ECLI:NL:RBROT:2026:7875

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
10-098791-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 36f SrArt. 141 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging met taakstraf en schadevergoeding

Op 23 december 2022 heeft de verdachte samen met anderen in Rotterdam openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer, bestaande uit meerdere klappen, schoppen en het vastpakken van het slachtoffer, zowel binnen een café als buiten op straat. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte als grootste agressor bewust de confrontatie opzocht en het slachtoffer meerdere malen sloeg en schopte.

De verdediging betwistte de nauwe samenwerking bij het derde incident buiten, maar de rechtbank oordeelde dat deelname aan de groep en het leveren van een wezenlijke bijdrage aan het geweld voldoende is voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een hersenschudding en meerdere breuken, met blijvende gevolgen.

De rechtbank legde een taakstraf van 240 uur op, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De vordering van de benadeelde partij voor materiële schade van €3.477,13 en immateriële schade van €25.000,- werd grotendeels toegewezen, met uitzondering van een nader te onderbouwen toekomstige schadepost. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk met mededaders en de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 240 uur taakstraf en hoofdelijk tot materiële en immateriële schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-098791-23
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Datum zitting: 10 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.A. Lubbers
Officieren van justitie: mr. L.H. de Jong en J.B. Wooldrik
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaten van de benadeelde partij: mrs. A.R. Hamers en R.V. Hamers, waarnemend voor mr. F.J.M. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur op. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - te Rotterdam samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon op 23 december 2022.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en/of op/aan de Witte de Withstraat, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande dat in vereniging gepleegde geweld uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het meermalen schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het naar de grond toebrengen van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het meermalen schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het trekken aan en/of duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit ten aanzien van het derde geweldsincident. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en op de Witte de Withstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het trekken aan en duwen van voornoemde [slachtoffer] .
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever] [2]
Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging. Ik bevond mij op 23 december 2022, omstreeks 01.30 uur in [café 1] . Dit café bevindt zich aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Voor ik het wist werd ik besprongen door de man die tegenover mij stond. Dit bestond uit meerdere stoten met een gebalde vuist. Ik weet niet meer met welke hand hij sloeg. Het gebeurde allemaal heel snel. Ik voelde hierop een heftige pijn in mijn gezicht. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ik naar links viel op de grond. Toen had ik niet meer door wat er allemaal gebeurde.
Ik ben op een of andere manier buiten gekomen, ik weet niet meer hoe. Er staat mij
vaag iets bij dat iemand mij optilde. Toen ik buiten was ging het verder. Het enige
wat ik me kan herinneren is dat mijn handen onder het bloed zaten van mijn gezicht.
Toen zag ik één van die mannen op mij afkomen. Dit weet even niet meer welke man dit was. Hierop weet ik niet meer wat er gebeurde. Ik vermoed door de klappen
op mijn hoofd.
2.
Proces-verbaal van de politie [3] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer met zijn rug richting de muur stond en voor de rest omsingeld was door verdachte 1, 3, 4 en 5. Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 51 :13 een korte voorwaartse beweging met zijn hoofd maakte in de richting van de verdachte 1.
Ik zag dat de verdachte (blauw omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm omhoog bracht, van zijn rechterhand een gebalde vuist maakte en hiermee een snelle beweging maakte richting het gezicht van het slachtoffer. Ik zag dat deze vuist tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.(…) Ik zag dat man 4, die links naast verdachte 1 stond direct hierop een klap gaf aan het slachtoffer door met zijn rechter gebalde vuist een beweging richting het hoofd van het slachtoffer te maken. Ik zag dat deze beweging tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.
Ik zag dat man 2 (geel omcirkeld) richting het gevecht liep en erbij ging staan naast man 5 (groen omcirkeld).
Foto 6: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), die rechts naast de verdachte stond, direct na de klap van verdachte 4 (roze omcirkeld) met zijn rechter gebalde vuist richting de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat deze vuist het gezicht raakte.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) hierna zijn rechtervuist omhooghaalde en snel bewoog richting het slachtoffer.(…). Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.
