Uitspraak
geboren op [geboortedatum 1] 1977 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres:
gedetineerd in de penitentiaire inrichting in Krimpen aan den IJssel.
1.Tenlastelegging
hij in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 28 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door:
- veelvuldig berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of
- veelvuldig te (video)bellen naar die [slachtoffer] en/of
- naar de vader van die [slachtoffer] te bellen en/of
- zich veelvuldig, althans meerdere malen, op te houden in de buurt van het werk en/of de woning van die [slachtoffer] en/of
- door de brievenbus van die [slachtoffer] naar binnen in de woning van die [slachtoffer] te kijken
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
hij in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 augustus 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door aan haar haren te trekken en/of aan haar oorbel te trekken;
feit 3
hij op of omstreeks 13 september 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "straks gooi ik je in de sloot en laat ik je verdrinken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2.Bewijs
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf en maatregel
psycholoog [naam 1]van 6 januari 2026 staat onder meer dat bij de verdachte sprake is van een verstandelijke beperking, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en stoornissen in het gebruik van alcohol en cocaïne.
psycholoog [naam 1]van 8 mei 2026 staat onder meer het volgende. De eerder genoemde stoornissen waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en werkten daarin door. Het alcoholgebruik zorgde voor spanningen binnen de relatie en de verdachte werd door het gebruik agressiever, ook naar de aangeefster. Vervolgens bleek ook sprake van een terugval in cocaïnegebruik en was sprake van achterdocht bij de verdachte. Toen de aangeefster de relatie met de verdachte wilde verbreken werd dit door hem niet geaccepteerd. Hij zocht haar veelvuldig op en stuurde haar berichten. Het niet beantwoorden van zijn oproepen door de aangeefster zorgde voor boosheid en agressiedoorbraken, zoals het aan de haren trekken van de aangeefster. De verdachte lijkt het gedrag van de aangeefster bovendien onjuist te hebben geïnterpreteerd en hij had onvoldoende inzicht in zijn grensoverschrijdende gedrag en dat dit angst kon oproepen bij de aangeefster. Voorgaande zaken, zoals een beperkte frustratietolerantie, onvoldoende inlevingsvermogen, impulsiviteit en het onvoldoende overzien van de gevolgen van zijn eigen gedrag, zijn passend bij een verstandelijke beperking en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het alcohol en cocaïnegebruik van de verdachte lijkt zijn vermogen om eigen gedrag te plannen en te reguleren verder negatief te hebben beïnvloed. Geadviseerd wordt het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen.
psychiater [naam 2]van 8 mei 2026 staat onder meer het volgende.
Verslavingsreclassering GGZvan 3 juni 2026 staat onder meer het volgende. Er is sprake van een patroon aangaande geweld gepleegd binnen de huiselijke kring. Ondanks de verdachte zich conformeerde aan de meldplichtafspraken binnen de schorsing van de preventieve hechtenis, is er geen sprake van intrinsieke motivatie tot gedragsverandering. Ten grondslag hieraan ligt mogelijk zijn onvermogen, waarbij er een gebrek is aan ziekte-inzicht en geen sprake is van probleembesef. De verdachte legt de verantwoordelijkheid voor onderhavige feiten volledig buiten zichzelf. Eerdere reclasseringscontacten zijn vroegtijdig negatief beëindigd. De verdachte ontkent een verslaving te hebben wat betreft alcohol en cocaïne en wenst hiervoor niet behandeld te worden. De leefgebieden van de verdachte zijn ontwricht, dit maakt dat er geen beschermende factoren waarneembaar zijn. De reclassering ziet dat het welenwee van zijn ex-partner bij de verdachte nog geheel op de voorgrond staat. In het verleden is de verdachte meermaals veroordeeld wegens vermogens- en geweldsfeiten, meermaals gepleegd tegen vrouwen. Om het hoge risico op recidive te verminderen is het van belang een langdurige klinische behandeling in te zetten gericht op de persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek van de verdachte. Er dient gewerkt te worden aan algehele abstinentie. Gezien het verleden en zijn problematiek dient hiervoor een langdurig intensief traject plaats te vinden. Het verleden leert dat de verdachte zich uiteindelijk binnen een voorwaardelijk kader niet conformeert aan bijzondere voorwaarden, zich hieraan onttrekt en zich zorgmijdend opstelt. Hiernaast is er geen sprake van een behandelcommitment. De inschatting is dat de verdachte door beperkt ziektebesef en zijn impulsieve levensstijl niet in staat zal zijn zich langdurig te kunnen conformeren aan voorwaarden binnen een voorwaardelijk kader. De reclassering ziet gezien de hoge risico’s op recidive, de psychiatrische- en verslavingsproblematiek waarbij een wens tot behandeling ontbreekt en de houding van de verdachte geen mogelijkheden om hem te begeleiden binnen een tbs-maatregel met voorwaarden.
5.Wettelijke voorschriften
6.Beslissingen
gevangenisstraf van 250 dagen;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde
van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar na dit vonnis, inhoudende dat de verdachte op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1985), bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 weken, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden;