ECLI:NL:RBROT:2026:7556

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718259 / JE RK 26-720
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp wegens onvoldoende onderbouwing en belangen minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige vanwege een zorgelijke thuissituatie, risicovol gedrag en suïcidale gedachten. De minderjarige liep regelmatig weg en had conflicten met de moeder, die het ouderlijk gezag heeft. De GI en moeder stelden dat een gesloten plaatsing noodzakelijk was voor de veiligheid van de minderjarige.

De minderjarige en haar advocaat voerden verweer tegen het verzoek, stellende dat de onderbouwing ontbrak en dat zij wel naar school ging. Ook werd gewezen op de aanstaande gezinsopname die eerst afgewacht moest worden. De moeder steunde het verzoek, benadrukkend dat de minderjarige niet luisterde en niet naar school ging.

De kinderrechter oordeelde dat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. De stellingen van de GI waren onvoldoende onderbouwd met concrete voorbeelden of recente informatie. De risico's van weglopen bestonden ook bij open groepen, en een gesloten plaatsing zou de schoolgang en sociale activiteiten zoals de dansclub belemmeren, wat niet in het belang van de minderjarige is.

De kinderrechter wees het verzoek af en adviseerde de GI om te overwegen een netwerkplaatsing of open groep als overbrugging te bespreken. De gezinsopname die binnenkort start, moet duidelijkheid geven over de vervolgstappen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Verzoek machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet in belang van minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718259 / JE RK 26-720
Datum uitspraak: 28 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verzoek machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. S. Ben Ahmed, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 10 april 2026, ontvangen op 15 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, in aanwezigheid van haar advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 september 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk in verband met de veiligheid van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] loopt regelmatig weg, vertoont risicovol gedrag en heeft vage contacten. Daarnaast heeft zij suïcidale gedachten. In de thuissituatie is sprake van conflicten en een situatie die op ieder moment kan escaleren, zoals recent nog is gebeurd. Daarnaast gaat [voornaam minderjarige] niet naar school. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen periode op verschillende open groepen verbleven, maar ook daar is zij weggelopen. Eind juni/begin juli a.s. zal een gezinsopname starten. Indien [voornaam minderjarige] opnieuw wegloopt voordat de gezinsopname begint, bestaat het risico dat zij niet tijdig wordt teruggevonden. De moeder leeft voortdurend in angst dat [voornaam minderjarige] iets overkomt.

4.He standpunt van [voornaam minderjarige]

4.1.
Door en namens [voornaam minderjarige] wordt verweer gevoerd. Een gesloten plaatsing is niet passend. De onderbouwing van de gebeurtenissen in de afgelopen periode die een gesloten plaatsing noodzakelijk zouden maken, ontbreekt. Een gesloten plaatsing is een uiterste maatregel en moet daarom goed onderbouwd worden. [voornaam minderjarige] betwist dat zij niet naar school gaat en stelt dat zij de afgelopen twee maanden dagelijks naar school gaat. Er zijn geen stukken overgelegd die dit weerleggen. Binnenkort gaat de gezinsopname starten met de moeder. De uitkomst van de gezinsopname dient te worden afgewacht om te bepalen welke hulpverlening nodig is. In de tussenliggende periode kan de jongerencoach eventueel intensiever worden ingezet. [voornaam minderjarige] heeft op dit moment nog motivatie voor school en de gezinsopname. Een gesloten plaatsing kan dit doorkruisen. Indien [voornaam minderjarige] gesloten wordt geplaatst, komt de huidige schoolgang te vervallen.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
De moeder stemt in met het verzoek. [voornaam minderjarige] ziet niet in wat gevaarlijk is en laat zich niet sturen. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk, omdat al van alles is geprobeerd en [voornaam minderjarige] niet luistert. Er moet worden gekeken wat er met [voornaam minderjarige] aan de hand is voordat het te laat is. [voornaam minderjarige] gaat niet naar school.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. [1] Hierna legt de kinderrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
6.2.
De situatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is zorgelijk. [voornaam minderjarige] verblijft in een thuissituatie waarin regelmatig conflicten met de moeder ontstaan. [voornaam minderjarige] is na escalaties meerdere malen (met spoed) op een open groep geplaatst, maar heeft zich daar steeds - met instemming van de moeder - aan onttrokken. Op dit moment woont zij weer bij de moeder. Hulpverlening in de thuissituatie is niet van de grond gekomen. Positief is dat eind juni / begin juli a.s. een gezinsopname staat gepland.
6.3.
Hoewel de situatie zorgelijk is, acht de kinderrechter een machtiging tot gesloten jeugdhulp niet passend. De GI en de moeder stellen dat [voornaam minderjarige] een gevaar voor zichzelf vormt en niet naar school gaat. Deze stellingen zijn ter zitting door [voornaam minderjarige] en haar advocaat uitdrukkelijk betwist. De kinderrechter beschikt niet over stukken die de stellingen van de GI onderbouwen. De GI lijkt alle geuite zorgen van de moeder over te nemen, maar zij kunnen beide geen concrete voorbeelden of recente informatie geven. De kinderrechter houdt er ook rekening mee dat de moeder zich in het verleden wisselend heeft opgesteld over wat goed zou zijn voor [voornaam minderjarige] en dat de moeder bekend is (geweest) met psychische problemen. Het feit dat [voornaam minderjarige] regelmatig wegloopt is onvoldoende om een gesloten plaatsing te rechtvaardigen. Daarbij komt dat ook op gesloten groepen, zoals Schakenbosch, jongeren regelmatig weglopen, zodat een dergelijk risico daarmee niet wordt weggenomen. Daarnaast zou een plaatsing bij Schakenbosch ertoe kunnen leiden dat de huidige schoolgang geen doorgang kan vinden en dat [voornaam minderjarige] niet meer naar haar zo geliefde dansclub kan, hetgeen niet in het belang van haar ontwikkeling is. Al met al vindt de kinderrechter een gesloten plaatsing, het meest verstrekkende verzoek dat door de GI kan worden gedaan en een vorm van vrijheidsbeneming, niet op zijn plaats en niet in het belang van [voornaam minderjarige] . Binnenkort start de gezinsopname, waaruit de vervolgstappen moeten blijken. De kinderrechter merkt op dat de GI met [voornaam minderjarige] en de moeder kan bespreken of ter overbrugging een netwerkplaatsing of plaatsing op een open groep in Rotterdam mogelijk is. De situatie is immers zorgelijk.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 5 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet.