ECLI:NL:RBROT:2026:7682

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
10-349933-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 5 OpiumwetArt. 2 onder A OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk vervoeren van tien kilogram cocaïne in verborgen ruimte auto

De rechtbank Rotterdam heeft op 13 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op 23 december 2025 ongeveer tien kilogram cocaïne vervoerde in een verborgen ruimte in een auto. De verdachte heeft het strafbare feit bekend en werd staande gehouden onderweg van Nederland naar België. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de drugs buiten het grondgebied van Nederland bracht, wat strafbaar is volgens de Opiumwet.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 46 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor een lagere straf vanwege de medewerking, spijt en de ondergeschikte rol van de verdachte. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van drugshandel en het feit dat de verdachte geen eerdere veroordelingen heeft.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 46 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Daarnaast werden de in beslag genomen telefoon en handschoen verbeurd verklaard en de auto onttrokken aan het verkeer. De straf dient ook als afschrikmiddel om herhaling te voorkomen, mede gezien de internationale vrachtwagenchauffeursfunctie van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 46 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, voor het opzettelijk vervoeren van circa tien kilogram cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-349933-25
Datum uitspraak: 13 april 2026
Datum zitting: 30 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [PI] .
Advocaat van de verdachte: mr. E.V. Appeldoorn
Officier van justitie: mr. T. van den Bergh
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk vervoeren van ongeveer tien kilogram cocaïne in een verborgen ruimte in een auto. De verdachte heeft het strafbare feit bekend. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 46 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
op of omstreeks 23 december 2025 te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of gemeente Westland en/of Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, in elk geval heeft vervoerd, ongeveer 10 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte ongeveer tien kilo cocaïne heeft vervoerd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
4.
Proces-verbaal van de politie, kennisgeving van inbeslagname [5]
5.
Proces-verbaal van de politie, kennisgeving van inbeslagname [6]
6.
Schriftelijk stuk, NFI rapportage [7]
7.
Schriftelijk stuk, NFI rapportage [8]
Buiten het grondgebied van Nederland brengen
De verdachte heeft verklaard dat hij vanuit Litouwen naar Brussel is gevlogen en dat hij van zijn opdrachtgever op het vliegveld van Brussel een auto moest ophalen. Hij moest met deze auto naar Den Haag rijden, omdat hij daar de cocaïne in ontvangst moest nemen. Nadat hij de cocaïne in de verborgen ruimte had verborgen, is hij weer richting Brussel gereden. De verdachte is dus onderweg naar België met de cocaïne staande gehouden. De rechtbank acht het daarom bewezen dat de verdachte de drugs buiten het grondgebied van Nederland ging brengen en zich daarom schuldig heeft gemaakt aan (verlengde) uitvoer in de zin van artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet.
2.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambachtopzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, ongeveer 10 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Bepleit is om bij een bewezenverklaring de verdachte een lagere straf op te leggen, gelet op zijn (proces)houding, medewerking en spijterkenning. Verder is de verdachte een
first offenderen had hij een ondergeschikte rol.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft ongeveer tien kilogram cocaïne in een verborgen ruimte in een auto vervoerd. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne grote risico’s voor de gezondheid oplevert. De verspreiding van en handel in drugs gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Bij de ernst van het strafbare feit past een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Hoewel de verdachte na zijn staandehouding in eerste instantie niet meteen naar waarheid heeft verklaard over zijn werkelijke activiteiten op dat moment, houdt de rechtbank er wel rekening mee dat de verdachte daarna wel openheid van zaken heeft gegeven.
De rechtbank legt een gevangenisstraf van 46 maanden op.
Van deze gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf dient als stok achter de deur om te voorkomen dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt en in de verleiding kan komen om ‘snel’ wat met strafbare activiteiten zoals drugshandel bij te verdienen. De verdachte is internationaal vrachtwagenchauffeur en kan wellicht in de toekomst opnieuw worden benaderd voor het vervoeren van verdovende middelen. Hij heeft op de zitting ook verklaard dat hij vaker is gevraagd om in ruil voor geld strafbare feiten te plegen.
De tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, wordt in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen telefoon en handschoen worden verbeurd verklaard en de personenauto wordt onttrokken aan het verkeer.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over het beslag.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor het feit worden de in beslag genomen telefoon, Samsung S24 [9] en handschoen [10] verbeurd verklaard. De telefoon en de handschoen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring, nu deze toebehoren aan de verdachte en het strafbare feit met behulp van dit voorwerp is gepleegd.
5.3.2.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank beslist dat de in beslag genomen personenauto, zwarte Audi A3 [11] wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang. Het strafbare feit is met behulp van de personenauto gepleegd.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10 en 2 van de Opiumwet.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 46 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
12 maanden, van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
verklaart verbeurd voor het feit:
- telefoon, goednummer [goednummer 1] ;
- handschoen, goednummer [goednummer 2] ;
verklaart voor het feit onttrokken aan het verkeer:
- personenauto, goednummer [goednummer 3] .

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.F. Meekhof en P.A.J. van der Hart, griffiers,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 april 2026.
Mrs. van Vuren en Meekhof zijn niet in staat om het vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.de exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] .
2.verklaring verdachte tijdens de zitting van 30 maart 2026.
3.pagina 7 e.v.
4.pagina 32 e.v.
5.pagina 90.
6.pagina 91.
7.pagina 41.
8.pagina 42.
9.Goednummer: [goednummer 1] .
10.Goednummer: [goednummer 2] .
11.Goednummer: [goednummer 3] .