ECLI:NL:RBROT:2026:746

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
10-090350-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 1 onder 4º Wet wapens en munitieArt. 2 lid 2 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte betrokkenheid schietincident en wapenbezit Rotterdam

Op 2 maart 2025 vond in Rotterdam een schietincident plaats waarbij een bedrijfspand werd beschoten met een revolver. De verdachte werd ervan beschuldigd medeplegen of medeplichtigheid aan dit incident en het voorhanden hebben van het vuurwapen en munitie.

De rechtbank oordeelde dat het niet bewezen kon worden dat de verdachte het wapen in bezit had of betrokken was bij de beschieting. Een getuige verklaarde dat het niet de verdachte was die het wapen had opgehaald. Ook het lidmaatschap van een chatgroep waarin over het incident werd gesproken, was onvoldoende bewijs.

De verdachte ontkende de beschuldigingen en wilde niet verklaren over anderen op zijn adres. De voorlopige hechtenis van de verdachte werd op 19 januari 2026 opgeheven. De rechtbank sprak de verdachte integraal vrij wegens gebrek aan bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wapenbezit en betrokkenheid bij schietincident.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-090350-25
Datum uitspraak: 2 februari 2026
Datum zitting: 19 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in de [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. M.J. Bouwman
Officier van justitie: mr. F.J. van der Putten
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en de betrokkenheid bij een schietincident op een bedrijfspand.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen op het (kantoor)pand (gevestigd aan de [adres 2]) van die [slachtoffer] te schieten
1. subsidiair
[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of een of meerdere onbekend gebleven personen op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een (vuur)wapen op het (kantoor)pand (gevestigd aan de [adres 2]) van die [slachtoffer] te schieten bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 t/m 2 maart 2025 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- contact te houden met die [naam 1] en/of die [naam 3] voor, gedurende en/of na het incident en/of
- een (vuur)wapen ter beschikking te stellen en/of in ontvangst te nemen en/of
- een video van die [naam 1] te ontvangen met daar op voornoemd incident en/of
- die [naam 1] te betalen na het incident
2
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten (delen van) een (kantoor)pand gevestigd aan de [adres 2], in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of onklaar gemaakt.
2 subsidiair
[naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of een of meerdere onbekend
gebleven personen op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw, te weten (delen van) een (kantoor)pand gevestigd aan de [adres 2], in elk geval enig goed,
dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of onklaar gemaakt bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2025 t/m 2 maart 2025 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- contact te houden met die [naam 1] en/of die [naam 3] voor, gedurende en/of na het incident en/of
- een (vuur)wapen ter beschikking te stellen en/of in ontvangst te nemen en/of
- een video van die [naam 1] te ontvangen met daar op voornoemd incident en/of
- die [naam 1] te betalen na het incident
3
hij op of omstreeks 2 maart 2025 te Rotterdam en/of Amsterdam en/of Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie Pro II of III van de Wet wapens en munitie en/of (bijbehorende) munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro de Wet wapens munitie, van de categorie II of III voorhanden heeft gehad.

2.Vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 primair, feit 2 primair en voor feit 3.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van alle feiten.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
In de nacht van 2 maart 2025 is in Rotterdam een pand beschoten met een revolver. Kort daarvoor is dat wapen opgehaald op een adres waar de verdachte samen met anderen in een begeleid-wonen-project woont. De beschuldiging onder 3 komt erop neer dat het de verdachte was die dat wapen daar toen heeft meegegeven, en dat hij dit dus toen voorhanden heeft gehad. Onder 1 en 2 wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij als medepleger, dan wel medeplichtige heeft bijgedragen aan de beschieting van dat pand met die revolver. De verdachte ontkent de beschuldigingen en wil niet verklaren over anderen op zijn adres. De man die de revolver op dat adres heeft opgehaald heeft als getuige op een eerdere zitting verklaard dat het niet de verdachte was bij wie hij het wapen heeft opgehaald.
Het kan niet bewezen worden dat het de verdachte was die de bewuste geladen revolver in de nacht van 2 maart 2025 voorhanden heeft gehad. Mede daarom kan ook niet worden bewezen dat hij als medepleger of als medeplichtige opzettelijk heeft bijgedragen aan de beschieting. De omstandigheid dat de verdachte korte tijd toegevoegd is geweest aan een chatgroep waarin door anderen vóór en na de beschieting berichten over voorbereiding en uitvoering daarvan werden uitgewisseld is daarvoor onvoldoende. Verder kan niet worden vastgesteld dat de verdachte degene was die kort voordat het wapen werd opgehaald de foto heeft gemaakt van een geladen revolver die op zijn telefoon is aangetroffen. Van bijdragen aan die beschieting door de verdachte is ook overigens niet gebleken. De verdachte wordt daarom integraal vrijgesproken.

3.Voorlopige hechtenis

De verdachte bevond zich op grond van een bevel gevangenhouding in voorlopige hechtenis. Deze voorlopige hechtenis is op 19 januari 2026 door de rechtbank opgeheven. Het bevel tot opheffing van de voorlopige hechtenis is in een apart document vastgelegd.

4.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart
niet bewezendat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Voorlopige hechtenis
Het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte is opgeheven met ingang van 19 januari 2026.

5.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en E.K.A. van den Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 februari 2026.
Mr. E.K.A van den Bos en mr. Hessing zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.