Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 juli 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de mail van [eiseres] van 19 mei 2026.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres had een procedure aangespannen tegen gedaagde 1 en gedaagde 2 over de beëindiging van een huurovereenkomst vanwege geplande renovatiewerkzaamheden aan een woning. Zij vorderde bevestiging van de einddatum van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning onder dwangsom. Gedaagden betwistten de noodzaak en urgentie van de renovatie en stelden dat zij meer belang hadden bij de woning.
Kort voor de zitting trok eiseres haar vorderingen in en verzocht om doorhaling van de procedure, maar gedaagden stemden hier niet mee in. De kantonrechter oordeelde dat doorhaling alleen mogelijk is bij instemming van beide partijen en dat eiseres daarom als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt.
De kantonrechter veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten van gedaagden, begroot op €720,00, bestaande uit salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat gedaagden direct betaling kunnen vorderen, ook als hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagden na intrekking van haar vorderingen kort voor de zitting.