ECLI:NL:RBROT:2026:7681
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag compensatie afgeloste schulden in toeslagenaffaire
Eiser, slachtoffer in de toeslagenaffaire, diende een aanvraag in voor compensatie van vijf schulden bij ABN AMRO en een schuld bij BMW Financial Services Nederland. De minister van Financiën wees deze aanvraag af, waarop eiser bezwaar maakte. De rechtbank behandelde het beroep op 16 april 2026 en deed direct uitspraak.
Eiser stelde dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door niet nader onderzoek te doen naar zijn schulden, verwijzend naar artikel 3:2 Awb Pro. De rechtbank oordeelde echter dat het niet op de weg van de minister lag om schuldeisers te benaderen en dat de minister eiser adequaat had geïnformeerd over de benodigde bewijsstukken. Eiser bevestigde dat hij zelf contact had opgenomen met ABN AMRO, die verklaarde dat de schuld niet opeisbaar was.
De regeling vereist dat schulden voor 1 juni 2021 opeisbaar waren om voor compensatie in aanmerking te komen. Dit was bij de schulden van eiser niet het geval. De rechtbank stelde vast dat de regeling niet bedoeld is als schadevergoeding, maar ter ondersteuning van mensen die te maken hebben met invorderingsmaatregelen, wat bij eiser niet aan de orde was. Ook het beroep op onevenredigheid faalde omdat er geen schrijnende situatie bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat partijen binnen zes weken hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot compensatie van afgeloste schulden wordt ongegrond verklaard.