ECLI:NL:RBROT:2026:7874
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging
De verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging samen met anderen op 23 december 2022 in Rotterdam, waarbij het slachtoffer meerdere malen werd geslagen en geschopt. De officier van justitie baseerde de tenlastelegging vooral op camerabeelden uit een café, waarin een groep mannen het slachtoffer mishandelde. Een verbalisant verklaarde de verdachte te hebben herkend op de beelden.
De verdachte ontkende op de zitting dat hij op de beelden te zien was en dat hij geweld had gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de camerabeelden onvoldoende duidelijk waren om met redelijke zekerheid vast te stellen dat de verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld. De chaotische situatie en de bewegende personen maakten identificatie onzeker, waardoor de verklaring van de verbalisant niet doorslaggevend was.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij. De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, die nihil werden begroot. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 24 juni 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor openlijke geweldpleging.