ECLI:NL:RBROT:2026:7549

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
10.044261.26 en 09.245640.25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor afpersing, diefstal met geweld en openlijke geweldpleging

De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten gepleegd tussen september 2025 en januari 2026. De bewezenverklaring omvat afpersing en diefstal met geweld van een bekende, diefstal van geld met een bankpas verkregen via helpdeskfraude, en openlijke geweldpleging in een rijdende auto. De feiten zijn onderbouwd met verklaringen van slachtoffers, camerabeelden en politieonderzoek.

De verdachte heeft het slachtoffer in Schiedam bedreigd, geslagen en gedwongen kleding en geld af te geven. Daarnaast heeft hij samen met een ander geld opgenomen met een gestolen bankpas. Ook heeft hij in een auto geweld gebruikt tegen een medepassagier. De rechtbank achtte de feiten ernstig, mede vanwege het recidiverisico en de impact op de slachtoffers.

De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht, behandeling en begeleiding, contactverbod en locatiegebod met elektronisch toezicht. Tevens is een 38v-maatregel opgelegd die dadelijk uitvoerbaar is. De in beslag genomen iPhone 16 Pro is verbeurd verklaard als bijkomende straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een 38v-maatregel.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10.044261.26 en 09.245640.25
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Datum zitting: 27 mei 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres 1] [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. W.J. van Bel
Officier van justitie: mr. T. van den Bergh
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor afpersing en diefstal met (bedreiging met) geweld. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor diefstal van geld dat hij samen met een ander bij een geldautomaat heeft opgenomen met een bankpas die afkomstig is van helpdeskfraude. Ten slotte wordt hij veroordeeld voor openlijke geweldpleging. Voor deze feiten wordt een gevangenisstraf opgelegd van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden verschillende bijzondere voorwaarden verbonden en er wordt een 38v-maatregel opgelegd. De bijzondere voorwaarden en de 38v-maatregel zijn dadelijk uitvoerbaar.

1.Tenlasteleggingen

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van:
onder parketnummer 10.044261.26:
1
hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Schiedam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere telefoons en/of een ID-bewijs en/of een bankpas en/of een geldbedrag van 15 euro en/of een rugtas en/of kledingstukken, te weten een jas en/of en of meerdere schoenen en/of een muts en/of een sjaal en/of een of meerdere broeken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n) door die [slachtoffer 1]
- vast te pakken en/of
- meermalen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of waardoor die die [slachtoffer 1] ten val kwam en/of
- op/tegen het hoofd een zogenoemd knietje te geven en/of
- voornoemde kledingstukken en/of tas van die [slachtoffer 1] af te pakken en/of uit te trekken en/of
- op/tegen de benen te schoppen en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “geld geven” en/of “kleren uit doen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Schiedam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere telefoons en/of een ID-bewijs en/of een bankpas en/of een geldbedrag van 15 euro en/of een rugtas en/of kledingstukken, te weten een jas en/of en of meerdere schoenen en/of een muts en/of een sjaal en/of een of meerdere broeken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1]
- vast te pakken en/of
- meermalen op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of waardoor die die [slachtoffer 1] ten val kwam en/of
- op/tegen het hoofd een zogenoemd knietje te geven en/of
- voornoemde kledingstukken en/of tas van die [slachtoffer 1] af te pakken en/of uit te trekken en/of
- op/tegen de benen te schoppen en/of
- meermalen dreigend de woorden toe te voegen: “geld geven” en/of “kleren uit doen”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;
3
hij op of omstreeks 24 november 2025 te Maassluis tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van in totaal 4000 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel door geld op te nemen met een bankpas en bijbehorende pincode op naam van voornoemde [slachtoffer 2] , tot welk gebruik verdachte niet gerechtigd was;
onder parketnummer 09-245640-25:
hij op of omstreeks 18 september 2025 te Den Hoorn en/of Delft en/of Pijnacker,
althans in Nederland op de A4 en/of N470 en/of de Kruithuisweg en/of de Laan der Verenigde Naties, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten [slachtoffer 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- een of meermalen slaan met een vuurwapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of
- een of meermalen slaan tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 3] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 2 en 3 onder parketnummer 10-044261-26 en het feit onder parketnummer 09-245640-25. De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit voor het onderdeel medeplegen in feit 1 onder parketnummer 10-044261-26. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotiveringen.
Feit 1 en 2(10-044261-26) [1]
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Op 31 januari 2026 was ik in de hal van een flat op het Bachplein in Schiedam. Ik heb [slachtoffer 1] een klap gegeven. Ik heb zijn kleren uitgedaan en voor een deel heeft hij ze zelf uitgedaan. Ik heb de kleren daarna op straat gegooid. Ik word [verdachte] genoemd.
2.
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] [3]
Ik ben op 31 januari 2026 in de hal van de flat waar ik woon aan het Bachplein in Schiedam beroofd door [verdachte] . Daar voelde ik [verdachte] ’s vuist op mijn lichaam. Ik voelde pijn en kromp hiervan ineen. Ik stond voorovergebogen. [verdachte] bracht zijn knie met flinke vaart naar mijn linkeroog. [verdachte] schopte mij, waardoor ik op de grond belandde. Ik hoorde [verdachte] gillen dat ik hem geld moest geven. Ik gaf hem een briefje van 10 euro. Dat vond hij niet genoeg. [verdachte] gilde dat ik mijn kleren uit moest doen. Terwijl ik op de grond lag, trok [verdachte] de schoen van een van mijn voeten af. Hij commandeerde dat ik de rest van mijn kleding uit moest doen; ik moest mijn jas en mijn broeken uittrekken en die aan hem geven. [verdachte] trok mijn muts van mijn hoofd en mijn sjaal. Hij zei dat ik moest gaan staan om mijn vest uit te doen en ook te overhandigen. Ik zag een kans om weg te rennen en rende de trappen op. Ik voelde dat [verdachte] mijn enkel vastpakte terwijl ik wegrende. De gestolen goederen betreffen mijn telefoons, mijn jas, mijn schoenen, mijn muts en mijn sjaal. Mijn broeken zijn ook gestolen. Mijn rugzak is mij ook afgenomen. Hierin zaten telefoons. In mijn jaszak zat mijn ID-bewijs, ABN bankpas, 15 euro en mijn dagelijkse telefoon.
3.
Proces-verbaal van de politie [4] Op 31 januari 2026 vond er een beroving plaats in het gebouwencomplex 2 aan het Bachplein te Schiedam. Op de camerabeelden van de hal en de entree zie ik het volgende. Ik zag om 19:46 uur dat NN02 de entree betrad. Ik zag om 19:46:04 uur dat NN02 met zijn rechterhand de kraag/sjaal van het slachtoffer vasthield en dat het slachtoffer tegen de muur aan stond. Hij werd bij zijn kraag/sjaal vastgehouden. Ik zag om 19:46:12 uur NN02 een zwaaiende linkervuist van opzij maken die met een hoge snelheid op het hoofd van het slachtoffer terechtkwam. Ik zag hierna het slachtoffer naar de grond gedrukt worden. Ik zag vervolgens om 19:46:14 uur NN02 een schoppende beweging maken met de rechterknie in de richting van het slachtoffer. Ik zag dat het slachtoffer met een grote kracht naar achteren bewoog, terwijl hij nog steeds bij de bovenkleding leek vastgehouden te worden. Ik zag dat NN02 rechtop ging staan en daarna een trekkende beweging maakte. Ik zag dat het slachtoffer helemaal in de hoek in elkaar kroop, terwijl NN02 volledig over het slachtoffer heen gebogen stond. Ik zag dat het slachtoffer een donkergekleurd voorwerp, niet groter dan zijn hand uit zijn jaszak pakken en deze overhandigen aan NN02. Ik zag NN02 het voorwerp in zijn linker jaszak stoppen. Ik zag om 19:47:05 uur dat NN02 de muts van het slachtoffers hoofd trok. Ik zag dat het slachtoffer een klein stukje zijn eigen broek naar beneden deed. Ik zag dat NN02 de schoudertas van de nek van het slachtoffer af trok. Ik zag dat NN02 de muts in een tas stopte. Ik zag dat NN02 in de richting van de broek van het slachtoffer wees, waarna het slachtoffer zijn broek omlaag deed. Ik zag dat het slachtoffer een op een mobiel gelijkend voorwerp vasthad. Ik zag dat NN02 deze