Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 juni 2026 in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker
de burgemeester van Rotterdam,
[persoon A]h.o.d.n.
[handelsnaam]uit [plaats 2]
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam verleende op 12 mei 2026 een tijdelijke uitbreiding van de exploitatie- en alcoholwetvergunning voor een terrasvlonder aan een horeca-inrichting. Verzoeker, een omwonende, maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat de burgemeester niet de gevolgen van de terrasvlonder in samenhang met de bestaande horeca-inrichting en het reeds toegestane terras heeft beoordeeld. De belangen van omwonenden met betrekking tot het woon- en leefklimaat zijn niet adequaat meegewogen, ondanks eerdere meldingen van (geluids)overlast.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester ten onrechte alleen de terrasvlonder afzonderlijk heeft beoordeeld en niet in samenhang met de andere terrassen en voorschriften uit eerdere vergunningen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot tijdelijke uitbreiding van de terrasvlondervergunning is geschorst wegens onvoldoende motivering van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat.