ECLI:NL:RBROT:2026:7775

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2611546:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks belastingdienstschuld met toepassing hardheidsclausule

Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 5 juni 2026 en aanvullende stukken ontvangen op 8 juni 2026.

De rechtbank beoordeelt dat mevrouw [naam 1] niet te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schuld aan de Belastingdienst, omdat zij inkomsten had genoten zonder belasting af te dragen en zij door taalbarrières en misverstanden met een boekhouder niet op de hoogte was van haar verplichtingen. Normaal gesproken zou dit een belemmering zijn voor toelating tot de Wsnp.

Echter, de rechtbank past de hardheidsclausule toe omdat mevrouw [naam 1] haar situatie onder controle heeft gekregen, met hulp van haar broer en een schuldhulpverlener, en de Belastingdienst heeft ingestemd met een schuldregeling. Sinds 19 februari 2026 staat zij onder budgetbeheer en zijn er geen nieuwe schulden ontstaan. De rechtbank heeft voldoende vertrouwen dat zij zich aan de verplichtingen van de Wsnp zal houden en wijst het verzoek toe.

De rechtbank stelt de duur van de regeling vast op 18 maanden met ingang van 12 juni 2026 en benoemt een bewindvoerder en rechter-commissaris. Een eerdere ingangsdatum wordt niet vastgesteld omdat niet is aangetoond dat mevrouw [naam 1] tijdens het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan alle verplichtingen heeft voldaan.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling met een duur van 18 maanden vanaf 12 juni 2026, ondanks een niet te goeder trouw ontstane schuld aan de Belastingdienst door toepassing van de hardheidsclausule.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
vonnis van: 12 juni 2026
op het verzoek van:
[naam 1],
wonende te [straatnaam] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 5 juni 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [naam 1] ,
- de heer [naam 2] , schuldhulpverlener van de gemeente Rotterdam,
- mevrouw [naam 3] , die verzoekster ondersteunt in het
schuldhulpverleningstraject en fungeert als tolk.
1.3.
De schuldhulpverlener van mevrouw [naam 1] heeft op 8 juni 2026 aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
Mevrouw [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schuld aan de Belastingdienst, die binnen de driejaarstermijn valt, niet te goeder trouw is ontstaan. Mevrouw [naam 1] heeft inkomsten genoten zonder belasting af te dragen. Mede doordat zij de Nederlandse taal niet machtig is, kende zij ook haar verplichtingen niet. Zij verkeerde in de veronderstelling dat deze zaken werden geregeld door een boekhouder, maar dat bleek niet te zijn gebeurd. Deze schuld staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om mevrouw [naam 1] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat mevrouw [naam 1] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schuld, onder controle heeft gekregen. Zij heeft hulp gekregen van mevrouw N. de Groot en haar broer en zij hebben voor haar afspraken kunnen maken met de Belastingdienst en de financiën van verzoekster op orde gebracht. De Belastingdienst heeft ook ingestemd met de schuldregeling. Daarnaast staat mevrouw [naam 1] sinds 19 februari 2026 onder budgetbeheer en is haar financiële situatie gestabiliseerd. Sinds het budgetbeheer zijn ook geen nieuwe schulden meer ontstaan.
2.4.
Mevrouw [naam 1] heeft ter zitting verklaard dat zij een oplossing wenst voor haar schulden. Mevrouw [naam 3] heeft toegezegd dat zij verzoekster zal blijven ondersteunen. Dit acht de rechtbank van belang voor het met een positief resultaat kunnen doorlopen van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarmee is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat mevrouw [naam 1] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
Mevrouw [naam 1] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank kan op basis van de overgelegde stukken, de toelichting ter zitting en de nadien nagezonden stukken niet vaststellen dat verzoekster gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject heeft voldaan aan de verplichtingen die gelden voor het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Ten aanzien van de afdrachtplicht ontbreekt voldoende inzicht in de financiële situatie van verzoekster. Een deel van de stukken die ten grondslag liggen aan de berekening van het vtlb is niet overgelegd. Daarnaast zijn de woonlasten van verzoekster onvoldoende verifieerbaar. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verzoekster per 6 april 2026 is verhuisd, terwijl van de nieuwe woonlasten geen onderliggende stukken zijn verstrekt. Hierdoor kan de rechtbank niet controleren of het vtlb juist is vastgesteld en of verzoekster gedurende het minnelijk traject inderdaad geen afloscapaciteit had. Ook ten aanzien van de inspanningsplicht kan de rechtbank niet vaststellen dat hieraan is voldaan. Verzoekster is niet fulltime werkzaam geweest en heeft niet aangetoond dat zij heeft gesolliciteerd naar een fulltime dienstverband. Evenmin zijn stukken overgelegd waaruit blijkt dat zij wegens medische of andere omstandigheden niet in staat zou zijn om fulltime te werken. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat verzoekster zich voldoende heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor haar schuldeisers te verwerven.
2.11.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [naam 1] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). Mevrouw [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [naam 1] .
3.6.
Als mevrouw [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] ;,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema,
en tot bewindvoerder A.V. Nigita,
gevestigd te Postbus 59,
3360 AB Sliedrecht,
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 12 juni 2026 en de duur op achttien maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026. [1]