ECLI:NL:RBROT:2026:7872

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/10/720660 / KG RK 26-609
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 lid 2 BWArt. 3:254 BWArt. 3:89 BWArt. 7:226 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor onderhandse verkoop en ontruiming van drie registergoederen

SLF verzoekt toestemming voor de onderhandse verkoop van drie registergoederen aan de gemeente en de ontruiming van de verhypothekeerde goederen. De registergoederen zijn eigendom van De Weijert, waarop een hypotheekrecht rust ten behoeve van SLF. Na niet-nakoming van betalingsverplichtingen door Landgoed Westvoorne, schuldenaar, streeft SLF executoriale verkoop na.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de koopprijs van €4.800.000,- redelijk is en hoger dan de getaxeerde marktwaarde, en keurt de onderhandse verkoop goed. Verweerders verzetten zich tegen de verkoop van roerende zaken en de ontruiming, maar SLF verduidelijkt dat het verzoek alleen ziet op roerende zaken die duurzaam dienstbaar zijn aan het landgoed Olaertsduyn.

De lopende huurovereenkomsten met het Conferentiecentrum blijven van kracht na verkoop, waardoor ontruiming van deze huurder niet wordt toegewezen. De overige verweerders worden veroordeeld tot ontruiming per datum levering. De ontruimingstermijn voor onderhuurders van het conferentieoord wordt vastgesteld op zes weken na de beschikking, niet eerder dan het moment van inschrijving. De voorzieningenrechter wijst overige verzoeken af en bepaalt dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is.

Uitkomst: Toestemming verleend voor onderhandse verkoop en ontruiming van registergoederen, met uitzondering van lopende huurovereenkomsten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/720660 / KG RK 26-609
Beschikking van de voorzieningenrechter van 3 juli 2026
in de zaak van
SINT LAURENSFONDS,
gevestigd in Rotterdam,
verzoekster,
hierna te noemen: SLF,
advocaat: mr. V. Terlouw te Rotterdam,
tegen

1.VAKANTIEHUIS “DE WEIJERT” B.V.,

gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen: De Weijert,
2.
CONFERENTIECENTRUM OLAERTSDUYN B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen: het Conferentiecentrum,
3.
MEBUMA BEHEER B.V.,
gevestigd in Westvoorne,
hierna te noemen: Mebuma,
4.
[verweerder 1],
gevestigd in Maasland,
hierna te noemen: [verweerder 1],
5.
LANDGOED WESTVOORNE B.V.,
gevestigd in Westvoorne,
hierna te noemen: Landgoed Westvoorne,
6.
[verweerder 2],
wonend in Oostvoorne,
hierna te noemen: [verweerder 2] ,
belanghebbenden die verweer voeren, hierna: verweerders,
advocaten: mr. J.M. de Heer en mr. D.R.D.A. Buren-Baks te Rotterdam,
waarbij als belanghebbende voorts is verschenen:
GEMEENTE VOORNE AAN ZEE,
gevestigd in Hellevoetsluis,
belanghebbende,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. R.J.G. Bäcker te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift ex artikel 3:268 lid 2 BW Pro van 1 juni 2026, met 12 producties;
- de brief van de gemeente van 17 juni 2026, met 7 producties;
- de brief van verweerders van 18 juni 2026, met 2 producties;
- de mondelinge behandeling op 19 juni 2026;
- de spreekaantekeningen van de gemeente;
- de spreekaantekeningen van verweerders.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en het verweer

2.1.
SLF verzoekt de voorzieningenrechter om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, goed te keuren dat de drie registergoederen, te weten:
i. het landgoed “Olaertsduyn”, met daarop gelegen bos en landhuis, kadastraal bekend [perceel 1] ;
ii. een perceel grond met daarop gelegen conferentieoord, kadastraal bekend [perceel 2] ;
iii. een perceel grond nabij de Windgatseweg te Rockanje, [perceel 3] ;
daaronder begrepen de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 BW Pro, onderhands op grond van de koopovereenkomst tussen SLF en de gemeente van 29 mei 2026 met de daarbij behorende bedingen, aan de gemeente zullen worden verkocht;
en om
iv. de hypotheekgever en de zijnen tot ontruiming te veroordelen van de verhypothekeerde goederen per datum levering.
2.2.
Verweerders verzetten zich niet tegen de verzochte onderhandse verkoop van de drie percelen op basis van de koopovereenkomst tussen SLF en de gemeente. Wel verzetten zij zich tegen de onderhandse verkoop van de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 BW Pro en de verzochte ontruiming.

