Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1..[persoon A] ,
2.
[persoon B],
[persoon C],
1.[persoon A] ,
[persoon B],
[persoon C],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
697945 / HA ZA 25-325in conventie en in reconventie op te roepen. In plaats daarvan hebben [persoon A] c.s. [advocatenkantoor X] afzonderlijk gedagvaard en zijn daarmee in feite een tweede procedure gestart. In die procedure heeft [advocatenkantoor X] op haar beurt een vordering in reconventie ingesteld. In feite lopen er nu dus twee aparte procedures. Vanwege de samenhang van de procedures en omdat de stellingen en processtukken over en weer herhaald en ingelast zijn, acht de rechtbank het opportuun om de zaken gevoegd te behandelen. Dit is ook zo met partijen ter zitting besproken en akkoord bevonden. Dit betekent dat alle vorderingen van alle partijen in één inhoudelijke beoordeling zullen worden behandeld. In het dictum zal uiteindelijk afzonderlijk per zaak worden beslist. In dit vonnis zal de rechtbank verwijzen naar de zaak met zaaknummer
697945 / HA ZA 25-325als de eerste zaak en naar de zaak met zaaknummer
716524 / HA ZA 26-245als de tweede zaak.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- i) op het moment van de rechtshandeling de geestelijke vermogens van de handelende persoon waren gestoord, en
- ii) dat de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, óf, dat zijn verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan.