ECLI:NL:RBROT:2026:7665

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
C/10/719597 / JE RK 26-919
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over ondertoezichtstelling minderjarige voor twaalf maanden

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, vanwege ernstige bedreigingen in haar ontwikkeling en problematische thuissituatie. De kinderrechter heeft op 17 juni 2026 een zitting gehouden waarbij de ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De minderjarige is gehoord maar gaf geen mening.

De feiten tonen aan dat de ouders het ouderlijk gezag hebben en de minderjarige bij hen woont. Na een spoedbeschikking op 19 maart 2026 is de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst in een gesloten accommodatie. Inmiddels woont zij weer thuis en zijn er positieve, maar nog prille, ontwikkelingen dankzij hulpverlening en veiligheidsafspraken.

De Raad en de gecertificeerde instelling ondersteunen het verzoek tot voortzetting van de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden om de hulpverlening te continueren en de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen. De ouders staan hierachter en erkennen de noodzaak van vastigheid.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, gezien de langdurige zorgen over de relatie tussen de minderjarige en haar ouders, de risico’s waaraan zij werd blootgesteld, en de noodzaak van monitoring en ondersteuning. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de minderjarige wordt onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling voor de periode van 17 juni 2026 tot 17 juni 2027.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling voor twaalf maanden met onmiddellijke ingang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719597 / JE RK 26-919
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Rotterdam-Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]en
[naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen van 11 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de ouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij spoedbeschikking van 19 maart 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 19 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De ouders werken sinds de voorlopige ondertoezichtstelling goed mee aan de hulpverlening en [minderjarige] heeft inmiddels vier dagen dagbesteding. De positieve ontwikkelingen zijn pril en de situatie was tot voor kort erg problematisch. Het is belangrijk dat de ouders de komende tijd worden ondersteund en dat de Multi Systeem Therapie (MST) wordt gemonitord door de GI.

4.De standpunten

4.1.
De GI ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. De ontwikkelingen zijn pril, maar de hulp is al gestart. [minderjarige] krijgt hulp vanuit Koersvast en zij gaat naar Inzicht, zodat zij na de zomervakantie weer op school kan gaan starten. Daarnaast is er een aanmelding gedaan bij het jeugdteam in Schiedam.
4.2.
De ouders staan achter het verzoek van de Raad. De ouders zijn blij met de positieve ontwikkelingen sinds de voorlopige ondertoezichtstelling. Desondanks zijn de ontwikkelingen nog pril en moet er nog veel gebeuren. Na de zomer start [minderjarige] op school en MST zal worden afgebouwd. Een ondertoezichtstelling geeft de nodige vastigheid en de ouders hopen dat de positieve ontwikkeling wordt voortgezet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [minderjarige] ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling. Er bestaan al een langere periode zorgen over de relatie tussen [minderjarige] en de ouders. Het lukte de ouders de afgelopen periode steeds minder om grip op [minderjarige] te krijgen en [minderjarige] voelt zich niet gesteund en gehoord door haar ouders. Ook bestaan er zorgen over de schoolgang van [minderjarige] . Ook waren er zorgen over de kringen waar [minderjarige] zich in zou bevinden en de risico’s waaraan zij zich blootstelde. Daarnaast liep [minderjarige] regelmatig weg en het lukte de ouders niet om haar te begrenzen. [minderjarige] is toen voorlopig onder toezicht gesteld en met spoed uit huis geplaatst in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Ook op Schakenbosch liep [minderjarige] weg en het was onduidelijk waar zij naartoe ging. Inmiddels woont [minderjarige] – na overleg met alle betrokkenen – weer bij de ouders. De afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet. Door de GI zijn veiligheidsafspraken gemaakt met en bodemeisen gesteld aan de ouders en [minderjarige] . Ter zitting is gebleken dat iedereen zich aan de afspraken houdt. Ook is [minderjarige] gestart bij Inzicht en kan zij na de zomervakantie naar de (reguliere) middelbare school.
5.3.
Sinds de voorlopige ondertoezichtstelling zijn positieve stappen gezet en de GI is voortvarend te werk gegaan met de inzet van hulpverlening. Deze ontwikkelingen zijn echter nog pril en de betrokkenheid van de GI blijft noodzakelijk om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. Er is veel hulpverlening betrokken en het is belangrijk dat de hulp blijft doorlopen. Ook zal moeten worden gemonitord hoe het met [minderjarige] gaat, wanneer zij weer naar school gaat. De kinderrechter ziet ouders die bereid zijn, maar die het simpelweg niet lukt onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen. De kinderrechter benadrukt dat het belangrijk is dat er aandacht komt voor de communicatie tussen [minderjarige] en de ouders en het herstel van vertrouwen in elkaar. Daarvoor dienen ook de ouders zich in te zetten. [minderjarige] moet niet het gevoel krijgen dat het alleen aan haar ligt en dat alleen zij eraan moet werken om te werken aan een beter contact tussen haar en de ouders.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de ondertoezichtstelling nodig. De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van twaalf maanden. Een kortere periode acht de kinderrechter niet van toepassing, nu de zorgen groot waren en voor langere tijd moet worden bezien of de positieve ontwikkeling zich doorzet, ook als [minderjarige] weer haar reguliere leven oppakt.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 17 juni 2026 tot 17 juni 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.