Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 februari 2026, met bijlagen;
- het mondelinge antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een deel van een langdurige betalingsachterstand van de verzekerde, ontstaan sinds 2016. De verzekerde erkent de achterstand maar stelt dat hij onvoldoende geïnformeerd was over de specificaties van de facturen, met name over kosten voor zijn meerderjarige dochter. De kantonrechter oordeelt dat VGZ voldoende heeft toegelicht waar de achterstand op ziet, onderbouwd met brieven en factuurvoorbeelden.
De verzekerde is volgens de rechter ook incassokosten en wettelijke rente verschuldigd, omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en de verzekerde de achterstand niet heeft betwist. Betalingen sinds maart 2021 worden in mindering gebracht op de hoofdsom, incassokosten en rente. VGZ vordert slechts €2.500 om de proceskosten voor de verzekerde te beperken, met behoud van rechten voor het resterende bedrag.
De kantonrechter veroordeelt de verzekerde tot betaling van €2.500 plus rente en legt de proceskosten van €1.093,27 bij hem. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct kan incasseren. De verzekerde heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze uitvoerbaarheid.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 plus rente en proceskosten van €1.093,27 aan VGZ.