ECLI:NL:RBROT:2026:7562

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/720774 / JE RK 26-1079
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige psychische problematiek

De rechtbank Rotterdam heeft op 4 juni 2026 een beschikking gegeven inzake een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige vertoont ernstige psychische problematiek, waaronder verward gedrag, weglopen en ontregeling, die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmert.

Eerder was een machtiging voor gesloten jeugdhulp afgewezen, waarna de minderjarige in een open setting verbleef. Deze open plaatsing leidde echter tot verslechtering van haar toestand, met onder meer suïcidale uitlatingen, agressie, drugsgebruik en meerdere weglopen. Een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp was reeds verleend voor vier weken.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht vervolgens om verlenging van de machtiging tot drie maanden. De rechtbank oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de hulp die zij nodig heeft en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. De machtiging werd daarom toegekend voor de duur van drie maanden.

De minderjarige was niet in staat tot een inhoudelijk gesprek en maakte een verwarde indruk. De vader was niet verschenen, maar correct opgeroepen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: Machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden toegekend wegens ernstige psychische problematiek en ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720774 / JE RK 26-1079
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,
advocaat: mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 juni 2026, ontvangen op 3 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [voornaam minderjarige] met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, in aanwezigheid van haar advocaat, met de kinderrechter gesproken.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch.
2.3.
Bij beschikking van 11 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot haar meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027. Bij deze beschikking heeft de kinderrechter het verzoek om een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [voornaam minderjarige] voor de duur van drie maanden te verlenen, afgewezen. Wel heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van [voornaam minderjarige] verlengd tot haar meerderjarigheid, te weten tot 10 februari 2027.
2.4.
Bij beschikking van 2 juni 2026 is een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken, te weten tot 30 juni 2026. Het overig verzochte is aangehouden.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI heeft verzocht een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. Hierover is bij beschikking van 2 juni 2026 al beslist. De partijen moeten hierop nog worden gehoord. Aansluitend heeft de GI verzocht een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van een maand.
3.2.
De GI heeft het verzoek op de zitting gewijzigd naar een duur van drie maanden.
3.3.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen jaren op verschillende groepen verbleven. Bij de laatste (open) plaatsing bij Embrace the Future is het bergafwaarts met haar gegaan. [voornaam minderjarige] heeft vervolgens twee weken op de High Intensive Care afdeling van Yulius verbleven. Daar is zij weggelopen. [voornaam minderjarige] werd vervolgens in verwarde toestand op straat aangetroffen. Gezien is dat zij sigaretten opraapt van straat, dat zij mensen aanspreekt en om hulp vraagt omdat zij zou zijn ontvoerd en dat zij zwanger is. Deze verwarde toestand was ook te zien op de crisisplek. [voornaam minderjarige] schreeuwt, heeft waanideeën en urineert in haar broek, waarbij zij aangeeft dat haar vliezen zijn gebroken. Recent heeft zij ook de politie gebeld met de mededeling dat zij opgesloten zat in een schuurtje met onbekende mensen. Een zorgmachtiging blijft het aangewezen traject. In dat kader heeft de acute dienst [voornaam minderjarige] inmiddels driemaal beoordeeld. Deze beoordelingen hebben tot op heden niet geleid tot de conclusie dat sprake is van een acuut psychiatrisch toestandsbeeld. Een opname in een psychiatrische instelling is dus geen optie. De gesloten plaatsing is geen straf, maar noodzakelijk ter waarborging van de veiligheid van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] verblijft bij Schakenbosch. Het oorspronkelijke plan was gericht op korte stabilisatie binnen Schakenbosch, gevolgd door doorplaatsing naar De Fjord. Gezien de recente incidenten is dit niet haalbaar. Een machtiging voor de duur van drie maanden is nodig om ruimte te creëren voor herbeoordeling van haar psychische toestand.

4.Het standpunt van [voornaam minderjarige]

4.1.
Hoewel [voornaam minderjarige] niet naar Schakenbosch wil en deze plek niet passend is voor haar, wordt namens [voornaam minderjarige] geen verweer gevoerd. Op dit moment wordt geen passende zorg geboden, maar er is geen alternatief beschikbaar. Binnen Schakenbosch moet worden onderzocht welke plek en welke hulpverlening aansluiten bij [voornaam minderjarige] . Positief is dat de jeugdbeschermer hier actief mee bezig is. De advocaat begrijpt dat is verzocht om een machtiging voor de duur van drie maanden, maar een machtiging voor de duur van vier weken kan mogelijk de noodzakelijke urgentie creëren om voortvarend te handelen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
[voornaam minderjarige] heeft in haar leven ingrijpende gebeurtenissen en langdurige onrust meegemaakt, die hebben geleid tot trauma’s en gedragsproblematiek. Zij heeft in het verleden zowel op open als gesloten groepen verbleven. Op 11 maart 2026 is het verzoek tot gesloten jeugdhulp afgewezen, waarna [voornaam minderjarige] de kans heeft gekregen zich positief te ontwikkelen binnen een open setting bij Embrace the Future. Daar is het bergafwaarts met haar gegaan. Binnen deze plaatsing is sprake geweest van ernstig verward en manisch gedrag, waaronder suïcidale uitlatingen, het inschakelen van de politie, agressief gedrag, drugsgebruik en seksuele uitlatingen richting begeleiding. Daarnaast is [voornaam minderjarige] meerdere keren weggelopen en werd zij verward op straat aangetroffen. Ter zitting was [voornaam minderjarige] niet in staat tot een inhoudelijk gesprek met de kinderrechter; zij maakte een sterk verwarde indruk. Haar gedrag (buiten de zittingszaal) was dusdanig zorgelijk dat de parketpolitie toezicht moest houden.
5.3.
[voornaam minderjarige] heeft dringend passende hulpverlening nodig. De huidige situatie is ernstig en dient te worden doorbroken. Alle mogelijkheden binnen de open setting zijn benut zonder dat dit tot verbetering heeft geleid. De GI acht een zorgmachtiging het aangewezen traject, maar een psychiatrisch gedwongen kader is vooralsnog niet haalbaar gebleken. Daarmee resteert geen minder ingrijpend alternatief dan plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Binnen deze setting kan worden onderzocht welke problematiek bij [voornaam minderjarige] speelt en welke behandeling en begeleiding passend zijn.
5.4.
Gelet op de ernst van de problematiek en het huidige toestandsbeeld wordt niet verwacht dat op korte termijn een wezenlijke verandering zal optreden. Een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden wordt daarom noodzakelijk geacht.
5.5.
De kinderrechter machtigt de GI om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 juni 2026 tot 4 september 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 11 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).