ECLI:NL:RBROT:2026:7565

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/10/718970 / JE RK 26-815
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens aanhoudende zorgen over gedrag en gezinssituatie

De Raad voor de Rechtspraak, Rechtbank Rotterdam, heeft op 8 juni 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2016 en 2017. De ondertoezichtstelling was oorspronkelijk ingesteld vanwege zorgen over het gedrag van de kinderen, schoolverzuim en de gezinssituatie, waaronder geweld tussen de ouders.

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar. De moeder staat inmiddels open voor hulpverlening, en er is een start gepland met opvoedondersteuning en speltherapie. De kinderen zullen na de zomervakantie naar een andere school gaan, wat mogelijk een deel van de problemen kan oplossen.

De kinderrechter constateert dat de zorgen nog steeds bestaan, met name over het gedrag en het schoolverzuim van de kinderen. De verlenging is noodzakelijk om de hulpverlening daadwerkelijk van de grond te laten komen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd, maar met een kortere duur van zes maanden tot 10 december 2026. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden tot een zitting op 16 november 2026.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De vader is opgeroepen als informant en de GI moet uiterlijk 9 november 2026 een briefrapportage over de stand van zaken aan de kinderrechter en moeder sturen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 10 december 2026 met een kortere duur dan verzocht.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718970 / JE RK 26-815
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader] ,
wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI van 17 april 2026 is ontvangen op 29 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon A] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
Op 10 juni 2025 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling loopt tot 10 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen met een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI licht het verzoek ter zitting – samengevat – toe als volgt. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet behaald. In het begin was het moeilijk om in contact te komen met de moeder. Zij heeft weinig vertrouwen in hulpverlening. Inmiddels staat de moeder wel open voor hulpverlening en verloopt ook de samenwerking een stuk beter. JeugdProfs start binnenkort met opvoedondersteuning voor de moeder en speltherapie voor de kinderen. Als de moeder laat zien dat zij goed meewerkt met JeugdProfs en zij, na een eventuele overdracht naar het vrijwillig kader, het wijkteam binnenlaat, kan de ondertoezichtstelling eerder worden beëindigd. Daarbij speelt mee dat de kinderen na de zomervakantie naar een andere school gaan. Daarmee wordt een deel van de problemen mogelijk opgelost. Op die school werken ze namelijk in kleine groepjes en is er aandacht voor gedrag en emotieregulatie. Verder hangt het schoolverzuim van de kinderen samen met het feit dat de huidige school en de moeder niet op één lijn zitten. Ook dat probleem wordt mogelijk weggenomen door een wisseling van school.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De moeder vindt een ondertoezichtstelling niet nodig, maar staat wel open voor hulpverlening.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.2.
De nu 10-jarige [voornaam minderjarige 1] en 8-jarige [voornaam minderjarige 2] zijn een jaar geleden onder toezicht gesteld van de GI, omdat er zorgen waren over hun gedrag op school (waaronder fysiek grensoverschrijdend gedrag), schoolverzuim, en de situatie thuis (waar in januari 2025 geweld heeft plaatsgevonden tussen de ouders). De moeder erkende de zorgen onvoldoende en leek de noodzaak van het inzetten van hulpverlening niet in te zien. In de afgelopen periode heeft de moeder niet kunnen profiteren van hulpverlening. Ook speltherapie voor de kinderen is niet van de grond gekomen. Op school laten de kinderen nog steeds verbaal en fysiek grensoverschrijdend gedrag zien. Verder is het schoolverzuim in de afgelopen periode toegenomen. De zorgen bestaan dus nog steeds. Positief is dat de moeder inmiddels wel openstaat voor hulpverlening, en dat JeugdProfs binnenkort start met opvoedondersteuning voor de moeder en speltherapie (gericht op emotieregulatie) voor de kinderen. Verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om ervoor te zorgen dat die hulpverlening daadwerkelijk van de grond komt.
5.3.
In de gewijzigde houding van de moeder, het feit dat de kinderen na de zomervakantie op een andere school starten (die waarschijnlijk beter past) en de ter zitting door de GI gedane mededeling dat de ondertoezichtstelling mogelijk eerder kan worden beëindigd, ziet de kinderrechter aanleiding om de ondertoezichtstelling met een kortere periode te verlengen dan verzocht, te weten met zes maanden, dus tot 10 december 2026. De beslissing op het resterende deel van het verzoek wordt uitgesteld, te weten tot de zitting van 16 november 2026.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de GI haar uiterlijk op 9 november 2026 een briefrapportage toe te sturen (en een kopie daarvan aan de moeder te sturen), waarin de stand van zaken op dat moment wordt beschreven en ook wordt vermeld of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd of niet.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 10 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en, alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. drs. H. Biemond op
16 november 2026 om 11:30 uurin de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, gelegen aan het
Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam,om nader op het verzoek te worden gehoord;
6.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.5.
vraagt de griffier de vader op te roepen als informant;
6.6.
verzoekt de GI
uiterlijk op 9 november 2026de verzochte
briefrapportageaan de kinderrechter toe te sturen, en een kopie daarvan aan de moeder te sturen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.artikelen 1:255 en 1:260 Burgerlijk Wetboek