ECLI:NL:RBROT:2026:7855

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
10-015514-24, 10-360302-24, 96-276472-23 (gevoegd ttz.)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 5a WVWArt. 7 WVWArt. 9 WVWArt. 14a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens dodelijk verkeersongeval en meerdere ernstige verkeersovertredingen

Op 6 januari 2024 veroorzaakte de verdachte een dodelijk verkeersongeval in Capelle aan den IJssel door met een personenauto een voetganger aan te rijden terwijl hij ongeveer 21 km/u te hard reed binnen de bebouwde kom. Na het ongeval reed hij door zonder hulp te verlenen en vertoonde hij zeer onvoorzichtig rijgedrag.

Daarnaast pleegde de verdachte meerdere ernstige verkeersovertredingen, waaronder rijden met een ingevorderd rijbewijs, het verduisteren van een auto door deze niet binnen de afgesproken tijd terug te brengen na een proefrit, en het overschrijden van de maximumsnelheid met 104 km/u binnen de bebouwde kom. Op 11 januari 2024 reed hij wederom gevaarlijk en asociaal.

De rechtbank achtte de schuld van de verdachte bewezen wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag dat leidde tot het dodelijke ongeval. De verdachte werd vrijgesproken van een verduistering op 11 januari 2024 wegens onvoldoende bewijs over de duur van de proefrit.

Gelet op de ernst van de feiten, het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen, maar ook het hoge risico op recidive en het ontbreken van gedragsverandering, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een rijontzegging van 5 jaar. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en 5 jaar rijontzegging wegens dodelijk verkeersongeval en ernstige verkeersovertredingen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-015514-24, 10-360302-24, 96-276472-23 (gevoegd ttz.)
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Datum zitting: 11 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. S.C. van Paridon
Officier van justitie: mr. H.J. du Croix
Advocaat van de nabestaanden: mr. F.J.M. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 WVW Pro, terwijl de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte heeft een dodelijke aanrijding veroorzaakt met een voetganger terwijl de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met ongeveer 21 km/u werd overschreden. Daarnaast is bewezen: het verlaten van de plaats van het ongeval, tweemaal overtreding van artikel 5a WVW, het rijden met een ingevorderd rijbewijs, verduistering van een auto en overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 104 km/u. Aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaar.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 6 januari 2024 met een personenauto een dodelijk verkeersongeval heeft veroorzaakt, de plaats van het ongeval heeft verlaten, zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW en een personenauto heeft verduisterd. Ook wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij op 11 januari 2024 zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW, in een personenauto heeft gereden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en een personenauto heeft verduisterd. Ten slotte wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij op 17 oktober 2023 binnen de bebouwde kom met een personenauto in Rotterdam 154 km/u reed waar 50 km/u was toegestaan.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.

2.Bewijsoverwegingen en gedeeltelijke vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 4 in de zaak met parketnummer 10-015514-24 en voor feit 3 in de zaak met parketnummer 10-360302-24. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 in de zaak met parketnummer 10-015514-24, de feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-360302-24 en het feit in de zaak met parketnummer 96-276472-23 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte in de zaak met parketnummer 10-015514-24 zich schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval (feit 1 primair), het verlaten van de plaats van het ongeval (feit 2), overtreding van artikel 5a WVW (feit 3 primair) en verduistering (feit 4). In de zaak met parketnummer 10-360302-24 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a WVW (feit 1 primair) en het rijden met een ingevorderd rijbewijs (feit 2). Ten slotte heeft de verdachte zich in de zaak met parketnummer 96-276472-23 schuldig gemaakt aan het overschrijden van de toegestane snelheid met 104 km/u. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.4.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft in de zaak met parketnummer 10.015514.24 feit 2 en feit 3 bekend, in de zaak met parketnummer 10-360302-24 feit 1 en feit 2 bekend en het feit bekend in de zaak met parketnummer 96-276472-23. Ook is voor deze feiten geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. [1]
Parketnummer 10.015514.24
Feit 2
1.
Verklaring van de verdachte [2]
2.
Proces-verbaal van de politie [3]
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Feit 3
4.
Verklaring van de verdachte [5]
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
Parketnummer 10-360302-24
Feit 1
8.
Verklaring van de verdachte [9]
9.
Proces-verbaal van de politie [10]
10.
Proces-verbaal van de politie [11]
11.
Proces-verbaal van de politie [12]
12.
Proces-verbaal van de politie [13]
Feit 2
13.
Verklaring van de verdachte [14]
14.