3.De beoordeling

3.1.
De drie, onder 2.1. omschreven, registergoederen (hierna: de registergoederen) zijn in eigendom van De Weijert. De Weijert heeft op de registergoederen een hypotheekrecht gevestigd ter meerdere zekerheid van terugbetaling van de geldlening van SLF (de hypotheekhouder) aan Landgoed Westvoorne (de schuldenaar) voor het bedrag van € 4.380.000,-. Nadat Landgoed Westvoorne de betalingsverplichtingen niet nakwam, heeft SLF aangestuurd op een executoriale verkoop van de registergoederen. SLF heeft thans een bedrag van € 4.130.000,- (exclusief rente en kosten) te vorderen van Landgoed Westvoorne.
Voorts heeft de gemeente een vordering op De Weijert van ca. € 2,6 miljoen wegens, kort samengevat, verbeurde dwangsommen. Op 16 juni 2026 heeft de gemeente verlof gekregen van de voorzieningenrechter om conservatoir beslag te leggen op de percelen voor ca. € 2,8 miljoen. Dat beslag is op 17 juni 2026 gelegd.
3.2.
Op 29 mei 2026 heeft SLF een koopovereenkomst (onder opschortende voorwaarde) gesloten met de gemeente met betrekking tot de registergoederen voor de koopprijs van € 4.800.000,-. Zij verzoekt de voorzieningenrechter op de voet van artikel 3:268 lid 2 BW Pro toestemming voor de onderhandse verkoop en ontruiming van de registergoederen door De Weijert met de zijnen.
3.3.
SLF heeft als productie 8 de op 29 mei 2026 met de gemeente gesloten koopovereenkomst met de daarbij behorende bedingen overgelegd. Het verzoek om deze onderhandse verkoop goed te keuren, ligt voor toewijzing gereed. Verweerders verzetten zich niet tegen dit deel van het verzoek en de voorzieningenrechter acht de tussen SLF en de gemeente overeengekomen prijs van € 4.800.000,- redelijk. SLF en de gemeente hebben ieder een taxatierapport overgelegd van de drie registergoederen. De koopprijs ligt hoger dan de in die rapporten vermelde getaxeerde marktwaarde van € 4.750.000,- respectievelijk € 4.120.000,- en is bovendien toereikend om de vordering van SLF op Landgoed Westvoorne geheel te voldoen. De gemeente heeft de overeenkomst gesloten met kennis van de vordering van SLF, zodat met haar belangen voldoende rekening is gehouden. Van andere beslagleggers is geen sprake.
3.4.
Ook de verzochte goedkeuring ten aanzien van de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 lid 1 BW Pro is toewijsbaar. Deze bepaling ziet op roerende zaken die volgens verkeersopvatting bestemd zijn om een bepaalde onroerende zaak duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen. Verder kan het ook gaan om machinerieën of werktuigen, maar dat is hier niet aan de orde. Ter zitting is gebleken dat het bezwaar van verweerders tegen dit deel van het verzoek daarin is gelegen dat zij menen dat het (losse) meubilair en de inventaris hun eigendom zijn en daarom niet onder de verkoop door SLF kunnen vallen. SLF heeft in reactie daarop verklaard dat zij zich realiseert dat het meubilair en de inventaris van verweerders niet zijn aan te merken als roerende zaken ex artikel 3:254 BW Pro en dat het verzoek daar geen betrekking op heeft. Het gaat SLF met name om roerende zaken die karakteristiek zijn voor het landgoed “Olaertsduyn” (registergoed i.), dat een Rijksmonument is, zoals de schouw, de bar en (plafond)ornamenten.
3.5.
Ter zitting hebben SLF en de gemeente bevestigd dat registergoed i. (binnen en buiten) in prima staat verkeert. Van De Weijert wordt verwacht dat zij het landgoed tot aan de leveringsdatum ook in dezelfde goede staat houdt.
3.6.
Artikel 3:268 lid 2 BW Pro bepaalt dat de voorzieningenrechter bij de goedkeuring van een verzoek tot onderhandse verkoop tevens de hypotheekgever en de zijnen veroordeelt tot ontruiming van het verhypothekeerde goed tegen een bepaald tijdstip. Daarbij vindt, volgens de slotzin van deze bepaling, de ontruiming niet plaats vóór de levering (het moment van inschrijving zoals bedoeld in artikel 3:89 BW Pro).
3.7.