afpakte en ook in de tas stopte. Ik zag de mobiele telefoon van NN02 in de richting van het slachtoffer wijzen, terwijl het slachtoffer zijn schoenen uitdeed met zijn voeten en zijn broek van zijn enkels haalde. Ik zag om 19:48:02 uur dat NN02 de sjaal van de nek van het slachtoffer trok. Ik zag dat het slachtoffer nu ook zijn jas uitdeed. Ik zag dat NN02 naar voren liep in de richting van het slachtoffer en met zijn linkerhand de korte broek van het slachtoffer naar beneden trok tot aan zijn knieën. Ik zag dat NN02 het slachtoffer onderuit schopte. Ik zag dat NN02 de korte broek van het slachtoffer uittrok. Ik zag om 19:48:27 uur het slachtoffer opstaan en wegrennen in de richting van de hal. Ik zag NN02 erachteraan rennen. Het slachtoffer rende de trap op terwijl NN02 achter hem aan rende. Ik zag dat NN02 een beweging maakte met zijn armen in de richting van het slachtoffer. Ik zag om 19:48:37 uur NN02 alle spullen, afkomstig van het slachtoffer, van de grond oppakken. Hij verliet het gebouw.
Feit 3 (10-044261-26) [5]
4.
Verklaring van de verdachte [6]
Ik ben één van de jongens op de camerabeelden van de Geldmaat in Maassluis . Op 24 november 2025 vroeg een jongen mij of ik hem wilde helpen met pinnen. Ik ging met hem mee naar de pinautomaat. Toen hij pinde heb ik het geld uit de automaat gehaald. Daarna pinde hij nog een keer.
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2] [7] Op 24 november 2025 werd ik om 12:00 uur gebeld met de mededeling dat er fraude was bij de ABN Bank. Ik hoorde dat men had geprobeerd om geld van mijn rekening te halen. Rond 12:30 uur zag ik iemand voor de deur staan. Ik hoorde van de man aan de telefoon dat ik mijn bankpas en identifier moest afgeven. Ik heb beide afgegeven.
Van mijn rekening zijn een aantal bedragen weggenomen, te weten:
- omstreeks 13:00 uur een bedrag van € 2.000, gepind bij de Geldmaat op de [adres 2] ; en
- omstreeks 13:01 uur nogmaals een bedrag van € 2.000, gepind bij dezelfde Geldmaat in Maassluis .
6.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1] [8] Ik ben één van de jongens op de camerabeelden van 24 november 2025 van de Geldmaat in Maassluis . Ik moest de bankpas ophalen en het geld aan [verdachte] afgeven. Al het geld is uiteindelijk naar [verdachte] gegaan. Het geld werd gebracht naar iemand anders. [verdachte] kreeg van die ander weer geld om onder ons te verdelen. Ik kreeg € 350.
09-245640-25 [9]
7.
Verklaring van de verdachte [10] Op 18 september 2025 ben ik in Rotterdam bij drie mannen in een auto gestapt. Ik zat links achterin, naast [slachtoffer 3] . We zijn gaan rijden en werden uiteindelijk achtervolgd door de politie.
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3] [11]
Op 18 september 2025 ben ik met twee mannen, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , in een auto gestapt. Ik zat achterin. In Rotterdam is nog een man ingestapt. [medeverdachte 3] zette ineens een pistool op mijn hoofd. Hierna kreeg ik meerdere klappen met het pistool op mijn hoofd en neus. We zijn gaan rijden. We zijn ergens langs de weg stil gaan staan. [medeverdachte 2] is uitgestapt en [medeverdachte 3] ging achter het stuur zitten. Toen we merkten dat er politie kwam is [medeverdachte 3] weggereden zonder [medeverdachte 2] . De vierde persoon, de man die in Rotterdam was ingestapt, zat achterin naast mij. Ik heb meerdere klappen gekregen met het pistool van [medeverdachte 3] . De vierde persoon heeft mij ook klappen gegeven in de auto.
