2024. [gedaagde] moet een bewijs hiervan aan [eiseres] sturen.