Verweerders voeren verweer tegen de verzochte ontruiming. Zij betogen dat SLF op grond van artikel 7:226 lid 2 BW Pro de registergoederen niet vrij van huur, leeg en ontruimd hoeft te leveren aan de gemeente. SLF en de gemeente zijn overeengekomen dat de registergoederen worden geleverd in de feitelijke en juridische staat waarin deze zich thans bevinden. Dat betekent volgens verweerders ‘in verhuurde staat’. Zij verwijzen daartoe naar de overgelegde huurovereenkomsten (productie 1 van verweerders), het taxatierapport van [naam] van 17 maart 2026 (productie 5 van SLF) en de hypotheekakte tussen SLF en De Weijert van 20 oktober 2020 (productie 2 van SLF).
3.8.
Uit de huurovereenkomsten blijkt dat De Weijert met ingang van 1 april 2016 registergoed ii. en met ingang van 20 oktober 2020 ook de andere registergoederen verhuurt aan het Conferentiecentrum. In het taxatierapport van [naam] (pagina 31) is vermeld dat de waardering is uitgevoerd “
op basis van de gestanddoening van de lopende huuroverenkomst(en)”. De verhuur van de registergoederen aan het Conferentiecentrum was ten tijde van het passeren van de hypotheekakte van 20 oktober 2020 bij SLF bekend. Zo staat in artikel 5d. van de hypotheekakte vermeld dat de registergoederen zijn “
verhuurd als voldoende bekend aan Partijen”. Tegen die achtergrond en gelet op artikel 7:226 lid 2 BW Pro blijven de huurovereenkomsten van het Conferentiecentrum met betrekking tot de registergoederen ook na de onderhandse verkoop aan de gemeente in stand.
Aan de stelling van de gemeente dat [verweerder 2] , De Weijert en het Conferentiecentrum een schijnconstructie hebben opgezet en daarmee misbruik maken van identiteitsverschillen, wordt voorbij gegaan. Het door de gemeente gestelde maar betwiste misbruik kan in deze procedure niet worden vastgesteld, en uit de stellingen volgt niet dat de hier relevante huurovereenkomsten geen betekenis hebben in die zin dat evident is dat de huurders daaraan geen bescherming kunnen ontlenen. Voor nader onderzoek is in het kader van deze procedure of bewijslevering geen ruimte. Dat betekent dat de verzochte ontruiming ten aanzien van het Conferentiecentrum niet toewijsbaar is.
3.9.
Dat ligt anders voor de overige verweerders. De Weijert wordt ingevolge artikel 3:268 lid 2 BW Pro, als hypotheekgever, veroordeeld om de registergoederen met de zijnen te ontruimen. Voor zover Mebuma, [verweerder 1], Landgoed Westvoorne en [verweerder 2] kantoor houden of wonen op het adres van (één van) de registergoederen, vindt dat plaats zonder recht of titel, en moeten zij, als behorend tot de ‘zijnen (haren) van De Weijert’, ook tot ontruiming overgaan per de datum van levering.
3.10.
Ter zitting hebben verweerders verklaard dat het Conferentiecentrum registergoed ii. heeft onderverhuurd aan arbeidsmigranten en dat die onderverhuurovereenkomsten zijn opgezegd tegen 8 augustus 2026. Daarop hebben SLF en de gemeente bevestigd er geen bezwaar tegen te hebben als de arbeidsmigranten uiterlijk op 15 augustus 2026 vertrekken.
Gelet daarop wordt de ontruimingstermijn bepaald op 6 weken na de datum van deze beschikking, maar niet eerder dan het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro.
3.11.
De voorzieningenrechter ziet gelet op het karakter van deze procedure geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
verleent toestemming aan SLF om:
i. het landgoed “Olaertsduyn”, met daarop gelegen bos en landhuis, kadastraal bekend [perceel 1] ,
ii. een perceel grond met daarop gelegen conferentieoord, kadastraal bekend [perceel 2] ,
iii. een perceel grond nabij de Windgatseweg te Rockanje, [perceel 3] ,
daaronder begrepen de roerende zaken als bedoeld in artikel 3:254 BW Pro, onderhands te verkopen aan de gemeente op grond van de aan deze beschikking gehechte koopovereenkomst tussen SLF en de gemeente van 29 mei 2026 met de daarbij behorende bedingen;
4.2.
veroordeelt De Weijert om de onder 4.1. omschreven registergoederen met al het hare en de haren te ontruimen per de datum van levering en de onderhuurders van registergoed ii binnen 6 weken na de datum van deze beschikking, met dien verstande dat de ontruiming niet plaatsvindt vóór het moment van inschrijving als bedoeld in artikel 3:89 BW Pro;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer af anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
2091 / 106