9.
Proces-verbaal van de politie [12]
Op 18 augustus 2025 hebben wij op de autosnelweg A4 richting Delft een voertuig gevolgd. Ik zag dat er drie personen in het voertuig zaten. De bestuurder bleek [medeverdachte 4] , links achterin zat [verdachte] en rechts achterin zat [slachtoffer 3] . Wij zagen gedurende de gehele rit op de achterbank een onrustige situatie. Wij zagen dat een man (naar later bleek [verdachte] ) continu in de weer was richting [slachtoffer 3] . Dit bleek uit het feit dat hij continu van links naar rechts bewoog. Ik zag dat [slachtoffer 3] meermaals met zijn handen uit het raam leek te seinen. Ik zag meermaals zijn deur opengaan en benen naar buiten komen, alsof hij wilde uitstappen. Ik zag dat [slachtoffer 3] een geschrokken gezichtsuitdrukking had en paniek in zijn ogen. Ik zag net nadat het voertuig tot stilstand kwam dat een hand aan de linkerzijde naar buiten kwam en een gooiende beweging maakte. Een voorwerp vloog richting de sloot. Dit was tussen de [adres 3] en [adres 4] in Pijnacker.
10.
Proces-verbaal van de politie [13]
Op 18 september 2025 werd mij een wapen overhandigd. Het wapen werd opgedoken uit het water gelegen aan de [straat] , ter hoogte van perceel 5 te Pijnacker. Het bleek een alarmpistool.
2.3.2.
Bewijsmotivering 10-044261-26
Feit 1 en 2 | afpersing en diefstal met geweld [medeverdachte 3]
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het medeplegen niet kan worden bewezen zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte niet alleen het slachtoffer heeft gedwongen goederen af te geven, maar ook dat bepaalde goederen zelf heeft afgepakt dan wel van het lichaam van het slachtoffer heeft getrokken. Daarmee komt de rechtbank, anders dan door de raadsman bepleit, ook tot een bewezenverklaring van de diefstal met (bedreiging met) geweld.
Feit 3 | diefstal € 4.000
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] de pinpas waarmee hij en de verdachte bij de Geldmaat pinnen ongeveer een half uur daarvoor van aangever afhandig moest maken door middel van een babbeltruc en dat hij het geld moest afstaan aan de verdachte. Daarmee is een bewuste en nauwe samenwerking gegeven bij de diefstal van het met die pas gepinde geld. De verdachte moet hebben geweten dat het om een gestolen pinpas ging.
2.3.3.
Bewijsmotivering 09-245640-25 | openlijke geweldpleging
De verdachte ontkent geweld te hebben gebruikt tegen het slachtoffer, maar de inhoud van de bewijsmiddel wijst iets anders uit. Het slachtoffer heeft verklaard dat hij, anders dan de verdachte zegt, in de rijdende auto ook is geslagen door de verdachte. De verklaring van het slachtoffer wordt ondersteund door de waarnemingen van de verbalisanten toen zij achter de auto reden waarin de verdachte samen met het slachtoffer op de achterbank zat, toen zij zagen dat de verdachte continu in de weer was met het slachtoffer. Door het slachtoffer te slaan heeft de verdachte een significante bijdrage geleverd aan de openlijke geweldpleging.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Onder parketnummer 10.044261.26:
1
hij op 31 januari 2026 te Schiedam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en kledingstukken die aan die [slachtoffer 1] toebehoorden door die [slachtoffer 1]
- vast te pakken en
- op/tegen het hoofd en het lichaam te slaan en
- op/tegen het hoofd een zogenoemd knietje te geven en
- op/tegen de benen te schoppen en
- meermalen woorden toe te voegen van dreigende aard en/of strekking;
2
hij op 31 januari 2026 te Schiedam telefoons en een ID-bewijs en een bankpas en een tas en kledingstukken, te weten
eenschoen en een muts en een sjaal die aan [slachtoffer 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door die [slachtoffer 1]
- vast te pakken en
- op/tegen het hoofd en het lichaam te slaan en/
- op/tegen het hoofd een zogenoemd knietje te geven en
- voornoemde kledingstukken en tas van die [slachtoffer 1] af te pakken en/of uit te trekken en
- op/tegen de benen te schoppen en
- meermalen woorden toe te voegen van dreigende aard en/of strekking;
3
hij op 24 november 2025 te Maassluis tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag van in totaal 4000 euro dat aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel door geld op te nemen met een bankpas en bijbehorende pincode op naam van voornoemde [slachtoffer 2] , tot welk gebruik verdachte niet gerechtigd was;
Onder parketnummer 09-245640-25:
hij op 18 september 2025 in Nederland openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- slaan met een wapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en
- slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] .