Proces-verbaal van de politie [15]
Parketnummer 96-276472-23
15.
Verklaring van de verdachte [16]
16.
Proces-verbaal van de politie [17]
De bewezenverklaring van feit 1 en feit 4 in de zaak met parketnummer 10-015514-24 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [18] en de onderstaande bewijsmotivering.
Parketnummer 10-015514-24
Feit 1
17.
Verklaring van de verdachte [19]
Ik heb op 6 januari 2024 in de auto gereden. Ik heb niet op de snelheidsmeter gekeken, ik was daar niet mee bezig. Toen ik tegen de mevrouw aankwam, wist ik niet wat er gebeurde. Ik hoorde dat iets de auto raakte bij de linker voorkant van de auto. Ik zag dat ik iemand had geraakt. Ik heb sowieso te hard gereden tijdens die proefrit. Ik weet dat ik voor en na het ongeval veel te hard gereden heb sowieso.
18.
Proces-verbaal van onnatuurlijke dood [20]
Overledene
Achternaam: [achternaam]
Voornamen: [voornaam]
Geboren: [geboortedatum 2] 1937
Datum/tijd vinden: zondag 7 januari 2024 om 21:30 uur
Korte samenvatting van het gebeurde
Op zaterdag 6 januari 2024 omstreeks 16:05 uur heeft er een verkeersongeval met letsel plaatsgevonden op de Schenkelsedreef in Capelle aan den IJssel. Aldaar zou een voetganger door een personenauto zijn aangereden, waarbij de personenauto is doorgereden. De voetganger is bij dit ongeval zwaar gewond geraakt en met neurotrauma overgebracht naar het EMC. Aldaar is het slachtoffer aan haar verwondingen komen te overlijden.
19.
Proces-verbaal van de politie [21]
Op 6 januari 2024 vond er een verkeersongeval plaats op de Schenkelse Dreef te Capelle aan den IJssel tussen een personenauto en een voetganger. Deze Cupra was voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] en van een ingebouwde GPS-tracker. De gegevens van de GPS-tracker, waarin de locatie en gereden snelheid aangegeven werden, zijn door mij, verbalisant, geanalyseerd via de politie atlas. Van de locatie en de gereden snelheid zijn door mij schermafdrukken gemaakt en in een bijlage gezet, welke ik bij dit proces-verbaal heb gevoegd.
Voertuig
Merk/type: Cupra Cupra Leon Sp E
Bijlage bij [proces-verbaalnummer 1]
[
google maps afbeelding met daarop de onderstaande tekst]
Voertuig Leon SP Copper (ROT)
Datum 2024-01-06T15:00:04.OOOZ
Tijd 2024-01-06T15:00:04.OOOZ
Snelheid (k/h) 70.99992142
Schenkelse Dreef Capelle aan den IJssel 50 km/h maximum toegestane snelheid
20. Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 7 januari 2024 [22]
Ik had goed zicht. Er is daar geen zebrapad dus ik kijk ook niet naar links of rechts.
21. Verkeersongevallenanalyse d.d. 4 april 2024 [23]
Het ongeval vond plaats op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Schenkelse Dreef , ter plaatse gelegen binnen de bebouwde kom te Capelle aan den IJssel. Deze weg bestaat ter plaatse uit één rijbaan en is bestemd voor verkeer in beide richtingen. Langs de westelijke zijde van deze rijbaan bevond zich een verhoogde en verharde berm, een fietspad en een trottoir. Het ongeval had plaatsgevonden op de westelijk gelegen rijstrook van de Schenkelse Dreef ter hoogte van het kruispunt met de Wingerd . Ter plaatse gold op de Schenkelse Dreef een maximumsnelheid van 50 km/u voor motorvoertuigen.
Op het wegdek globaal in het midden van die rijbaan was het slachtoffer aangetroffen.
Feit 4
22. Verklaring van de verdachte [24]
Ik heb op 6 januari 2024 in de Cupra gereden. Ik heb de auto die dag opgehaald en wilde waarschijnlijk gewoon stoer doen. Ik wilde gewoon met een auto rijden om hem gratis te krijgen. Ik ben met de auto naar het ziekenhuis gegaan. Na het ongeval ben ik naar [sportschool] gegaan om alles eruit te stomen. De politie heeft mij daar gestopt.
23. Verklaring van [medeverdachte] [25]
[verdachte] zat op de bestuurdersplek. Ik was de bijrijder.
V: Wat hebben jullie nadat je de auto opgehaald had gedaan?