Foto 7: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) zijn armen om de nek van het slachtoffer legde. Ik zag dat verdachte 2 een springende beweging maakte en zijn lichaam legde op de rug van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachten en het slachtoffer hierdoor naar de grond bewogen.
Foto 9: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) weer omhoogkwam. Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) het slachtoffer (rood omcirkeld) bij zijn nek vast pakte met zijn arm en richting de rechterzijde van het café trok. Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), terwijl het slachtoffer omhoogkwam, een hoge trap gaf richting het lichaam van het slachtoffer.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) nog vijf maal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer. Ik zag dat deze klappen raak waren door dat het slachtoffer (rood omcirkeld) en verdachte 2 (geel omcirkeld) op deze momenten kort heen en weer bewogen.
Foto 11: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 (wit omcirkeld) en verdachte 5 (groen omcirkeld) stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog.
Foto 12: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 7 (wit omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm optilde en met een gebalde vuist richting het gezicht van het slachtoffer bewoog.
Foto 13: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 6 (donkerblauw omcirkeld) zich vanaf het midden van het café zich tussen de mensen door beweegt in één directe lijn richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechtervuist balde en boven zich hield ter hoogte van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 deze vuist vier maal met een snelle beweging richting het slachtoffer bewoog.
Ik zag dat verdachte 2 tussen de mensen doorliep richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 2 het slachtoffer naar de uitgang sleepte.
Foto 14: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) op minuut 52:44 door verdachte 2 (geel omcirkeld) uit [café 1] werd gesleept.
Foto 19: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) richting het slachtoffer (rood omcirkeld) liep terwijl man 1 (paars omcirkeld) hem wegduwde. Ik zag dat verdachte 5 op minuut 56:13 één trappende beweging maakte met zijn linkerbeen richting het slachtoffer
3.
Proces-verbaal van de politie [4] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik
hebde beelden bekeken en zag het volgende.
Foto 1: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 op minuut 28:00 [café 1] binnen ging. Verdachte 5 is ter verduidelijking groen omcirkeld.
Foto 3: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 op minuut 50:00 richting het midden van het café liep richting het slachtoffer en de andere verdachten. Ik zag dat verdachte 5 aan de rechterzijde van het slachtoffer ging staan, gezien vanuit de camera.
Foto 4: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 op minuut 51 een slaande beweging maakte met zijn rechterarm en vuist en deze snel richting het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat de vuist van verdachte 5 tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam. Ik zag dat het slachtoffer direct met zijn hoofd naar achteren bewoog. Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer door een andere verdachte aan zijn nek werd weggetrokken uit het gevecht. Ik zag dat het slachtoffer richting de rechterkant van het café werd getrokken. Ik zag dat de andere verdachte hem nog bij zijn nek vast had, waardoor het slachtoffer omhoog werd gehouden. Ik zag dat verdachte 5 nog vijfmaal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer terwijl hij werd weggetrokken. Ik zag dat deze klappen raak waren doordat het slachtoffer en de andere verdachte op deze momenten kort heen en weer bewogen.
Foto 6: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat verdachte 5 weer terugliep richting het midden van het café. Ik zag dat verdachte 5 keek richting verdachte 1 die aan de linkerzijde van het café stond. Ik zag dat, nadat verdachte 1 een kopstoot beweging in de lucht maakte, verdachte 5 zich omdraaide richting de rechterzijde van het café. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een
snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat het slachtoffer hierdoor naar achteren bewoog. Ik zag dat hierna direct het gevecht met het slachtoffer weer begon.
Foto 9: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 bij de rest van de verdachten buiten voor het café ging staan. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 56 terug in beeld kwam lopen in de richting van [café 1] . Ik zag dat verdachte 5 richting het slachtoffer liep.
4.
Proces-verbaal van politie [5]
Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 9: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het gevecht verplaatste richting de straat waardoor het grotendeels uit beeld verdween. Ik zag dat verdachte 7 meeliep richting waar het gevecht plaatsvond.
Foto 10: [bestandsnaam 3]
Ik zag dat het slachtoffer direct op minuut 57:25 op de grond viel en op de grond bleef liggen.
