ECLI:NL:RBROT:2026:7766

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2610552:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid en waarborging

Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om drie schuldeisers te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. Het voorstel voorziet in een betaling van 8,01% aan preferente en 4,01% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op haar afloscapaciteit na afronding van een opleiding en het starten van een fulltime dienstverband.

Drie schuldeisers, waaronder Zilveren Kruis en twee natuurlijke personen, weigeren in te stemmen vanwege twijfels over de duurzaamheid van de regeling, betalingsachterstanden en het niet nakomen van eerdere betalingsafspraken. De rechtbank weegt het belang van deze schuldeisers tegen dat van verzoekster en overige schuldeisers.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster het uiterste doet wat financieel mogelijk is en dat onvoldoende is gewaarborgd dat zij daadwerkelijk het maximale bedrag aan schuldeisers zal afdragen. De onzekerheid over afronding van de opleiding, het ontstaan van nieuwe schulden en het ontbreken van reserveringen spelen hierbij een rol.

Daarom acht de rechtbank een Wsnp-traject beter passend, omdat daarin streng toezicht wordt gehouden op de inspanningsplicht en afdracht van inkomsten boven het vrij te laten bedrag. Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en waarborging dat verzoekster het maximale aan schuldeisers zal afdragen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 juni 2026
afwijzing gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[naam 1],
wonende te [straatnaam] , [postcode] [woonplaats 1] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 23 april 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • Zilveren Kruis Achmea, hierna te noemen: Zilveren Kruis;
  • de heer [naam 2] , wiens vordering in behandeling is bij Flanderijn & van Eck;
  • de heer [naam 3] ;
die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Zilveren Kruis heeft voorafgaand aan de zitting, op 28 mei 2026, een verweerschrift ingediend.
Ter zitting van 5 juni 2026 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [naam 4] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • de heer [naam 2] , weigerende schuldeiser (hierna: [naam 2] );
  • de heer [naam 3] , weigerende schuldeiser (hierna: [naam 3] ).
Schuldhulpverlening heeft op 9 juni 2026 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

1.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeventien schuldeisers, waarvan één preferente en zestien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 83.234,88 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 21 januari 2026 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 8,01% aan de preferente schuldeisers en 4,01% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoekster heeft op basis van haar dienstbetrekking. Verzoekster werkt parttime en volgt een opleiding. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen.
Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat de schuldregeling pas zal ingaan op
1 juli 2026. Dit is de datum waarop verzoekster haar opleiding hoopt af te ronden en fulltime zal kunnen gaan werken. Daarnaast kan zij vanaf dat moment beginnen met afdragen van haar inkomsten boven het vrij te laten bedrag, omdat dan de daarop gelegde beslagen vervallen door middel van een geslaagde schuldregeling. Er is nu nog niets gereserveerd. Door de schuldregeling vanaf deze datum te laten starten, wordt gewaarborgd dat de inkomsten die verzoekster uit haar fulltime werkzaamheden genereert gedurende de volledige looptijd van achttien maanden kunnen worden betrokken bij het akkoord, zodat de schuldeisers maximaal profiteren van de verbeterde inkomenssituatie van verzoekster.
Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels voldaan.
Veertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] stemmen hier niet mee in. Zilveren Kruis heeft een vordering van
€ 2.962,63 op verzoekster, [naam 2] heeft een vordering van € 30.176,26 op verzoekster en [naam 3] heeft een vordering van € 11.135,22 op verzoekster. In totaal belopen de vorderingen van deze weigerende schuldeisers 53,3% van de totale schuldenlast.

2.Het verweer

Zilveren Kruis heeft in haar verweerschrift uiteengezet dat zij zich genoodzaakt ziet haar medewerking aan de minnelijke schuldregeling te weigeren, omdat zij twijfelt aan de duurzaamheid van de voorgestelde schuldregeling en over de naleving van toekomstige premiebetaling. Verzoekster heeft na een eerder succesvolle (en afgehandelde) schuldregeling in 2016 opnieuw in 2024–2025 een betalingsachterstand in de lopende zorgverzekeringspremie laten ontstaan. Na de aanmelding van het huidige schuldhulpverleningstraject startte per 30 april 2025 nogmaals een schuldregeling waarbij direct achterstanden ontstonden, ondanks concrete waarschuwingen en ondanks de begeleiding die verzoekster ontvangt. Hierdoor heeft Zilveren Kruis haar medewerking aan de schuldregeling van verzoekster beëindigd. De nieuwe achterstand van € 1.083,74 en het ontbreken van enig herstelplan rechtvaardigen volgens Zilveren Kruis de conclusie dat zij in redelijkheid tot haar weigering heeft kunnen komen in de zin van artikel 287a lid 5 Fw.
[naam 2] heeft ter zitting uiteengezet dat hij zijn restaurant destijds heeft verkocht aan verzoekster, die daarmee vervolgens een eigen onderneming is gaan exploiteren, maar betaling van de koopsom is uitgebleven. Op 28 maart 2024 zijn verzoekster en [naam 2] al bij de rechtbank geweest voor een mondelinge behandeling. Dit heeft geleid tot een schikking, die is vastgelegd in een proces-verbaal en waarbij is afgesproken dat verzoekster € 300,00 per maand zal betalen aan [naam 2] om zo haar schuld van € 30.000,00 af te lossen. Verzoekster en haar advocaat hebben hier destijds mee ingestemd.
[naam 2] heeft echter geen betalingen van verzoekster mogen ontvangen terwijl zij wel de financiële ruimte heeft om haar afspraken, zoals vastgelegd in het proces-verbaal, na te komen. Die financiële ruimte blijkt volgens [naam 2] uit het gezamenlijke inkomen van verzoekster en haar partner. [naam 2] gaat niet akkoord met de aangeboden schuldregeling. Hij is geconfronteerd met hoge extra kosten vanwege juridische bijstand om zijn vordering betaald te krijgen en wenst volledige betaling.
[naam 3] is de verhuurder van het voormalige ondernemingspand van verzoekster. Hij heeft ter zitting verklaard dat verzoekster de eerste maanden de huur heeft voldaan, maar nadien niet meer regelmatig heeft betaald. Vervolgens bleek dat verzoekster ziek was en dat de zaak van verzoekster niet meer open zou gaan. In overeenstemming met een advocaat is destijds een vaststellingsovereenkomst gesloten om het huurcontract te beëindigen. [naam 3] heeft naderhand echter geen betalingen ontvangen van verzoekster. Hij weigert in te stemmen met de schuldregeling, want het aangeboden percentage staat niet in verhouding met de hoogte van de schuld.

3.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast (te weten 53,3% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste weerspiegelt waartoe verzoekster financieel in staat is, noch dat op voldoende wijze is gewaarborgd dat zij daadwerkelijk het maximale aan haar schuldeisers zal afdragen. Verzoekster volgt momenteel een opleiding, waardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat zij deze in juli 2026 zal afronden en vervolgens volledig in staat zal zijn een fulltime dienstverband te vervullen. Bovendien blijven er nieuwe schulden ontstaan, zoals blijkt uit de weigering van Zilveren Kruis. Daarnaast is het vrij te laten bedrag (vtlb) voor de rechtbank niet controleerbaar en heeft verzoekster tot op heden geen bedragen gereserveerd voor afdracht aan haar schuldeisers. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank een Wsnp-traject beter passend, omdat daarin streng toezicht wordt gehouden op de inspanningsplicht. In dat kader zal verzoekster ook verplicht zijn haar inkomsten boven het vtlb daadwerkelijk aan haar schuldeisers af te dragen en mag zij geen nieuwe schulden laten ontstaan, waardoor een effectievere schuldsanering wordt gewaarborgd.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Zilveren Kruis, [naam 2] en [naam 3] te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.