A: Daarna reden we eerst langs zijn huis, in oost. Hij is thuis om gaan kleden om te sporten. Daarna zijn we gewoon gaan rijden.
24. Proces-verbaal van aangifte d.d. 20 februari 2024 [26]
Hierbij doe ik aangifte van verduistering van een grijze personenauto Cupra Leon voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] . Op 6 januari 2024 omstreeks 14:09u kwam een persoon [verdachte] langs bij [autobedrijf 1] te [plaats] om een proefrit te maken met een auto. [verdachte] had 30 minuten om een proefrit te maken. Zij reden om 14:15u weg. Vanaf 14:45u hebben wij meerdere keren getracht telefonisch contact op te nemen. Er werd niet opgenomen. Omstreeks 16:11u hebben wij een sms gestuurd waarin stond dat als hij geen contact opnam, de politie ingelicht zou worden.
25. Proces-verbaal van de politie [27]
Omstreeks 16:37 uur, werd ik door de centralist van het Operationeel Centrum van politie Eenheid Rotterdam, opgeroepen. Er was een melding binnen gekomen van een autoverhuurbedrijf dat een verhuurde auto voor een proefrit was meegenomen, maar na 2 uur nog niet terug was. Via de GPS die in de auto aanwezig was, zag men de auto uitpeilen op de Metaalhof ter hoogte van het sportcentrum [sportschool] te Rotterdam. Deze auto zou een Cupra Leon betreffen voorzien van kenteken [kentekennummer 1] . Ik reed vervolgens richting de Metaalhof te Rotterdam. Omstreeks 16:40 uur, reed ik op de Koperstraat te Rotterdam ter hoogte van sportcentrum [sportschool] . Opeens zag ik dat de grijze Cupra voorzien van kenteken [kentekennummer 1] mij passeerde. Ik stapte uit en benaderde de auto. Na dit onderzoek bleek dat de man die voor mij stond moest zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 te [geboorteplaats] .
2.3.2.
Bewijsmotivering
Parketnummer 10-015514-24
Feit 1 (
aanrijding met dodelijk slachtoffer)
Op 6 januari 2024 heeft omstreeks 16:05 op de Schenkelsedreef in Capelle aan den IJssel een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een personenauto met de verdachte als bestuurder en een voetganger. De voetganger, [slachtoffer] , is tijdens het oversteken aangereden en als gevolg hiervan overleden.
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de verdachte aan het verkeersongeval schuld heeft in de zin van artikel 6 WVW Pro. Of sprake is van schuld hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat sprake is van schuld kan niet zonder meer uit de ernst van de gevolgen van het ongeval worden afgeleid. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.
De Schenkelse Dreef in Capelle aan den IJssel is een weg binnen de bebouwde kom waar een maximumsnelheid geldt van 50 km/u. De verdachte reed op het moment van de aanrijding ongeveer 71 km/u. De plaats waar het slachtoffer door de verdachte is aangereden, bevindt zich bij een oversteekplaats voor fietsers en naast een bushalte.
De rechtbank is van oordeel dat het overschrijden van de maximale snelheid binnen de bebouwde kom met ongeveer 21 km/u, in combinatie met het onvoldoende acht slaan op de omgeving, zeer onvoorzichtig gedrag oplevert, zodat het verkeersongeval aan verdachtes schuld is te wijten. Dat het slachtoffer is overgestoken op een plaats waar geen zebrapad was, doet daar niet aan af. Als bestuurder van de auto rustte op de verdachte de verantwoordelijkheid om behoedzaam en oplettend te zijn en om zijn snelheid zo te regelen dat hij tijdig zou kunnen reageren op mogelijk aanwezig, naderend of overstekend verkeer. Daarbij moet een bestuurder tot op zekere hoogte ook bedacht zijn op mogelijke verrassingen, waaronder fouten van andere (kwetsbare) verkeersdeelnemers. Bovendien betrof het een overzichtelijke weg en heeft de verdachte verklaard dat hij goed zicht had. De verdachte had het slachtoffer dus kunnen zien aankomen, maar heeft niet goed gekeken. Dat de verdachte zo hard reed, maakte dat hij niet kon anticiperen. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij hard reed om stoer te doen en dat hij ook voorafgaand en vlak na de aanrijding te hard heeft gereden. Dit maakt dat de rechtbank de gedragingen kwalificeert als zeer onvoorzichtig.
