ECLI:NL:RBROT:2026:7523

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/713907 / JE RK 26-155
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en contactmomenten tussen minderjarige en vader

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige geboren in 2018. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij de moeder. Eerder was een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige eens per veertien dagen bij de vader verbleef en contactmomenten begeleid plaatsvonden.

De GI verzocht om een wijziging van de zorgregeling waarbij het contact tussen de vader en de minderjarige onbegeleid zou plaatsvinden, met praktische aanpassingen in het halen en brengen. De moeder stemde in met dit gewijzigde verzoek en gaf aan dat de voorgestelde regeling passend is gezien de praktische uitvoerbaarheid. De vader, die momenteel medisch is opgenomen, kon zich ook vinden in de regeling en gaf aan bij verbetering van zijn gezondheid een ruimere zorgregeling te wensen.

De kinderrechter stelde vast dat de contacten tussen vader en minderjarige positief verlopen en dat begeleiding niet langer noodzakelijk is. De praktische knelpunten bij het halen en brengen werden erkend en de voorgestelde regeling bood een passende oplossing. Het zelfstandige verzoek van de vader tot een voorlopige zorgregeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang daarvan was komen te vervallen door de definitieve beslissing op het gewijzigde verzoek van de GI.

De kinderrechter wijzigde de zorgregeling conform het gewijzigde verzoek van de GI, stelde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en gaf aan dat tegen deze beschikking hoger beroep mogelijk is binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De zorgregeling wordt gewijzigd naar onbegeleid contact om de twee weken en het zelfstandige verzoek van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713907 / JE RK 26-155
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
bijgestaan door advocaat mr. C.N.M. Schep, kantoorhoudende in Oud-Beijerland,
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
bijgestaan door advocaat mr. C.E. Koopmans, kantoorhoudende in Dordrecht.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 16 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 19 mei 2026 met bijlagen, ingekomen op 20 mei 2026;
  • het bericht van de advocaat van de moeder van 27 mei 2026, ingekomen op diezelfde datum.
1.2.
Op 1 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
1.5.
Ter zitting wordt onderhavig verzoek gelijktijdig behandeld met het verzoek van de GI d.d. 23 april 2026 (C/10/718743), strekkende tot een verlenging van de ondertoezichtstelling.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 11 juni 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 juli 2024 de volgende zorgregeling bij de vader vastgesteld:
  • [voornaam minderjarige] is bij de vader eens per veertien dagen van donderdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school;
  • [voornaam minderjarige] is gedurende de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader.
2.5.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 februari 2026 een voorlopige zorgregeling bij de vader vastgesteld tot 11 juni 2026 en de definitieve beslissing op het verzoek van de GI tot wijziging van de zorgregeling en het zelfstandige verzoek van de vader aangehouden tot 1 mei 2026 pro forma. De volgende voorlopige zorgregeling is bepaald:
  • om de week vindt tussen [voornaam minderjarige] en de vader fysiek onbegeleid contact plaats gedurende één uur;
  • om de week hebben [voornaam minderjarige] en de vader begeleide belcontacten met elkaar voor de duur van maximaal 30 minuten.

3.Het aangehouden verzoeken

Het verzoek van de GI d.d. 20 januari 2026 (C/10/713907)
3.1.
De GI heeft verzocht de door de kinderrechter op 9 juli 2024 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De beslissing op dit verzoek is aangehouden en dient nog op te worden beslist.
3.2.
De GI heeft het aangehouden verzoek schriftelijk gewijzigd en verzocht en verzocht de zorgregeling als volgt vast te stellen:
  • eenmaal per twee weken vindt tussen [voornaam minderjarige] en de vader een fysiek contactmoment plaats op woensdagmiddag na schooltijd, waarbij de vader [voornaam minderjarige] uit school ophaalt en de moeder haar na afloop van het contactmoment bij de vader ophaalt;
  • eenmaal per twee weken hebben [voornaam minderjarige] en de vader telefonisch contact op vrijdag voor de duur van maximaal 30 minuten.
3.3.
De GI licht het gewijzigde verzoek ter zitting als volgt toe. De contactmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de vader verlopen overwegend positief. Hoewel tijdens de begeleide contactmomenten is gebleken dat de vader soms nog opmerkingen maakt die voor [voornaam minderjarige] belastend kunnen zijn, wordt ook gezien dat de vader zich inzet voor het contact en dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. De GI acht de zorgen niet langer zodanig dat begeleiding van de contactmomenten noodzakelijk is. Wel is duidelijk geworden dat de praktische uitvoering van de regeling, met name het halen en brengen van [voornaam minderjarige] , tot knelpunten leidt. De GI kan zich daarom vinden in een regeling waarbij de vader [voornaam minderjarige] op woensdag uit school ophaalt en de moeder haar na afloop van het contactmoment weer bij de vader ophaalt.
Het zelfstandig verzoek van de vader d.d. 12 februari 2026
3.4.
Namens de vader is verzocht een voorlopige zorgregeling op te leggen, tot vader het fysiek weer aankan, inhoudende eens per week een uurtje fysiek contact waarbij moeder [voornaam minderjarige] brengt en haalt en 3 keer per week telefonisch of videobelcontact, dan wel een regeling zoals de kinderrechter passend acht. De beslissing op dit verzoek is aangehouden en dient nog op te worden beslist.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de zorgregeling te volgende naar voren gebracht. De moeder stemt in met het gewijzigde verzoek van de GI. Zij vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] contact heeft met haar vader en acht de voorgestelde regeling op dit moment passend. Hoewel de moeder lange tijd zich maximaal heeft ingezet om [voornaam minderjarige] naar de vader te brengen en gedurende het contactmoment te wachten, is dit praktisch niet meer uitvoerbaar. De moeder kan zich daarom vinden in een regeling waarbij de vader [voornaam minderjarige] uit school ophaalt en de moeder [voornaam minderjarige] na afloop van het contactmoment bij de vader ophaalt. Het is daarbij van belang dat flexibiliteit mogelijk moet blijven, bijvoorbeeld wanneer [voornaam minderjarige] een feestje of andere activiteit heeft.
4.2.
Namens de vader is ten aanzien van de zorgregeling te volgende naar voren gebracht. De vader kan zich vinden in het gewijzigde verzoek van de GI en de ter zitting besproken praktische invulling daarvan. Namens de vader is toegelicht dat hij momenteel nog is opgenomen voor onderzoek naar zijn medische situatie. Zodra de vader weer thuis verblijft, kan uitvoering worden gegeven aan de voorgestelde regeling waarbij hij [voornaam minderjarige] op woensdag uit school ophaalt. Het uitgangspunt van de vader blijft dat wanneer zijn gezondheidssituatie verbetert, weer kan worden toegewerkt naar een ruimere zorgregeling.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:265g lid 1 BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen, voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat de ouders zich kunnen vinden in het door de GI gewijzigde verzoek. Uit de stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de contacten tussen [voornaam minderjarige] en de vader de afgelopen periode overwegend positief zijn verlopen. Hoewel er gerapporteerd wordt over zorgen over de wijze waarop de vader soms communiceert met [voornaam minderjarige] , is tegelijkertijd een positieve ontwikkeling zichtbaar en wordt gezien dat de vader zich inzet voor het contact met haar. De kinderrechter acht voldoende aannemelijk dat begeleiding van de contactmomenten niet langer noodzakelijk is.
5.3.
Wel is gebleken dat de praktische uitvoering van de huidige zorgregeling tot knelpunten leidt. De moeder heeft gedurende langere tijd het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader gefaciliteerd door [voornaam minderjarige] naar de vader te brengen en gedurende het contactmoment in de omgeving te wachten. De kinderrechter heeft waardering voor het feit dat de moeder zich in het belang van [voornaam minderjarige] heeft ingezet om het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader op deze wijze te ondersteunen. Tegelijkertijd begrijpt de kinderrechter dat deze werkwijze voor de moeder niet langer haalbaar is. De voorgestelde zorgregeling, waarbij de vader [voornaam minderjarige] op woensdag uit school ophaalt en de moeder haar na afloop van het contactmoment bij de vader ophaalt, biedt hiervoor een praktische oplossing. Daarnaast blijft er eenmaal per twee weken op vrijdag telefonisch contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader plaatsvinden.
5.4.
De kinderrechter acht deze regeling in het belang van [voornaam minderjarige] . Zij biedt duidelijkheid aan alle betrokkenen en waarborgt dat [voornaam minderjarige] op regelmatige basis contact heeft met haar vader, terwijl tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de huidige mogelijkheden van de ouders en de medische situatie van de vader. De kinderrechter zal daarom de zorgregeling overeenkomstig het gewijzigde verzoek van de GI vaststellen.
5.5.
Ten aanzien van het aangehouden zelfstandige verzoek van de vader overweegt de kinderrechter als volgt. Nu de kinderrechter op het gewijzigde verzoek van de GI een definitieve beslissing neemt over de zorgregeling, is het belang van de vader bij een afzonderlijke beoordeling van zijn zelfstandige verzoek komen te vervallen. De kinderrechter zal de vader niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt deze als volgt:
  • eenmaal per twee weken vindt tussen [voornaam minderjarige] en de vader een onbegeleid fysiek contactmoment plaats op woensdagmiddag na schooltijd, waarbij de vader [voornaam minderjarige] uit school ophaalt en de moeder haar na afloop van het contactmoment bij de vader ophaalt;
  • eenmaal per twee weken hebben [voornaam minderjarige] en de vader onbegeleid telefonisch contact op vrijdag voor de duur van maximaal 30 minuten;
6.2.
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 5 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.