ECLI:NL:RBROT:2026:7551

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/708684 / JE RK 25-2151
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin met behoud van stabiliteit en veiligheid

De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 22 mei 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De minderjarige verblijft sinds september 2023 in het pleeggezin, waar hij een veilige en stabiele omgeving heeft na een verleden van instabiliteit. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, heeft aangegeven dat haar situatie onvoldoende stabiel is om de minderjarige weer thuis te laten wonen.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) had verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar. De kinderrechter besloot de machtiging te verlengen tot 23 juli 2026, korter dan verzocht, vanwege de afwezigheid van de GI tijdens de zitting en organisatorische onduidelijkheden, waaronder het ontbreken van een jeugdbeschermer en onduidelijkheid over het team waaronder de minderjarige valt.

De overige delen van het verzoek worden aangehouden voor verdere behandeling op een zitting gepland op 16 juli 2026, waarbij de GI, de moeder en de pleegouders worden opgeroepen om te verschijnen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 23 juli 2026, met aanhouding van het resterende verzoek voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708684 / JE RK 25-2151
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader] ,
hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 30 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de toetsing van de Raad van 30 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 31 oktober 2025.
  • de briefrapportage van de GI van 1 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen. Telefonisch contact met de GI heeft niet geleid tot (telefonische) aanwezigheid van een vertegenwoordiger die het woord kon voeren.
De moeder en de pleegouders zijn niet verschenen. Zij hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.
1.2.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 23 november 2026. Bij deze beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 23 mei 2026.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Op de ondertoezichtstelling is reeds beslist. Op het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing is beslist tot 23 mei 2026 en voor het overige verzochte aangehouden. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende zes maanden, te weten tot 23 november 2026.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
4.2.
[voornaam minderjarige] verblijft sinds september 2023 in het pleeggezin, waar hij na een belast verleden met veel instabiliteit nu een veilige een stabiele plek heeft. De moeder heeft aangegeven dat haar situatie momenteel onvoldoende stabiel is om [voornaam minderjarige] weer thuis te laten wonen. Het is positief dat de moeder dit aangeeft, omdat dit laat zien dat zij handelt in het belang van [voornaam minderjarige] . Alle betrokkenen vinden dat het verblijf van [voornaam minderjarige] in het pleeggezin moet worden voortgezet. De kinderrechter is het daarmee eens.
4.3.
Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere periode te verlengen dan verzocht, te weten tot 23 juli 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De GI is namelijk niet ter zitting verschenen om vragen van de kinderrechter te beantwoorden. Verder hebben de belanghebbenden aangegeven dat het hen niet lukte om naar de zitting te komen en dat [voornaam minderjarige] niet naar het kindgesprek kon komen vanwege de zittingslocatie en het moment van de zitting. Ten slotte acht de kinderrechter het zorgelijk dat uit de telefonische navraag ter zitting is gebleken dat er momenteel geen jeugdbeschermer is voor [voornaam minderjarige] en dat ook niet bekend is onder welk team van jeugdbeschermers hij valt omdat het team waar hij eerder onder viel is opgeheven. Het overige deel van het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing zal worden besproken op de hierna te noemen zitting. Dan kunnen de GI, [voornaam minderjarige] en de belanghebbenden alsnog worden gehoord. De kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat er dan wel een vertegenwoordiger van de GI verschijnt.
4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 juli 2026;
en alvorens verder te beslissen:
5.2.
houdt de behandeling voor het overige verzochte aan en roept de GI, de moeder en de pleegouders op te verschijnen tijdens de zitting van mr. D.I. Hendriks-van Wel
in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 16 juli 2026 te 11:30,teneinde nader te worden gehoord;
5.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
5.4.
gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] voor een kindgesprek;
5.5.
verzoekt de GI een tolk te reserveren voor de moeder;
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.