ECLI:NL:RBROT:2026:7842
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- F. Aukema-Hartog
- W.J. de Veld
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek bestuursrechter wegens ontbreken feiten en omstandigheden
Verzoeker diende op 4 mei 2026 een herhaald wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van de rechtbank Rotterdam, naar aanleiding van een lopende bestuursrechtelijke procedure tegen een afwijzend besluit van het openbaar ministerie. Verzoeker stelde dat de zaak niet werd ingeboekt, maar de administratie bevestigde dat het beroepschrift correct was ontvangen en ingeboekt onder zaaknummer ROT 25/5187.
De wrakingskamer vroeg verzoeker om concreet aan te geven tegen welke rechter het verzoek was gericht en op welke gronden, maar verzoeker gaf geen feiten of omstandigheden aan die een wraking konden rechtvaardigen. Volgens artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet een wrakingsverzoek feiten en omstandigheden bevatten die aanleiding geven tot wraking en deze moeten tegelijk worden vermeld.
Omdat verzoeker niet voldeed aan deze vereisten, werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen aanleiding tot een mondelinge behandeling, aangezien het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De beslissing is op 11 juni 2026 in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van feiten en omstandigheden die wraking rechtvaardigen.