Verzoekster heeft woningen gekocht aan de Zuiderstek 16 en 20 in Alblasserdam, maar is niet zelf gaan wonen in deze woningen. Het college van burgemeester en wethouders heeft haar daarom een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 4.2, eerste lid, van de Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam, dat verhuur zonder vergunning verbiedt.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen deze last onder dwangsom en beroep ingesteld. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee het bestreden besluit zou worden geschorst totdat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang, maar dat het college terecht handhavend heeft opgetreden.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de woningen onder de opkoopbescherming vallen omdat zij een waarde hebben onder de NHG-grens en dat verhuur binnen vier jaar na inschrijving in het Kadaster niet is toegestaan zonder vergunning. Verzoekster heeft de woningen verhuurd aan de werkgever van de werknemers, wat ook een overtreding vormt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg staan.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor het bestreden besluit niet wordt geschorst. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.