Feit 4 (
verduistering 6 januari 2024)
De verdachte heeft op 6 januari 2024 bij [autobedrijf 1] in [plaats] omstreeks 14:15 uur een Cupra Leon personenauto met kenteken [kentekennummer 1] meegekregen voor een proefrit. De verdachte heeft de personenauto niet binnen de afgesproken tijd van 30 minuten teruggebracht. Een medewerker van [autobedrijf 1] heeft daarom de verdachte vanaf 14:45 uur meermaals geprobeerd te bellen. Ook zijn er berichten gestuurd naar de verdachte met de boodschap dat de afspraak niet is nagekomen omdat de auto niet binnen 30 minuten is teruggebracht en het verzoek de auto zo snel mogelijk terug te brengen omdat anders de politie zou worden ingeschakeld. Pas na 2,5 uur is er door ingrijpen van de politie een einde gekomen aan de ‘proefrit’.
Volgens vaste rechtspraak kan voor een bewezenverklaring van verduistering van een voertuig niet worden volstaan met de enkele vaststelling dat het aan de verdachte meegegeven voertuig niet (op tijd) is teruggebracht. Hieruit blijkt immers niet dat de verdachte, zonder daartoe gerechtigd te zijn, daadwerkelijk als heer en meester over het voertuig heeft beschikt.
De uiterlijke verschijningsvorm van de overige gedragingen van verdachte die middag zijn naar het oordeel van de rechtbank echter zo gericht op het als heer en meester beschikken over het voertuig dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte zich het voertuig wederrechtelijk heeft toegeëigend. Zo heeft de verdachte naar eigen zeggen het voertuig gebruikt om stoer te doen en is hij ermee langs zijn huis gegaan, naar het ziekenhuis in Capelle aan den IJssel en heeft hij gedurende de proefrit diverse ernstige verkeersovertredingen gemaakt. Ook is hij tijdens de proefrit gaan sporten. Hieruit blijkt dat hij het voertuig voor een ander doel gebruikte dan waarvoor een proefrit is bedoeld, te weten het maken van een testrit om te beoordelen of het model of het rijgedrag van de auto voldoet aan de wensen voorafgaand aan een eventuele aankoop. De verdachte heeft het voertuig daarentegen gebruikt als kosteloos vervoermiddel. Daar komt bij dat hij zich onbereikbaar heeft gehouden voor de eigenaar ondanks dat er herhaaldelijk is geprobeerd contact met hem te leggen. Ten slotte is er slechts een einde gekomen aan het gebruik van het voertuig door ingrijpen van de politie. Dit maakt dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte op 6 januari 2024 het voertuig heeft verduisterd.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-015514-24 (gewijzigd ttz.)
Feit 1
primair
hij op 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Schenkelsedreef , welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 71 km/u, in elk geval met een hogere snelheid dan de maximumsnelheid aldaar van 50 km/u heeft gereden en met een gelet op de situatie (veel) te hoge snelheid heeft gereden en
- daarbij niet danwel onvoldoende naar links en rechts heeft gekeken terwijl hij aldaar rijdend was en
terwijl een voetganger, genaamd [slachtoffer] , doende was de rijbaan van die Schenkelse Dreef over te steken en die rijbaan al voor een groot gedeelte was overgestoken,
- hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
- vervolgens in aanrijding is gekomen met die [slachtoffer] ,
waardoor die [slachtoffer] werd gedood;
Feit 2
hij op 6 januari 2024, te Capelle aan den IJssel, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), betrokken bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden op de Schenkelse Dreef , de plaats van dat ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel werd toegebracht;
Feit 3
primair
hij op 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel en Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op diverse (binnen de bebouwde kom gelegen) voor het openbaar verkeer openstaande wegen, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden; welke verkeersdragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- op de West-Kruiskade te Rotterdam op de trambaan heeft gereden en met hoge snelheid langs een tramhalte is gereden waar mensen stonden te wachten en
- op het Weena te Rotterdam een voor hem geldend rood licht heeft genegeerd en
- op de Prins Alexanderlaan te Capelle aan den IJssel met zeer hoge snelheid (te weten gelegen tussen 56 en 86 km/u) op het fietspad parallel aan de metrobaan heeft gereden en
vervolgens met veel te hoge snelheden heeft gereden op diverse wegen te Capelle aan den IJssel en Rotterdam, te weten:
- 70 km/u op de Poortmolen en
- 73 km/u op de Schenkelse Dreef en
- 66 km/u en 87 km/u op de Kralingseweg en
- tussen 73 km/u en 86 km/u op de Prins Alexanderlaan en
- 70 km/u op de Prinsenlaan en
- 86 km/u op de Boszoom en
- op de Bosdreef, waar 70 km/u was toegestaan, met een snelheid van ongeveer
130 km/u heeft gereden;
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
Feit 4
hij op 6 januari 2024 te Rotterdam opzettelijk een personenauto van het merk Cupra, met kenteken [kentekennummer 1] , toebehorende aan [autobedrijf 1] [plaats] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door vorengenoemde Cupra mee te nemen voor een proefrit en deze Cupra niet binnen de afgesproken tijdsduur (30 minuten) te retourneren aan [autobedrijf 1] [plaats] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Parketnummer 10-360302-24
Feit 1
primair
hij op 11 januari 2024 te Rotterdam en Capelle aan den IJssel en Hendrik-Ido-Ambacht en Nieuwerkerk aan den IJssel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op voor het openbaar verkeer openstaande wegen, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, welke verkeersgedragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- één of meer geslotenverklaringen heeft genegeerd en
- zonder noodzaak heeft stilgestaan op een afrit (van de Rijksweg A20) en
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij het verloop van de weg (een bocht) niet heeft kunnen volgen en moest bijsturen om het door hem bestuurde voertuig onder controle te krijgen en
- meermalen, abrupt en zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt, en
- terwijl hij, verdachte, met hoge snelheid reed, een noodstop heeft moeten maken om een aanrijding met de bestuurder van een personenauto, die de weg opreed, te voorkomen en (aldus rijdende) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
- meermalen op korte afstand achter andere voertuigen heeft gereden op wegen waar een maximumsnelheid gold van 80 en 100 km/uur en
- zonder noodzaak is gaan stilstaan op ongeveer 80 meter vóór een verkeerslicht en
- een parkeervak links van de rijbaan (gezien vanuit verdachtes rijrichting) is ingereden waarbij een tegemoetkomende bestuurder van een personenauto moest remmen om een aanrijding te voorkomen en
- op de Rijksweg A20 rechts heeft ingehaald en (te) kort achter andere voertuigen heeft gereden en een rood kruis heeft genegeerd en over een verdrijvingsvlak heeft gereden en
- een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd;
welke gedragingen en gereden snelheden, die ruim boven de geldende maximumsnelheden binnen en buiten de bebouwde kom lagen, op de dashcam van het door verdachte bestuurde voertuig zijn vastgelegd;
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
Feit 2
hij op 11 januari 2024 te Rotterdam en Capelle aan den IJssel en Hendrik-Ido-Ambacht en Nieuwerkerk aan den IJssel, als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd, aldaar op voor het openbaar verkeer openstaande wegen een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Parketnummer 96-276472-23
hij op 17 oktober 2023 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Abram van Rijckevorselweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 154 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
2.3.4.
Vrijspraak (verduistering 11 januari 2024)
De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 3 in de zaak met parketnummer 10-360302-24. Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet bewezen, omdat er op basis van het dossier en hetgeen op zitting is besproken onvoldoende duidelijkheid bestaat over de afgesproken duur van de proefrit. Niet kan worden vastgesteld dat de tenlastegelegde anderhalf uur is overeengekomen door partijen. Reeds om die reden wordt verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde verduistering.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren het volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10.015514.24
Feit 1
primair
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood
Feit 2
overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994
Feit 3
primair
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
Feit 4
verduistering
Parketnummer 10-360302-24
Feit 1
primair
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
Feit 2
overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994
Parketnummer 96-276472-23
overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn is overschreden en dat hier rekening mee gehouden dient te worden in de strafmaat. Daarnaast verzoekt de verdediging, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, bij een bewezenverklaring te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht en het opleggen van een werkstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Ten aanzien van de overtreding in de zaak met parketnummer 96-276472-23 verzoekt de verdediging om artikel 9a Wetboek van Strafrecht toe te passen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich op 6 januari 2024 schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval met een dodelijk slachtoffer. Hij heeft met een te hoge snelheid en zonder voldoende acht te slaan op de omgeving met een personenauto een overstekende voetganger aangereden. Hij is daarna met hoge snelheid doorgereden zonder zich te bekommeren om het slachtoffer. De verdachte is direct na de aanrijding gaan sporten en heeft het voertuig schoongemaakt. Op diezelfde dag heeft hij opzettelijk meerderde verkeersregels in ernstige mate geschonden waarmee hij de veiligheid van andere verkeersdeelnemers in gevaar bracht. Daarbij heeft de verdachte onder meer met hogere snelheden gereden dan toegestaan was, negeerde hij een rood stoplicht en reed hij over de trambaan en het fietspad. Deze feiten pleegde hij met een personenauto die hij die dag had verduisterd. Hoewel de verdachte inmiddels was aangehouden voor deze feiten, zijn rijbewijs was ingevorderd en hem bekend was dat het slachtoffer inmiddels was overleden, heeft hij op 11 januari 2024 zich wederom schuldig gemaakt aan extreem gevaarlijk en asociaal rijgedrag met een auto. Zo reed de verdachte onder meer hogere snelheden dan toegestaan, maakte hij meermaals onnodige noodstoppingen, haalde hij rechts in en negeerde hij een rood