Foto 11: [bestandsnaam 3]
Enkele seconden later zag ik dat verdachte 7 rechts in beeld liep op de stoep richting de linkerzijde van het beeld voor [café 2] uit de richting komend van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 7 heen en weer liep voor [café 2] . Ik zag dat verdachte 7 naar zijn linker knokkels keek ik zag dat er roodkleurige plekken op zijn linkerknokkels zaten. Ik zag dat er ook roodkleurige plekken op zijn rechter knokkels zaten.
5.
Proces-verbaal van politie [6]
Ik was belast met de opsporing van het in dit registratienummer genoemde strafbare feit.
In dit onderzoek waren er nog verdachten en waarvan de identiteit ons nog niet
bekend was. Dit betrof verdachte 5.
Op 27 maart 2023 zijn verdachte 1, verdachte 2 en verdachte 6 aangehouden en
verhoord. In deze verhoren zijn de verdachten geconfronteerd met foto’s van de camerabeelden waar de overige verdachten op te zien zijn. Op deze foto's zijn de verdachten geïdentificeerd als:
Verdachte 5: [verdachte]
Hierop heb ik op deze gegevens gezocht in de politieprocessensystemen. Hierbij heb ik
de politiefoto's bekeken. Verdachte 5 is mij bekend geworden als [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] (Nederland). Ik herken [verdachte] op zijn politiefoto, gemaakt op 15-09-2014, als zijnde verdachte 5 op de camerabeelden aan de volgende uiterlijke kenmerken:
- blanke huidskleur,
- kort bruin haar,
- haarlijn,
- wenkbrauwen,
- vorm van kaak en gezicht.
6.
Verklaring van de verdachte [7]
Het klopt dat ik op 23 december 2023 het slachtoffer binnen in het [café 1] een klap in zijn gezicht en een klap op zijn borst heb gegeven. Het klopt dat ik het slachtoffer buiten een halfhoge schop heb gegeven.
7.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [8]
V: Wat is er gebeurd op 23 december 2023?
A: Wij zijn naar de Witte de Withstraat gelopen. Het was denk ik een uur of 1. Toen zijn wij daarnaast bij een café naar binnen gegaan.
V: Wie is de persoon in de groene cirkel?
A: Dat ben ik.
Opmerking van de rechtbank: zie hierboven bewijsmiddel 4, dat is de verdachte 5.
V: Wat heb jij gedaan bij het slachtoffer?
A: Ik heb hem proberen ene klap te geven maar ik weet niet of die raak was. Ik heb 1
klap proberen te geven.
v : En over het hele incident. Je zegt dat je buiten ook al hebt geschopt. Wat heb jij
in totaal gedaan?
A: Binnen proberen een klap te geven en buiten kwam hij als een duveltje uit een
doosje aanlopen. Maar of ik heb binnen heb geraakt weet ik niet. En buiten heb ik hem
een schop met mijn linker been gegeven. Dat was toen hij weer in de richting van de
kroeg kwam lopen.
V: Op de beelden is te zien dat jij met je rechtervuist een stoot geeft tegen het
hoofd van het slachtoffer. Wat kan je daarover vertellen?
A: Na die kopstoot?
O: Ja
A: Dat zou kunnen.
V: Je maakt wel meerdere slaande bewegingen
A: Dat zou kunnen. Als je op dat moment iemand probeert te helpen of voor iemand op moet komen dan zou dat kunnen.
V: Waar raakte jij het slachtoffer?
A: Aan de zijkant van zijn linker hoofd.
V: Dan is het even rustig . Het slachtoffer staat stil en dan maakt [medeverdachte] een kopstoot
beweging in de lucht. Jij draait je daarop om, je duwt een medeverdachte aan de kant,
en slaat het slachtoffer weer tegen de borst. Waarom blijf jij herhaaldelijk het
slachtoffer slaan en schoppen?
A: Goeie vraag. Dat voelt oneerlijk om iemand een kopstoot te geven.
2.3.3.
Bewijsmotivering
De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde op de zitting het volgende af. Op 23 december 2022 is de verdachte samen met zes medeverdachten op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Op straat ontstaat ter hoogte van [café 3] een woordenwisseling tussen de verdachten en, naar achteraf blijkt, het slachtoffer [slachtoffer] . Dit leidt tot een confrontatie tussen het slachtoffer en verdachte 1. Beide partijen vervolgen daarna hun eigen weg. Later op de avond besluiten de verdachten [café 1] te bezoeken. In dat café was ook het slachtoffer aanwezig. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in [café 1] meerdere geweldshandelingen hebben plaatsgevonden tegen het slachtoffer, waarbij de verdachten betrokken zijn geweest. In totaal vinden er drie momenten van geweld plaats, vrij kort achter elkaar. De eerste twee incidenten vinden plaats in [café 1] en het derde incident buiten op straat voor [café 1] .
Het eerste incident ontstaat nadat verdachte 1 wederom oog in oog komt te staan met het slachtoffer. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 1 naar het slachtoffer toe loopt, waarna het slachtoffer een stap opzij probeert te zetten. Vervolgens is te zien dat de verdachte 1 de weg van het slachtoffer blokkeert door eveneens een stap opzij te zetten, waardoor het slachtoffer geen kant op kan. Het slachtoffer maakt vervolgens een voorwaartse kopstootbeweging in de richting van verdachte 1, waarna verdachte 1 het slachtoffer meerdere klappen geeft. Vervolgens ontstaat er een gevecht, waarbij meerdere personen, waaronder het slachtoffer, op de grond vallen en het slachtoffer geslagen wordt door verdachte 1 en verdachte 5. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 op het gevecht af loopt, zijn armen om de nek van het slachtoffer slaat en hem vervolgens meetrekt richting de uitgang van het café. Terwijl verdachte 2 het slachtoffer omhoog trekt, schopt en slaat verdachte 5 het slachtoffer. De verdachte verlaat daarna het café. Daarna is het korte tijd rustig in het café.
Het tweede incident ontstaat nadat verdachte 1 de kopstootbeweging nadoet voor een aantal van de andere verdachten, zoals blijkt uit de camerabeelden en uit zijn eigen verklaring. Dit leidt ertoe dat verdachte 5, verdachte 7 en verdachte 6 zich richting het slachtoffer bewegen, waarna zij hem alle drie slaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 het café weer binnen komt, zijn arm om de nek van het slachtoffer slaat en hem wederom richting de uitgang van het café trekt. Uiteindelijk trekt verdachte 2 het slachtoffer naar buiten en geeft hem nog een duw in zijn rug weg van het café.
Het derde incident ontstaat buiten nadat het slachtoffer even weg is geweest en weer terugloopt richting het café. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 5 naar het slachtoffer rent en een trappende beweging naar hem maakt. Als het slachtoffer dan wegloopt van het café, lopen alle verdachten, behalve verdachte 4, richting het slachtoffer. Uit de combinatie van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [getuige] blijkt in elk geval dat leden van de onderhavige groep (de verdachten 1, 2, 5 en 7) erbij staan als tegen het slachtoffer geweld wordt gepleegd. Dit geweld stopt als het slachtoffer op de grond valt en blijft liggen. Nadat het slachtoffer op de grond is gevallen is te zien dat ook verdachte 6 erbij staat. Op basis van de camerabeelden buiten het café stelt de rechtbank vast dat verdachte 7 ook betrokken is geweest bij het derde incident. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte 7, vrijwel direct nadat het slachtoffer op de grond is gevallen en het geweld richting hem is geëindigd, naar zijn linkerhand kijkt en roodkleurige plekken heeft op zijn linker- en rechterknokkels. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte 7 tijdens het derde incident het slachtoffer met kracht heeft geslagen.
Als gezegd is de verdachte verdachte 5. Hij heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij alle drie de incidenten. Hij heeft het slachtoffer geslagen in zijn gezicht en op zijn borst en geschopt. De verdediging heeft niet betwist dat de verdachte geweldshandelingen heeft verricht. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken voor het derde incident buiten, nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Volgens de verdediging kan het handelen van de verdachte buiten hoogstens als eenvoudige mishandeling worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt als volgt. Wie deel uit maakt van een groep en een significante of wezenlijke bijdrage levert aan openlijk geweld, is strafrechtelijk aansprakelijk in de zin van artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor al het geweld dat door leden van die groep wordt uitgeoefend. Daarbij is niet vereist dat de verdachte opzet heeft op dan wel weet heeft van elke geweldshandeling die door elk van de leden van de groep wordt uitgeoefend (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). De deelname aan de groep en daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 141, eerste lid, Sr eindigt op het moment dat geen van de deelnemers meer geweld gebruikt. Gaan andere deelnemers dan de verdachte door met het gebruiken van geweld eindigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte pas als hij zich intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrekt.
In deze zaak heeft de verdachte deel uitgemaakt van een groep en een significante bijdrage geleverd aan openlijk geweld door tijdens alle drie de incidenten bewust de confrontatie op te zoeken en het slachtoffer te schoppen en meermaals met kracht te slaan. De verdachte kan als grootste agressor van de groep worden aangemerkt. Hij is degene die het tweede geweldsincident start, door op het slachtoffer af te lopen en hem als eerste te slaan. Als iedereen eenmaal buiten is, is hij weer degene die het slachtoffer als eerste benadert en hem schopt, terwijl het slachtoffer wegloopt. Daardoor is hij strafrechtelijk aansprakelijk voor het openlijke geweld gedurende elk van de incidenten. Aldus acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Voor zover de overige verweren van de verdediging niet zijn weerlegd in de hierboven opgenomen bewijsmotivering, volgt de weerlegging daarvan uit de gebezigde bewijsmiddelen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon
3.2.
Strafbaarheid van het feit van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten ten aanzien van openlijke geweldpleging zonder zwaar lichamelijk letsel en aan de verdachte een taakstraf van 150 uur op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer [slachtoffer] . Tijdens een avond uit ontstond een confrontatie tussen de verdachte en de medeverdachten enerzijds en het slachtoffer anderzijds. Naar aanleiding van deze confrontatie is het slachtoffer door de groep van verdachten meerdere keren aangevallen, vastgepakt, geslagen, geschopt en geduwd. De verdachte kan als grootse agressor van de groep worden aangemerkt. Hij heeft twee keer bewust de confrontatie opgezocht en het slachtoffer getrapt en meermaals (hard) geslagen. Hiermee heeft de verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van het slachtoffer [slachtoffer] . Als gevolg van het geweld heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het strafbare feit, niet volledig is genezen en nog altijd de psychische en lichamelijke gevolgen van het gebeuren ondervindt.
Daarnaast heeft de verdachte met zijn handelen de openbare orde verstoord. Dergelijk (uitgaans)geweld zorgt, zeker in een druk en vol café waarbij meerdere bezoekers getuigen waren van het geweld, doorgaans voor maatschappelijke onrust en algemene gevoelens van onveiligheid.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
Reclassering Nederland heeft op 22 december 2023 over de verdachte gerapporteerd. In het rapport staat onder meer het volgende. De reclassering ziet het middelengebruik van de verdachte ten tijde van onderhavige verdenking, zijn toenmalige dagbesteding/collega’s en het psychosociaal functioneren als mogelijk delictgerelateerde factoren. De leefgebieden van de verdachte zijn volgens de reclassering stabiel. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Vanuit de reclassering zijn er daarom te weinig aanknopingspunten voor interventies of toezicht. De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. Hij heeft eerder excuses willen aanbieden aan het slachtoffer, maar heeft dit naar eigen zeggen niet kunnen doen omdat het slachtoffer daar niet voor open stond. De verdachte heeft een partner en een dochter. De verdachte heeft per 1 september 2026 een nieuwe baan als salesmanager. Deze strafzaak heeft veel impact gehad op zijn werkleven.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 28 maart 2023, omdat de verdachte toen voor het eerst als verdachte is verhoord en geconfronteerd met de verdenking die op hem rust. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Tot aan dit vonnis is een periode van drie jaar en drie maanden verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit en de rol die de verdachte daarin gespeeld heeft als beschreven onder 4.3.1 zou een gevangenisstraf van enige maanden passend en geboden zijn geweest. Gelet op de schending van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank echter een taakstraf opleggen. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd.
