Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 oktober 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres betaling van een huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde, die de woning aan een adres in Rotterdam huurt. De huurachterstand bedraagt € 3.796,72 tot en met oktober 2025, erkend door gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat deze achterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden, mede omdat de achterstand bijna zes maanden bedraagt en vermoedelijk verder is opgelopen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de huurachterstand, incassokosten van € 333,48, en rente van € 58,09 tot 9 oktober 2025. Tevens moet gedaagde een gebruiksvergoeding van € 642,96 per maand betalen tot de ontruiming. De ontruiming moet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis plaatsvinden. De proceskosten van € 1.336,45 komen voor rekening van gedaagde.
Er is onderzocht of er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst zijn, maar die zijn niet vastgesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures. Hiermee wordt de vordering van eiseres grotendeels toegewezen en wordt gedaagde verplicht de woning te verlaten en de achterstallige betalingen te voldoen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand, gedaagde moet betalen en de woning binnen veertien dagen ontruimen.