Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
3.Bewijs
bijlage 1opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [3] en de onderstaande nadere bewijsmotivering.
“goed bang te maken”en
“ervoor te zorgen dat hij weggaat bij zijn huidige baas”.Op de vraag van [accountnaam 2] wat er moest gebeuren, berichtte [medeverdachte 3] :
“slopen, breek beide knieen ofs”. Daarna zette de verdachte desgevraagd een foto van [slachtoffer] in de chatgroep. Door [accountnaam 2] werd vervolgens gevraagd of er nog iets tegen [slachtoffer] gezegd moest worden, waarop [medeverdachte 3] negatief antwoordde en zei:
“gwn total loss te slaan”en
“beide benen te breken”. In berichten later die middag zette de verdachte nadere informatie over de honden en de auto van het slachtoffer in de chatgroep. Een dag later wisselden de deelnemers aan de chatgroep ook berichten over het slachtoffer uit, onder meer over waar hij zich die dag bevond en hoe laat hij naar zijn werk ging. De verdachte drong daarbij aan op actie, onder meer door in de chatgroep te berichtten:
“dan wordt het vandaag eind van de dag ff langs zijn huis rijden broer”. In de vroege ochtend van 15 april 2020 werden de deelnemers aan de chatgroep door [accountnaam 2] ervan op de hoogte gesteld dat de uitvoerders klaarstonden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
€ 260.000,-, waarvan € 200.000,- als afroomboete en € 60.000,- als boete met een punitief karakter. De afroomboete is gebaseerd op de verdiensten die de verdachte zelf zegt te hebben ontvangen. Als rekening wordt gehouden met de Belgische veroordeling van de verdachte, dan heeft de verdachte weliswaar een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd gekregen, maar daarvan heeft hij niet meer dan drie jaar vastgezeten in België.
6.In beslag genomen voorwerpen
7.Vordering van de benadeelde partij
8.Wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
gevangenisstraf van 56 (zesenvijftig) maanden;
€ 1.000,- als vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over het materiële schadebedrag vanaf 1 januari 2026 en de wettelijke rente over het immateriële schadebedrag vanaf 15 april 2020 tot de dag van volledige betaling;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat
€ 1.346,50te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over de materiële schade van € 346,50 vanaf 1 januari 2026 en de wettelijke rente over de immateriële schade van € 1.000,- vanaf 15 april 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
maximaal 13 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.