kruis. Ook heeft de verdachte zich op 17 oktober 2023 schuldig gemaakt aan het overschrijden van de toegestane snelheid binnen de bebouwde kom met 104 km/u. Gedurende al deze feiten was de verdachte een beginnend bestuurder. Met zijn zeer onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag heeft de verdachte onaanvaardbare risico’s voor de verkeersveiligheid genomen en heeft hij zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker ernstig veronachtzaamd. Dit heeft geresulteerd in een dodelijk slachtoffer. Uit de op zitting afgelegde slachtofferverklaringen is gebleken welke gevolgen dit tot op de dag van vandaag voor de nabestaanden heeft. Juist ook het handelen van de verdachte na de aanrijding, het doorrijden en het enkele dagen later wederom ernstige verkeersovertredingen plegen, onderstreept de minachting van de verdachte voor de geldende verkeersregels en het gebrek aan zelfreflectie. Het is, gezien het rijgedrag van de verdachte, een wonder dat er niet meer slachtoffers zijn gevallen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van 13 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van GGZ Fivoor Toezicht Rotterdam van 4 juni 2026 staat onder meer dat het risico op recidive en letsel wordt ingeschat als hoog. De verdachte staat momenteel in een andere zaak onder toezicht. De reclassering heeft diverse pogingen gedaan om de verdachte te motiveren tot gedragsverandering om zo het risico op delictgedrag te verminderen, maar desondanks lukt het niet om het toezicht positief te doorlopen. De verdachte lijkt geen intrinsieke motivatie te hebben om een positieve invulling te geven aan het toezicht. De reclassering erkent weliswaar de noodzaak om bijzondere voorwaarden te adviseren, maar ziet daarvoor geen mogelijkheden en adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 6 januari 2024 respectievelijk 11 januari 2024 omdat de verdachte op die data in verzekering is gesteld. Dit betekent dat de in deze zaken geldende redelijke termijn van twee jaar is geschonden. De rechtbank houdt hiermee in het voordeel van de verdachte rekening bij de bepaling van de duur van de straf.
4.3.4.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan, houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank acht een gevangenisstraf van 14 maanden passend en geboden. Van deze gevangenisstraf worden vier maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank legt een straf op die hoger is dan de eis van de officier van justitie. De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de gevangenisstraf. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
Daarnaast zal aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd voor de duur van vijf jaar.
Ten aanzien van de snelheidsovertreding in de zaak met parketnummer 96-276472-23 ziet de rechtbank gelet op de hierboven genoemde straffen geen reden om dat feit nog afzonderlijk te bestraffen.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 6, 7, 9, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 in de zaak met parketnummer 10-360302-24 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
4 (vier) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzijde rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als
algemene voorwaardedat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Toepassing 9a Sr
bepaalt dat voor het feit in de zaak met parketnummer 96-276472-23 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegtde verdachte voor feiten 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 10-015514-24 en feiten 1 en 2 in de zaak met parketnummer 10-360302-24
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
5 (vijf) jaar;
bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. J.C. Oord en E.M. Moison, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 juni 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
Parketnummer 10-015514-24 (gewijzigd ter terechtzitting)
1
primair
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te deze geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Schenkelsedreef , welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 71 km/u heeft gereden, in elk geval met een hogere snelheid dan de maximumsnelheid aldaar van 50 km/u heeft gereden en/of met een gelet op de situatie (veel) te hoge snelheid heeft gereden en/of
- en/of (daarbij) niet danwel onvoldoende (naar) links en/of rechts heeft gekeken terwijl hij aldaar rijdend was en/of
terwijl een voetganger, genaamd [slachtoffer] , doende was de rijbaan van die Schenkelse Dreef over te steken en/of die rijbaan al voor een groot gedeelte was overgestoken,
- hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzie en waarover deze vrij was en/of
- ( vervolgens) in botsing of aanrijding of aanraking is gekomen met die [slachtoffer] ,
waardoor die [slachtoffer] werd gedood;
subsidiair
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Schenkelse Dreef , zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- met een snelheid van ongeveer 71 km/u heeft gereden, in ieder geval met een hogere snelheid dan de maximumsnelheid aldaar van 50 km/u heeft gereden en/of met een gelet op de situatie (veel) te hoge snelheid heeft gereden en/of
terwijl een voetganger, genaamd [slachtoffer] , doende was de rijbaan van die Schenkelse Dreef over te steken en/of die rijbaan al voor een groot gedeelte was overgestoken,
- hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- ( vervolgens) in botsing of aanrijding of aanraking is gekomen met die [slachtoffer] ;
2
hij, op of omstreeks 6 januari 2024, te Capelle aan den IJssel, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), betrokken bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden op de Schenkelse Dreef , de plaats van dat ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) schade en/of letsel werd toegebracht;
3
primair
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op diverse (binnen de bebouwde kom gelegen) voor het openbaar verkeer openstaande wegen, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden; welke verkeersdraging(en) hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- op de West-Kruiskade te Rotterdam op de trambaan heeft gereden en/of met hoge snelheid langs een tramhalte is gereden waar mensen stonden te wachten en/of
- op het Weena te Rotterdam een voor hem geldend rood licht heeft genegeerd en/of
- op de Prins Alexanderlaan te Capelle aan den IJssel met zeer hoge snelheid (te weten gelegen tussen 56 en 86 km/u) op het fietspad parallel aan de metrobaan heeft gereden en/of
vervolgens met veel te hoge snelheden heeft gereden op diverse wegen te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, te weten:
- 70 kom/u op de Poortmolen en/of
- 73 km/u op de Schenkelse Dreef en/of
- 66 km/u en 87 km/u op de Kralingseweg en/of
- tussen 73 km/u en 86 km/u op de Prins Alexanderlaan en/of
- 70 km/u op de Prinsenlaan en/of
- 86 km/u op de Boszoom en/of
- op de Bosdreef, waar 70 km/u was toegestaan, met een snelheid van ongeveer 30 km/u heeft gereden;
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op voor het openbaar verkeer openstaande wegen, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- op de West-Kruiskade te Rotterdam op de trambaan heeft gereden en/of met hoge snelheid
langs een tramhalte is gereden waar mensen stonden te wachten en/of
- op het Weena te Rotterdam een voor hem geldend rood licht heeft genegeerd en/of
- op de Prins Alexanderlaan te Capelle aan den IJssel met zeer hoge snelheid (te weten gelegen tussen 56 en 86 km/u) op het fietspad parallel aan de metrobaan heeft gereden en/of
vervolgens met veel te hoge snelheden heeft gereden op diverse wegen te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, te weten
- 70 km/u op de Poortmolen en/of
- 73 km/u op de Schenkelse Dreef en/of
- 66 km/u en 87 km/u op de Kralingseweg en/of
- tussen 73 km/u en 86 km/u op de Prins Alexanderlaan en/of
- 70 km/u op de Prinsenlaan en/of
- 86 km/u op de Boszoom en/of
- op de Bosdreef, waar 70 km/u was toegestaan, met een snelheid van ongeveer 30 km/u heeft gereden;
4
hij op of omstreeks 6 januari 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto van het merk Cupra, met kenteken [kentekennummer 1] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [autobedrijf 1] [plaats] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door vorengenoemde Cupra mee te nemen voor een proefrit en deze Cupra niet binnen de afgesproken tijdsduur (30 minuten) te retourneren aan [autobedrijf 1] [plaats] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Parketnummer 10-360302-24
1
primair
hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Hendrik-Ido-Ambacht en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op voor het openbaar verkeer openstaande wegen, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, welke verkeersgedraging(en) hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- één of meer geslotenverklaringen heeft genegeerd en/of
- zonder noodzaak heeft stilgestaan op een afrit (van de Rijksweg A20) en/of
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij het verloop van de weg (een bocht) niet heeft kunnen volgen en/of moest bijsturen om het door hem bestuurde voertuig onder controle te krijgen en/of
- meermalen, althans eenmaal, abrupt en/of zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt, althans zeer krachtig heeft geremd en/of
- terwijl hij, verdachte, met hoge snelheid reed, een noodstop heeft moeten maken om een aanrijding met de bestuurder van een personenauto, die de weg opreed, te voorkomen en/of (aldus rijdende) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- meermalen op korte afstand achter andere voertuigen heeft gereden op wegen waar een maximumsnelheid gold van 80 en/of 100 km/uur en/of
- zonder noodzaak is gaan stilstaan op ongeveer 80 meter vóór een verkeerslicht en/of
- een parkeervak links van de rijbaan (gezien vanuit verdachtes rijrichting) is ingereden waarbij een tegemoetkomende bestuurder van een personenauto moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of
- op de Rijksweg A20 rechts heeft ingehaald en/of (te) kort achter andere voertuigen heeft gereden en/of een rood kruis heeft genegeerd en/of over een verdrijvingsvlak heeft gereden en/of
- een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd;
Welke gedragingen en/of gereden snelheden, die ruim boven de geldende maximumsnelheden binnen en buiten de bebouwde kom lagen, op de dashcam van het door verdachte bestuurde voertuig zijn vastgelegd; door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair
hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel en/of Hendrik-Ido-Ambacht en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmee rijdende op voor het openbaar verkeer openbare wegen, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- één of meer geslotenverklaringen heeft genegeerd en/of
- zonder noodzaak heeft stilgestaan op een afrit (van de Rijksweg A20) en/of
- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij het verloop van de weg (een bocht) niet heeft kunnen volgen en/of moest bijsturen om het door hem bestuurde voertuig onder controle te krijgen en/of
- meermalen, althans eenmaal, abrupt en/of zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt, althans zeer krachtig heeft geremd en/of
- terwijl hij, verdachte, met hoge snelheid reed, een noodstop heeft moeten maken om een aanrijding met de bestuurder van een personenauto, die de weg opreed, te voorkomen en/of (aldus rijdende) zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij zijn voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- meermalen op korte afstand achter andere voertuigen heeft gereden op wegen waar een maximumsnelheid gold van 80 en/of 100 km/uur en/of
- zonder noodzaak is gaan stilstaan op ongeveer 80 meter vóór een verkeerslicht en/of
- een parkeervak links van de rijbaan (gezien vanuit verdachtes rijrichting) is ingereden waarbij een tegemoetkomende bestuurder van een personenauto moest remmen om een aanrijding te voorkomen en/of
- op de Rijksweg A20 rechts heeft ingehaald en/of (te) kort achter andere voertuigen heeft gereden en/of een rood kruis heeft genegeerd en/of over een verdrijvingsvlak heeft gereden en/of
- een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd;
welke gedragingen en/of gereden snelheden, die ruim boven de geldende maximumsnelheden binnen en buiten de bebouwde kom lagen, op de dashcam van het door verdachte bestuurde voertuig zijn vastgelegd;
2
hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel, en/of Hendrik-Ido-Ambacht en/of Nieuwerkerk aan den IJssel, althans in Nederland, als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, aldaar op voor het openbaar verkeer openstaande wegen een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
3
hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk een personenauto van het merk NIO, met kenteken [kentekennummer 2] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [autobedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door vorengenoemde NIO mee te nemen voor een proefrit en deze NIO niet binnen de afgesproken tijdsduur (1 uur en 30 minuten) te retourneren aan [autobedrijf 2] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Parketnummer 96-276472-23
hij op of omstreeks 17 oktober 2023 te Rotterdam, binnen de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Abram van Rijckevorselweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 154 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – voor de zaak met parketnummer 10-015514-24 gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer 1] ( [dossiernaam 1] ), voor de zaak met parketnummer 10-360302-24 gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer 2] ( [dossiernaam 2] ) en voor de zaak met parketnummer 96-276472-23 op de paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernummer 3] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
3.Pagina 21 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] .
4.Pagina 30 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .
5.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
6.Pagina 42 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] .
7.Pagina 62 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] .
8.Pagina 136 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] .
9.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
10.Pagina 22 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 2] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] .
11.Pagina 25 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 2] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] .
12.Pagina 32 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 2] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 9] .
13.Pagina 45 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 2] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 10] .
14.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
15.Pagina 63 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 2] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 11] .
16.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
17.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 12] .
18.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Voor de zaak met parketnummer 10-015514-24 wordt gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [dossiernummer 1] ( [dossiernaam 1] ).
19.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
20.Pagina 209 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 13] .
21.Pagina 136 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] .
22.Pagina 178 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 14] .
23.Pagina 269 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 15] .
24.Verklaard tijdens de zitting van 11 juni 2026.
25.Pagina 202 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 16] .
26.Pagina 14 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 17] .
27.Pagina 30 e.v. van zaaksdossier [dossiernummer 1] , proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .