ECLI:NL:RBROT:2026:7447
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen voorwaarde horeca-exploitatievergunning
Verzoekster heeft vergunningen gekregen voor het exploiteren van haar horeca-inrichting, waarbij een voorwaarde is gesteld dat haar ex-partner zich niet in de horeca-inrichting mag bevinden. Verzoekster is het hier niet mee eens en vraagt om een voorlopige voorziening om deze voorwaarde te laten vervallen totdat op haar beroepschrift is beslist.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de voorwaarde alleen betrekking heeft op het betreden van de horeca-inrichting en niet op de nabijheid daarvan. Verzoekster kan haar onderneming naar het oordeel van de rechter gewoon exploiteren, en het overdragen van de kinderen kan aan de deur plaatsvinden. Ook is het niet noodzakelijk dat de ex-partner in de horeca-inrichting kan eten of aanwezig is.
Gezien deze omstandigheden is onvoldoende spoedeisend belang aanwezig om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de voorwaarde dat de ex-partner de horeca-inrichting niet mag betreden, wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.