Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de producties 1 tot en met 7 van [gedaagde 1];
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
3608/1980
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn 14 jaar geleden gescheiden en zijn sindsdien mede-eigenaren van een woning die niet is verdeeld. De vrouw vordert in kort geding dat de man medewerking verleent aan de verkoop van de woning, omdat zij financieel nadeel ondervindt door onterecht ontvangen huurtoeslag en het ontbreken van toeslagen zolang zij mede-eigenaar is.
De man verzet zich tegen verkoop en stelt dat hij het aandeel van de vrouw zou overnemen en dat hij alle lasten draagt. Hij heeft sinds de echtscheiding alle hypotheeklasten betaald en een gezamenlijk krediet afgelost. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter de vorderingen van de vrouw zal toewijzen, mede omdat de woning destijds onder water stond en de man mogelijk recht heeft op een groter aandeel in de overwaarde.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de man bij behoud van de woning zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij verkoop. De vorderingen worden daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot verkoop van de woning af omdat het belang van de man bij behoud zwaarder weegt dan het belang van de vrouw.