De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, de taakstraf beperken tot 150 uur. Dat zou onvoldoende recht doen aan de ernst van het gepleegde feit en de beschreven rol van de verdachte.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 3.477,13 als vergoeding voor materiële schade, € 25.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 3000,- toekomstige nog nader te onderbouwen schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
Voor wat betreft de immateriële schade refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade moet worden gematigd tot bijvoorbeeld een bedrag van € 12.500,-. De nader te onderbouwen schade moet primair worden afgewezen en subsidiair niet-ontvankelijk worden verklaard.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze is in voldoende mate onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevorderde kosten redelijk.
De verdediging heeft bepleit dat vordering ten aanzien van de vliegtickets moet worden afgewezen, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezen verklaarde feit. Volgens de verdediging blijkt uit de onderbouwing van de vordering dat de benadeelde partij zijn vliegtickets weldegelijk kon omboeken. De advocaat van de benadeelde partij heeft op de zitting toegelicht dat de benadeelde partij niet in staat was om zijn vliegtickets om te boeken gelet op zijn lichamelijk letsel. Ook heeft hij geen vergoeding voor de vliegtickets ontvangen. De rechtbank zal ook de gevorderde kosten die zien op de vliegtickets toewijzen, nu deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij de vliegtickets niet kon omboeken, omdat niet duidelijk was wanneer die andere reis plaats zou kunnen vinden gelet op zijn lichamelijk letsel.
Dit betekent dat de verdachte € 3.477,13 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het incident, niet volledig is genezen. Er is sprake van blijvende asymmetrie van het gezicht en een blijvend litteken in zijn gezicht en op zijn enkel. Ook heeft hij nog steeds last van blijvende gevoelsvermindering in zijn gezicht en drukpijn en lichtflitsen bij het openen van zijn ogen. Daarnaast ervaart de benadeelde partij nog steeds verminderde stabiliteit en belastbaarheid van de enkel en hij kan niet op zijn oude niveau sporten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Gelet op de bedragen aan immateriële schadevergoeding die volgens de Rotterdamse Schaal in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding de rechtbank niet overmatig voor en acht de rechtbank toewijzing van het gehele gevorderde bedrag van € 25.000,- billijk. Hierbij is tevens rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 25.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.3.
Nader te onderbouwen schade
De benadeelde partij heeft een post nader te onderbouwen schade in zijn vordering opgenomen. Nu niet concreet is onderbouwd dat deze gevorderde schade in de toekomst ook daadwerkelijk zal worden geleden, wordt dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
5.4.4.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
5.4.5.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De wettelijke rente over de immateriële schade wordt toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De wettelijke rente over de materiële schade wordt ten aanzien van het eigen risico, de huurkosten voor de krukken, de ziekenhuisdaggeldvergoeding, de kledingschade en de kosten zonder nut eveneens toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop de schade is ingetreden.
Wat de reiskosten en de kosten voor de fysiotherapie, huishoudelijke hulp en mantelzorg betreft, is aannemelijk geworden dat deze kosten zijn gemaakt gedurende een uiteenlopende periode, zodat de wettelijke rente vanaf het midden van deze periode zal worden toegewezen
.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen het bedrag aan materiële en immateriële schade zoals genoemd in de onderstaande tabel, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door andere mededaders (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat het bedrag te betalen zoals genoemd in de onderstaande tabel (kolom ‘SVM’), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling;
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.
Mrs. Spoormaker en Van Vliet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] .
2.Pagina 20 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] .
3.Pagina 171 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .
4.Pagina 229 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] .
5.Pagina 248 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] .
6.Pagina 154 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] .
7.Verklaard tijdens de zitting van 10 juni 2026.
8.Pagina 159 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] .