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Onder parketnummer 10.044261.26:
de eendaadse samenloop van
1
afpersing
en
2
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken
en verder
3
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel
Onder parketnummer 09-245640-25:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf en maatregel

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaar met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering, waarbij het geadviseerde contactverbod en locatiegebod in de vorm van een artikel 38v-maatregel moeten worden opgelegd. Er wordt verzocht om zowel de bijzondere voorwaarden als de 38v-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de geëiste straf flink te matigen en te volstaan met een straf waarbij het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf gelijk is aan het voorarrest.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft in een halfjaar tijd op drie verschillende momenten strafbare feiten gepleegd. Allereerst heeft hij zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in een rijdende auto waarbij het slachtoffer letsel heeft opgelopen aan zijn hoofd. Het geweld is pas gestopt op het moment dat het slachtoffer de auto heeft kunnen ontvluchten. Dergelijke ervaringen kunnen nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers veroorzaken. Dat is ook gebleken in deze zaak, waarin het slachtoffer geen aangifte heeft durven doen.
Daarnaast heeft de verdachte samen met een ander geld opgenomen met een pinpas die afkomstig was van een babbeltruc. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van het slachtoffer van die babbeltruc volgt dat dit feit veel indruk op hem heeft gemaakt en dat hij zich nog steeds onveilig en onzeker voelt. Met zijn handelen heeft de verdachte het gevoel van veiligheid en het vertrouwen van het slachtoffer in de medemens ernstig geschaad. De verdachte heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van zijn daden voor het slachtoffer (en heeft zich op dat punt ter zitting ronduit onverschillig getoond), maar heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.
Tot slot heeft de verdachte een bekende van hem afgeperst en bestolen in de hal van de flat waar zij beiden wonen. Het slachtoffer is hierbij door de verdachte geslagen en geschopt en moest zijn spullen afgeven en zijn kleding uittrekken. Ook heeft de verdachte zelf spullen van het slachtoffer afgepakt. Daarbij filmde de verdachte het slachtoffer. Dit is, zoals naar voren komt uit de verklaring van het slachtoffer, zeer beangstigend en vernederend voor hem geweest.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapport reclassering
In het reclasseringsrapport van 20 mei 2026 staat onder meer dat er op bijna alle leefgebieden risicofactoren terug te vinden zijn. De verdachte kan zijn studiejaar niet voortzetten, heeft geen dagbesteding en er is geen inzicht in zijn financiën. Hij zou onderdeel uitmaken van de harde kern van [groep] , al ontkent hij dat zelf. De verdachte is niet voornemens om afstand te nemen van dit netwerk. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat. Hij is in 2022 onderzocht door het NIFP en daaruit kwam brede psychische problematiek naar voren. Er is echter geen recente diagnostiek. De verdachte loopt momenteel in een schorsingstoezicht in een andere zaak waarin hij zijn afspraken nakwam. Hij staat op de wachtlijst bij [zorginstelling] voor ambulante behandeling.
Er wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, diagnostiek en ambulante behandeling, ambulante begeleiding, een contactverbod, een locatiegebod met elektronisch toezicht en het geven van inzicht in financiën. De dadelijke uitvoerbaarheid daarvan wordt eveneens geadviseerd.
4.3.3.
Oplegging straf en maatregel
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarnaast wordt rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte en het reclasseringsadvies. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 12 maanden passend, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt.
Bijzondere voorwaarden en maatregel 38v Sr
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. Met de officier van justitie acht de rechtbank het passend om de contactverboden en het locatiegebod in de vorm van een 38v-maatregel op te leggen. Daarom wordt ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten aan de verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van drie jaren opgelegd zoals opgenomen onder hoofdstuk 7: ‘beslissingen’.
Gelet op het strafblad en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar. Ook de 38v-maatregel is dadelijk uitvoerbaar, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen jegens anderen.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen iPhone 16 Pro ( [nummer 1] ) verbeurd wordt verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de telefoon niet verbeurd te verklaren nu er onvoldoende verband bestaat tussen die telefoon en de tenlastegelegde feiten.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor de feiten 1 en 2 onder parketnummer 10-044261-26 wordt de in beslag genomen iPhone 16 Pro verbeurd verklaard. De strafbare feiten zijn met behulp van deze telefoon gepleegd, nu de verdachte daarmee het bewezenverklaarde heeft gefilmd.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 38v, 47, 55, 57, 141, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregel
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
6 (zes) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als
algemene voorwaardedat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als
bijzondere voorwaarden:
1.
Meldplicht bij reclassering: de verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met betrokkene opnemen voor de eerste afspraak;
2.
Diagnostiek & ambulante behandeling: de verdachte werkt mee aan diagnostiek en laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3.
Ambulante begeleiding praktische zaken: de verdachte werkt mee aan ambulante begeleiding op het gebied van praktische zaken door bijvoorbeeld E25 of een soortgelijke instantie. Deze begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de instantie geeft;
4.
Dagbesteding: de verdachte spant zich gedurende de gehele proeftijd in voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, onbetaald werk, opleiding of vrijetijdsbesteding in een vaste structuur;
5.
Inzicht in financiën: de verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht
dadelijk uitvoerbaarzijn;
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 (drie) jareninhoudende dat de verdachte:
1.
Contactverbod: op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met
- [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 2] 2001;
- [persoon A] , geboren op [geboortedatum 3] 1998;
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 4] 1947;
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 5] 2026;
- [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 6] 1999;
2.
Locatiegebod (met elektronisch toezicht): gedurende het reclasseringstoezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, zolang de reclassering dat nodig vindt. Bij de start dient de verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding 12 uur op het verblijfadres te zijn. Op doordeweekse dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 22 uur en op dagen in het weekend 20 uur. De reclassering kan tijdens deze periode de dagen en tijden waarop het locatiegebod geldt, al dan niet tijdelijk, verminderen. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Het huidige verblijfadres is [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. De verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatiegebod, voor de genoemde periode of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. De verdachte zal voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de looptijd van dat toezicht Nederland niet verlaten zonder toestemming van de reclassering. De aansluiting van het elektronische monitoringmiddel zal plaatsvinden in de penitentiaire inrichting;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van één week, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
beveelt dat de maatregel
dadelijk uitvoerbaaris;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurdvoor de feiten 1 en 2 van parketnummer 10-044261-26:
een iPhone 16 Pro (goednummer [nummer 1] ).
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en N.A. Nowotny, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 juni 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Roer met documentcode [documentnummer 1] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
3.Het proces-verbaal van aangifte, nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 11 tot en met 18, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 1] .
4.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2026, Eenheid Rotterdam, documentcode [documentnummer 2] , pagina 28 tot en met 79, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1] .
5.Als hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met documentcode [documentnummer 3] .
6.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
7.Het proces-verbaal van aangifte van 10 december 2025, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 1 tot en met 6, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 2] .
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 april 2026, Eenheid Rotterdam, documentcode [documentnummer 4] , pagina 107 tot en met 112, inhoudende de verklaring van [medeverdachte 1] .
9.Als hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het dossier met nummer [dossiernummer] .
10.Verklaard tijdens de zitting van 27 mei 2026.
11.Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 18 september 2025, Eenheid Den Haag, nummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 124 tot en met 130, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] .
12.Het proces-verbaal van bevindingen van 18 september 2025, Eenheid Den Haag, nummer [proces-verbaalnummer 4] , pagina 42 tot en met 45, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] .
13.Het proces-verbaal van politie, Eenheid Den Haag, nummer [verbalisant 3] , pagina 71 tot en met 73, opgemaakt door [verbalisant 4] .